Marc Ribot maakt van imperfecties een genot CONCERTRECENSIE. Marc Ribot & Lucien Dubuis Trio, VERA Groningen, 26 oktober 2011 Niet dat het Zwitserse punkjazzgezelschap van het Lucien Dubuis Trio hem écht het vuur aan de schenen legt. Daarvoor is er te veel respect voor Ribot, die opvallend veel mensen naar de Groningse Vera weet te trekken. Wellicht heeft dat iets te maken met zijn wederom essentiële bijdrage aan ‘Bad As Me’, de nieuwste, fraaie plaat van Tom Waits. Zie ook:
beeld: Willem Schwertmann
door: Tim Sprangers
Al breekt de hel los met verwoestende bliksemschichten en onophoudelijk gedonder. Al raast een kilometerslange goederentrein door een stoomlocomotief aangedreven voorbij: Marc Ribot legt er zonder moeite een solo bovenop. Sterker nog, hij denigreert de herrie tot beschaafd achtergrondgeluid, dankzij zijn allesvernietigende, relativerende gitaargeweld met een ijzeren karakter.
![]()
Marc Ribot trad in het Groningse VERA op met het trio van blazer Lucien Dubuis.
Maar als het trio op stoom is, de onregelmatige ritmes door de basgitaar van donkere metalkleuren worden voorzien en de wat houterige drummer flink staat te hakken, zie je Ribots normaal naar beneden gerichte ogen boven zijn bril uitkomen, met een zoekende blik naar saxofonist/contrabasklarinettist Dubuis: mag ik nu weer? Natuurlijk, met alle liefde, is telkens het antwoord van Dubuis, terwijl de gitarist zijn volumeknop reeds heeft opengedraaid en zich lichamelijk al heeft gestort in een scheursolo. Hij zit, maar zijn bovenlichaam schudt hevig op en neer. De lange lederen jas veegt over de grond.
Een intense beleving dus, voor muzikanten en publiek, deze openingsact van SoundsOfMusic, het festival ‘voor nieuwsgierige oren’. Maar niet altijd even goed, want dat het trio weinig optreedt met Ribot blijkt geregeld uit de onwennigheid van de gitarist met de soms wat complexe composities, die overigens ook lang niet altijd even spannend zijn. Zeker als er een simpele groove wordt ingezet die alle muzikanten wel erg rommelig invullen. Alleen Ribot zelf doet het met een glimlach én met overtuiging.
Dat is een punt waar veel over gediscussieerd wordt betreffende het spel van Ribot: hij bezit over een indrukwekkend aantal technieken, maar de uitvoering en benadering is vaak verre van verfijnd. Dat blijkt ook uit het eerste half uurtje, als Ribot een geleende resonatorgitaar ter plekke uittest. Hij speelt enkele stukken van zijn solo-album Silent Movies (2010), en richt zich hierop vooral op klankkleurexperimenten in plaats van het fabriceren van netjes geplaatste noten. Dat is Ribot ten voeten uit: hij vertelt zijn verhalen met expressie en persoonlijkheid en laat zich inspireren door omgeving en ingeving. Dit gebeurt met linkerwang bijna in de klankkast, verdronken in zijn instrument. Nee, geen mooie opvolging van akkoorden, maar elke noot bepaalt hij spontaan, op het moment zelf. Zijn muziek is menselijk en daarom een genot om te beleven.
© Jazzenzo 2010