Een nieuwe ode aan barokmeester Purcell
CONCERTRECENSIE. Accordeonslag: project ‘Hark’. Zeven accordeonisten & sopraan Lizet van Beek, Paradox Tilburg, 21 maart 2007
beeld: Stef Mennens
door: Rinus van der Heijden
Zo moet het er vroeger hebben uitgezien aan de Engelse hoven in de zeventiende eeuw. Een zangeres die volkomen ontspannen verhalen vertelt en daarop aan de slag gaat met de muziek van hofcomponist Henry Purcell. De muziek van dit monument uit de barokmuziek klinkt tegenwoordig plechtstatig. Maar teruggeplaatst in de tijd is het muziek die koningen en koninginnen vermaakte.
Lizet van Beek, Otine van Erp, Ronald van Overbruggen
Die sfeer werd woensdagavond benaderd door de accordeonisten Ronald van Overbruggen, Otine van Erp, Renée Bekkers, Pieternel Berkers, Stanislav Jusufovic, Niek van Uden en Foppe Jacobien en één sopraan: Lizet van Beek. Een bijzondere samenstelling en daarmee tevens hét grote verschil met drie eeuwen geleden: toen bestonden er nog geen accordeons en werd zo’n zangeres begeleid door strijk- en blaasinstrumenten.
De afwijkende combinatie van accordeonisten en sopraan is een idee van de Nederlandse, in Gent werkende componist en arrangeur Dick van der Harst. Hij bracht de musici samen in het project ‘Hark’ om zo de muziek van Purcell in een andere context te plaatsen. Het was wennen. In het begin van het concert voegden de accordeonisten zich braaf volgend achter de zang van Lizet van Beek. De meerstemmigheid van Purcells composities, stak pas tegen het einde de kop op en toen pas werd het concert interessant.
Natuurlijk is het zo, dat bij gebruik van een ander instrumentarium, muziek anders gaat klinken dan waarvoor zij oorspronkelijk is gecomponeerd: vedels, celli en trompetten. Daar zat ook niet het manco. Veel meer in het gegeven dat de klankkleur van elke accordeon niet voldoende was uitgebuit. Vreemd, omdat tegen het einde van dit toch gedenkwaardige concert, het glorieuze van Purcells muziek wel doorbrak. Plots bleek dat accordeons het triomfantelijke van trompetten evengoed kunnen voortbrengen. En - hoe mooi gevonden - ook doedelzakklanken die de finale van dit opvallende concert inluidden.
En dan was er natuurlijk als aanvoerster van de troep, sopraan Lizet van Beek. Trefzeker, zelfbewust en prachtig zingend leidde zij de zeven accordeonisten door het oeuvre van Henry Purcell. Haar dictie, houding en doordringende stem deden de muziek van de Engelsman alle eer aan. Samen met het fenomeen van de accordeons en háár aandeel, betekende ‘Hark’ een nieuwe, indringende ode aan Henry Purcell.
