Rede en hart na elkaar op Jazz Middelheim
CONCERTRECENSIE. Jazz Middelheim, Park Den Brandt in Antwerpen, 14 en 15 augustus
beeld: Maurits van Hout
door: Rinus van der Heijden
Jazz Middelheim 2014 heeft twee volstrekt verschillende festivaldagen achter de rug. Met de eerste dag leek de organisatie van het Belgische evenement er onherroepelijk in te willen knallen door het tonen van een etalage met uitsluitend techniek. De tweede festivaldag ging het er wat rustiger aan toe, hier triomfeerde het musicerende mensenhart over de musicerende menselijke rede.
![]()
Wayne Shorter, Avishai Cohen en Vijay Iyer op de openingsdagen van festival Jazz Middelheim in Antwerpen.
De eerste dag van Jazz Middelheim 2014 stond pal voor technisch kunnen. De vier groepen – eigenlijk vijf, want op het nieuwe Club Stagepodium tekende The Bureau of Atomic Tourism in zijn eentje voor vier miniconcerten – vielen zonder uitzondering onder die noemer: techniek. Dat woord mag zelfs met hoofdletters worden geschreven, want het surplus aan technisch vermogen overvleugelde alles. Waarmee een belangrijk element van jazz, emotie, nogal eens onder druk kwam te staan.
Hiermee is niet gezegd dat de eerste festivaldag tegenviel. Integendeel, er waren adembenemende momenten genoeg bij alle vier de groepen: MikMâäk, Vijay Iyer Sextet, Dave Douglas Quintet en Herbie Hancock & Wayne Shorter. Je zou het tussen al deze kanonnen van namen haast niet hardop durven beweren, maar er was één man die allen inpakte: toetsenduivel Jozef Dumoulin. In een soloconcert, de opening van de vierdelige cyclus van The Bureau of Atomic Tourism, tartte hij alle muzikale goden, bestreed het universum, blies nét niet zijn electronicawinkel de lucht in en toonde vooral de durf met niets ontziende klanken een festivalpubliek te bewerken.
Koppositie
Als het dan toch om een exposé van verregaande technische potentie lijkt te moeten gaan, nam Jozef Dumoulin op die eerste dag met stip de koppositie in.
Het duoconcert van pianist Herbie Hancock en sopraansaxofonist Wayne Shorter was op papier wellicht het interessantste. Zeker voor het publiek, dat in zeer groten getale naar Park Den Brandt in Antwerpen was afgereisd. Zo’n klepper op de openingsdag, het was me nogal wat. Toch viel het concert tegen. Pas tegen het einde, toen het duo een stuk in slow tempo begon, viel op hoe prachtig piano en sopraansaxofoon op elkaar zijn ingespeeld en hoe warm ieder met andermans materiaal omgaat.
![]()
Duoconcert Herbie Hancock en Wayne Shorter. Soloconcert Jozef Dumoulin op het podium van Club Stage (foto © Bruno Bollaert).
Het concert begon met een klanklandschap dat Hancock onttrok aan zijn synthesizer en andere elektronica. Het duurde even voordat Shorter aansloot, maar toen ontrolde zich een concertgedeelte dat je zou kunnen omschrijven als eigentijds gecomponeerd. Charles Ives kwam meerdere malen om de hoek gluren.
Verderop vergleed het optreden in vrije improvisatie op vaak kinderlijk aandoende themaatjes. Het vrije werd sterk benadrukt. Misschien dat het daarom minder opviel dat de afwerking bij beiden nogal eens slordig was. Speelplezier was er volop, maar het gebodene kon de aandacht steeds minder vasthouden.
MikMâäk
Swing ontbrak vrijwel bij de twee bejaarde Amerikanen, maar die was er wel bij MikMâäk. Het Belgische gezelschap rond tenorsaxofonist Jeroen Van Herzelee en trompettist Laurent Blondiau was getransformeerd in een zeventienkoppige big band. Een heel bijzondere nog wel. Het hele orkest had een dubbele functie. Enerzijds fungeerde het als draagvlak voor de individuele inspanningen, anderzijds als een koor om achter de solisten aan te zingen.
