Chick Corea weigert zelfs in de toegift hokjesindeling
CONCERTRECENSIE. Concertzaal Tilburg, Chick Corea met Amsterdam Sinfonietta, 12 januari 2007
door: Rinus van der Heijden
Zelden is een toegift op zo’n verrassende gebeurtenis uitgelopen als die van na het concert van Chick Corea en Amsterdam Sinfonietta, vrijdagavond in Concertzaal Tilburg. Op een blues van Joe Henderson ontstond een jamsessie. Een normaal verschijnsel in de wereld van de jazz. Maar bij klassieke uitvoeringen een onbekend fenomeen. Toch namen hier solisten uit het ‘klassieke’ orkest, als trompettist en fluitist aan dit spontaan ontstane initiatief deel en ontpopte jazzpianist Corea zich ook nog als drummer.
Het was het slot van een concert, waarmee jazzlegende Chick Corea duidelijk maakte dat muziek geen grenzen kent. Een Nederlander kan kennelijk niet leven, als hij vooraf niet alles in hokjes heeft ingedeeld. Corea maakte daar korte metten mee. Plus aan het gekissebis dat al een week woedde in dit land: speelt hij tijdens deze tournee nu klassiek of jazz?
Beide dus. In het ‘Pianoconcert nr. 24 in c’ van Mozart hield de pianist zich behoorlijk aan de partituur. Maar hij schiep ook mogelijkheden voor eigen inbreng. Zo wisselde een spelende Corea aan het begin speelse blikken met concertmeester Candida Thompson. En in een lange solo vergleed de eeuwenoude partituur in een eigentijdse visie en aanpak van de pianist. Het ‘Larghetto’ van het Pianoconcert zette Chick Corea zo naar zijn hand, dat het glimlachjes van verbazing ontlokte bij de orkestleden. Zoals ook gebeurde in het afsluitende ‘Allegretto’, waar de pianist met de linkerhand swing onder zette en het lachende Amsterdam Sinfonietta hem mee de finale in sleurde.
Andere koek
Corea’s eigen ‘Pianoconcert nr. 2 – The Continents’ was heel andere koek. Het was afgeleid van voornoemd Mozart-concert. Dat afgeleide bestond er echter uit, dat Corea, net als Mozart een dikke twee eeuwen geleden deed, improviseerde op zijn instrument. Componeren is immers niets anders dan met muzieknoten improviseren en dat gevondene dan vastleggen.
In zijn eigen Pianoconcert ging Corea met zijn kwartet volstrekt zijn eigen gang. Amsterdam Sinfonietta was er slechts voor de sfeertekeningen en uitbreiding van het klankenpalet. Er klonken zes delen, elk vernoemd naar een werelddeel. Samengevat was dit Pianoconcert eigenlijk gewoon muziek voor klassiek jazzkwartet. Dat maakte het niet erg spannend, omdat Corea c.s kozen voor modale jazz. Amsterdam Sinfonietta had daar wat aan kunnen doen. Het orkest werd echter teveel aan de zijlijn gehouden. Pas in het laatste deel ‘Antarctica’ werden opstandig lage koperinstrumenten ingebracht, klonken er vette tutti’s en smeedden orkest en jazzkwartet de broodnodige eenheid.
En toen volgde dan die gedenkwaardige toegift.
