De bijtende dichter Amiri Baraka
ACHTERGROND
door: Mischa Andriessen
Amiri Baraka, icoon van de Afro-Amerikaanse poëzie, treedt
5 oktober op in het Bimhuis. Foto © dariovilla.net
Scene 1: Het Hilton in Amsterdam. Een slaperige David Murray schenkt zich nog wat Portugese wijn in en waagt een laatste halfslachtige poging om de interviewer over te halen ook een glas te nemen. Het is vroeg in de middag. Het gesprek komt op jazz en schrijven. De naam Amiri Baraka valt. Murrays ogen worden groot. Hij begint bulderend te lachen. ‘Man, Baraka is beyond, beyond, beyond everything.’ Hij maakt een handgebaar dat een onnoemelijke afstand uitbeeldt.
Toneelschrijver, dichter, romancier, schrijver van korte verhalen, bloemlezer, jazzcriticus en activist Amiri Baraka is een van de meest controversiële Amerikaanse kunstenaars. Twee dagen voor zijn zevenenzeventigste verjaardag zal hij in het Bimhuis optreden met een kwartet waarvan de kwaliteit geenszins ter discussie staat: Rob Brown, Dave Burrell, William Parker en Pheeroan Aklaff.
Baraka was niet altijd Baraka. Aanvankelijk heette hij LeRoi Jones. In de vroege jaren zestig maakte hij naam als meest talentvolle Afro-Amerikaanse schrijver. Hij publiceerde twee indringende dichtbundels, schreef toneelstukken waaronder het nog altijd indrukwekkende Dutchman, wierp zich op als uitgesproken jazzcriticus die blijkens zijn studie ‘Blues People’ een eigenzinnige kijk op de jazzgeschiedenis had en was een van de vroege pleitbezorgers van The New Thing. Daarnaast speelde hij een belangrijke en nog altijd onderbelichte rol in het bij elkaar brengen van The Beat Poems. Via zijn underground tijdschriften bracht hij bijvoorbeeld Jack Kerouac en Allen Ginsberg samen, nadat laatstgenoemde een lang en intrigerend gedicht op toiletpapier als kopij had ingestuurd.
Scene 2: Een Afro-Amerikaanse professor in een net huis dat telkens oplicht door explosies. Terwijl hij met zijn blanke vrouw Grace een pijnlijk gesprek voert, vechten Afro-Afrikaanse activisten buiten een bloederige strijd. Boven slapen de kinderen.
Aan het eind van het toneelstuk ‘The Slave’ waaruit bovenstaande scene komt, zijn de kinderen dood. ‘They’re dead’ schreeuwt de professor tegen zijn vrouw die het niet kan geloven. In werkelijkheid verliet Jones zijn blanke vrouw en hun kinderen, trok naar een zwarte wijk en radicaliseerde in korte tijd. Zijn derde dichtbundel liet een heel andere dichter zien. Een die zich voortaan Amiri Baraka noemde en van zich afbeet. Hij schreef: ‘All poems are bullshit unless they are teeth’.
Baraka speelde een belangrijke rol in de radicalisering van de jazz eind jaren zestig. Het zwarte nationalisme dat zich meer uitte in een toenemende belangstelling voor de Afrikaanse wortels. Veel kwam uit zijn koker. Iemand als Archie Shepp werd sterk door hem beïnvloed.
In plaats van zelf bommen te leggen, werd het theater in de Afro-Amerikaanse gemeenschap waar Baraka was gaan wonen en er zich met zijn tweede vrouw met hart en ziel op toelegde, meermaals bestookt door vermoedelijk de C.I.A. Baraka werd persona non grata. Een prominent op de ‘wanted’ lijst van de politiediensten, niet langer serieus genomen door critici. Een van hen noemde hem ‘the biggest waste of talent in American literary history.’
Al die jaren is Baraka politiek, jazz en literatuur blijven verbinden. Hij maakte een bebopopera met David Murray, las zijn gedichten vaak met muziek erbij. Een enkele keer op een cd onder eigen naam, maar ook bij bijvoorbeeld Hugh Ragin, Sunny Murray en het New York Art Quartet. Op de eerste plaat van laatstgenoemde leest hij zijn ‘Black Dada Nihillismus’, de stem opvallend zacht met een vriendelijkheid die wordt weggedrukt door een verbeten woede; ‘rape the white girls, choke my friends.’
Twee dagen voor zijn zevenenzeventigste verjaardag staat Amiri Baraka in het Bimhuis. Het tegenovergestelde van een sell-out. Iemand die zijn eigen koers bepaalt, vriend en vijand van tijd tot tijd tegen zich in het harnas jaagt, maar ook iemand die geweldige poëzie heeft geschreven en als jazzcriticus weinig gelijken kent. Er is maar één Amiri Baraka. Nog wel. Ga hem zien, hoor hem toe.
Amiri Baraka Speech Quintet, 5 oktober 2011 Bimhuis Amsterdam
Met: Rob Brown altsax, Dave Burrell piano, William Parker bas, Pheeroan AkLaff drums
'Obama Poem'
door Amiri Baraka, met saxofonist Rob Brown
21 februari 2009, New York
