Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Met Archie op de hotelkamer

COLUMN
door: Rinus van der Heijden

Archie Shepp is een van de hoofdgasten van het festival Stranger Than Paranoia, dat zich traditiegetrouw tussen kerst en nieuwjaar afspeelt in muziekpodium Paradox in Tilburg. Toen ik dat las borrelden spontaan twee herinneringen naar boven.

De eerste. Het was eind jaren zeventig dat de Amerikaanse tenorsaxofonist weer eens naar Nederland kwam. Tijd voor een interview derhalve. Tijdens een telefoontje naar Amerika spraken we af in hotel Cocagne in Eindhoven. Op de dag van de afspraak meldde ik me om vier uur ’s middags aan de hotelbalie. Ik mocht doorlopen naar Shepps kamer.

Daar wachtte een enorme, maar minder aangename verrassing. Toen ik de kamerdeur opende, sloeg een enorme rookwalm me in het gezicht. Shepp was nauwelijks te onderscheiden. Hij lag lui achterover in een leunstoel met rood doorlopen ogen en een enorme joint in zijn hand. Een normaal gesprek was niet mogelijk. “Over muziek spreek ik niet”, orakelde hij. “Muziek speel ik.” Waar hij het wel over had was de strijd van de zwarte man tegen de onrechtvaardige blanke wereld en de kracht van muziek om daar iets aan te doen. Althans, dat meende ik uit het gewauwel van de apestonede jazzmusicus op te maken.

De tweede herinnering: het zal zo’n tien jaar later zijn geweest, toen ik ’s nachts zappend bij een Duitse televisiezender uitkwam. Er werd een concert uitgezonden van een bigband, waarvan ik de naam nu kwijt ben, maar waar het allemaal te doen was op de uiterste rechterflank. Daar zaten gebroederlijk naast elkaar Archie Shepp en zijn zwarte strijdmakker Lester Bowie. De trompettist was zoals altijd gestoken in een witte doktersjas. Die contrasteerde sterk met de wezenloze blik in zijn ogen. Shepps ogen hingen eveneens op half elf. Voor de schijn stonden twee flesjes bronwater aan de stoelpoten, maar het was duidelijk dat Shepp en Bowie daarvan niet in de staat waren geraakt, waarin ze verkeerden.

Terwijl het bigbandgeweld zich achter hen afspeelde, zaten ze onderuitgezakt met elkaar te converseren. Je kon echter zíen, dat zo’n basale menselijke impuls hen niet eens afging. Voor soli moesten ze worden gewekt, waarbij minstens de flesjes bronwater en een stoel omver gingen. Het was alles bijeen een beschamende vertoning.

Archie Shepp is altijd een van mijn jazzfavorieten geweest. Ga je door de twee hierboven beschreven gebeurtenissen nu anders over zo’n musicus denken? Nee. Want Shepp heeft zich zolang hij leeft – en dat is al zeventig jaar – ontpopt als een musicus met een eigen mening én eigen geluid. In de jaren zestig vierde hij vrije experimenten door met bijvoorbeeld The New York Contemporary Five, schreef revolutionaire artikelen in om wat te noemen DownBeat, waarin hij de oorlog in Vietnam neersabelde, sloot zich aan bij John Coltrane voor diens onnavolgbare album ‘Ascension’ en schreef in 1968 op het jazzfestival van Donaueschingen geschiedenis toen hij aantrad met twee trombonisten: Roswell Rudd en Grachan Moncur.

Bij Archie Shepp ging alles andersom. Hij trad aan als vertolker van de free jazz. Groeide er niet zoals bijna iedereen, naar toe. Hij was een revolutionair die dat meteen in zijn muziek tot uitdrukking bracht. In die hoedanigheid wilde hij niets weten van modale jazz. Keurde die geen blik waardig. Maar toch, als zwarte muzikant, ging hij uiteindelijk ook op zoek naar zijn wortels. Om al snel uit te komen bij Duke Ellington, blues en al het andere van de jazztraditie. Shepp ontdekte de schoonheid ervan, transplanteerde die in zijn spel. Om daarmee zijn mogelijkheden eindeloos uit te breiden.

Wie thans naar Shepp luistert, hoort zeker sleet op zijn spel. Dat hoort echter bij jazzmuziek, maakt haar alleen maar mooier. Er zijn mensen die de vroege Billie Holiday mooier vinden dan de latere, kapotgeleefde zangeres. Feit is dat je het leven met al zijn verdriet terughoort in Holidays vertolkingen. Dat hoor je bij Archie Shepp ook. Alle drank en dope zijn nodig geweest om van Shepp de musicus te maken die hij nu is. Al in 1969 vertolkte hij Ellingtons ‘Sophisticated Lady’. Nu nog. Mooier? Anders, raadselachtiger, eigenzinniger, ontroerender.

Archie Shepp is daarom meer dan welkom op Stranger Than Paranoia.


© Jazzenzo 2010