MikMâäk-in-het groot heeft een gedragen klank, precies zoals een orkest van formaat moet klinken. Het beschikt over een fabelachtige vrije-improvisatietechniek en valt vooral op door de constante terugkeer naar dat ene punt: swing. Donderende piano-akkoorden à la Fred van Hove werden gestoofd in subtiele klanken. En hoe aangenaam was het niet toen een trombonesolo, met slechts begeleiding van een contrabas, uitgroeide naar de beste strijdmuziektraditie.
![]()
MikMâäk met onder meer trompettist Bart Maris in de gelederen. Het Vijay Iyer Sextet.
Vijay Iyer
Het Vijay Iyer Sextet trad aan als all-starbezetting, maar dat was geen verzekering voor diversiteit. De zes brachten gestructureerde jazz met een soms wel heel dichte groepsstructuur, die ze echter met het grootste gemak lieten openbloeien. Glansrollen waren er voor tenorsaxofonist Mark Shim, sopraan- en altsaxofonist Steve Lehman, bugelist Graham Haynes en slagwerker Tyshawn Sorey. Hoewel het optreden meermalen vastliep op een té vette techniekshow, maakte de uitbouw van een delicate blues naar een opwindend, op zichzelf jagend groepsstuk, dan weer veel goed.
Ook voor het Dave Douglas Quintet gold dat de nadruk op techniek de menselijke maat nogal eens voorbijstreefde. De duels van trompettist Douglas met tenorsaxofonist Jon Irabagon waren plaatjes, maar na een half uur was je daarop uitgekeken. Dan echter kwam er opeens weer zo’n parel van een momentopname voorbij: toen een gospel met geprononceerd gestapelde noten van de contrabas van Linda Oh en de piano van Matt Michell vergleed in satijnzachte patronen van de koplopers Douglas en Irabagon.
Avishai Cohen
Het Avishai Cohen Trio with Strings was dé verrassing van de tweede festivaldag. Met het project ‘Almah’ reikte de Israëlische contrabassist met beide handen naar klassieke (volks)muziek. Hij slaagde er niet alleen in die brug te slaan, maar ook zijn afkomst die zeker wortelt in jazz, geen moment te verloochenen.
Het is een reuze interessant project, dat ‘Almah’. In een tijd waarin jazz steeds meer de boorden van klassieke muziek opzoekt - tijdens de slotdag van Jazz Middelheim 2014, morgen, treedt ook pianist Vijah Iyer aan met een strijkensemble – lukt het weinigen om deze totaal verschillende muziekvormen een organisch geheel te laten vormen. Avishai Cohen slaagde met vlag en wimpel.
![]()
Het Avishai Cohen Trio with Strings. Bruno Vansina Orchestra.
‘Almah’ startte met een prelude vol imponerende strijkersklanken. De sensitieve manier waarop Cohen zijn contrabas bespeelt, spoorde subliem met hetgeen de viool, twee altviolen en de cello voortbrachten. Na dit voorspel ging Avishai Cohen op reis: naar zijn geboorteland Israël, Spanje, Rusland, Brazilië en Libanon. Dáár had hij drie folkloristische stukken opgepikt en die verwerkt in zijn ‘Arab Medley’, een totaliteit waarin het Midden-Oosten, westerse klassieke muziek en jazz een onverbrekelijk verbond konden sluiten. Ondersteund door het strijkkwartet en een wonderbaarlijk mooi spelende hobo.
Avishai Cohen betoont zich meer en meer een soepele zanger, die vooral in twee Sefarische liedjes, als kind ooit geleerd van zijn moeder, ontroering opriep. Tegen het einde van het ruim anderhalf uur durende concert, liet de contrabassist/zanger de teugels vieren en keerde hij terug naar de jazz. Opwindende baspatronen schurkten tegen piano en slagwerk, waarbij de strijkers naar de achtergrond werden verdreven en het Avishai Cohen Trio in de ene na de andere toegift met duivels geweld gestructureerde improvisaties te lijf ging.
Bruno Vansina
Heel mooi en een beklijvende première was het concert van het Bruno Vansina Orchestra. Deze big band had al wel een cd opgenomen, maar trad op Middelheim 2014 voor het eerst voor publiek op. Onwillekeurig zou je het Orchestra kunnen vergelijken met MikMâäk van een dag eerder, maar het orkest van alt- en sopraansaxofonist Bruno Vansina kent een gestructureerder vorm. De kleurdichtheid had het bij Charles Mingus kunnen halen, de ver uitgewerkte melodische passages bij het Brussels Jazz Orchestra. Waarbij de kanttekening moet worden geplaatst dat het Bruno Vansina Orchestra een intrigerend eigen geluid heeft.
Het merendeel van de composities was van de hand van trombonist Dré Peremans. Het bleken zorgvuldig uitgewerkte en in evenwicht gebrachte stukken, waarbij steeds een groot oog voor instrumentatie ‘meeliep’. Met de nadruk op een fors blazersarsenaal – met onder meer saxofoons, bugel, trompet, tuba, klarinet en fluiten - was er ook werk aan de winkel voor hobo, hoorn en fagot. Ze kwamen uiterst effectief van pas bij al die stijlen en culturen, die als vanzelf in elkaar leken te versmelten.
![]()
Bruno Vansina. Stacey Kent. Het Brits-Deens trio Phronesis.
Stacey Kent
Zangeres Stacey Kent werd als ‘een goed bewaard geheim’ aangekondigd. Dat geheime zit ‘m wellicht in het feit dat zij al tien studioalbums uitbracht en bij het grote publiek geen bekendheid geniet. Je kunt het ook omdraaien: de bekendheid ontbreekt omdat het grote publiek de Amerikaanse niet in de armen wil sluiten.
In Antwerpen betoonde Stacey Kent zich een zangeres die voornamelijk Braziliaans repertoire bracht, met samba en bossa nova als hoofdingrediënt. Er zullen best mensen zijn, die van haar stem houden, maar die trekt vooral naar harde sferen. In het begin van haar concert kon haar muzikale materiaal je nog binden, verderop verviel ze uitsluitend nog in clichés.
Dat laatste gold voor een deel ook voor Phronesis, een Brits-Deens trio. Het zou de uitermate platgetreden wereld van het begrip ‘pianotrio’ hebben verlaten, maar daar was tijdens zijn concert weinig van te merken. Dynamiek was het opvallendste kenmerk, maar dat vertonen veel hedendaagse pianotrio’s. Originaliteit, waarmee een eigen geluid zou kunnen worden gekweekt, was niet aan de orde.
- www.jazzmiddelheim.be nog tot en met zondag 17 augustus
- De concerten zijn live te beluisteren via Radio Klara (zaterdag vanaf 16 uur, zondag vanaf 12 uur)
Avishai Cohen Trio with Strings
Jazz Middelheim 2014
(video gaat automatisch verder met interviews en concertfragmenten)
Inderdaad, het tweede stuk in slow tempo ademde tenminste, op het ritme van het om mani padme hum-mantra, in schril contrast met het zeer teleurstellende eerste deel van het concert. Grosso modo kan dat deel kort samengevat worden als “fluiten in het donker” of “killing Shorter softly with a Korg, but where the hell was the manual”. Als Hancock dan toch even piano speelde, baseerde hij zich op zijn 1965 compositie Little One verschenen op Maiden Voyage. Té fragmentarisch weliswaar, maar een laatste strohalm waaraan een luisteraar zich nog enigszins kon vasthouden. Beiden spraken tot slot over hun toch door de valley. Mij deed het denken aan de vallei of Elah, in de bijbelse betekenis.
Hugo de Craen (E-mail ) - 18-08-’14 15:02
