Lid in de Orde van Oranje Nassau, hoe nu verder? COLUMN Hij is blij met beide prijzen, dat is zeker. Zoals hij ook blij was met de Podiumprijs en de Boy Edgarprijs, twee onderscheidingen die hem ten deel vielen uit het veld, zijn veld: de jazz- en improvisatiemuziek. De jongste twee prijzen komen van buiten. Misschien dat Paul van Kemenade eerst dertig jaar beroepsmusicus moest zijn om laureaat in het kwadraat te worden. De beroepsgroep had zijn kwaliteiten gelukkig al eerder onderkend.
door: Rinus van der Heijden
Hij is ‘unnen gewone mens’, zoals ze in Brabant zeggen. Althans, tot voor kort. Want op 16 december werd hij Lid in de Orde van Oranje Nassau en dan is het gedaan met ‘zo’nen gewone mens’. Drie weken later was het weer raak: toen kreeg de Tilburgse altsaxofonist, componist, bandleider en concertorganisator Paul van Kemenade ook nog eens de Anthony Kokprijs. Deze prijs wordt uitgereikt aan een persoon die gedurende langere tijd op onconventionele wijze heeft bijgedragen aan het kunstklimaat van Tilburg. De onderscheiding in de Orde van Oranje Nassau kreeg de 50-jarige jazzmusicus voor de verdiensten die hij met zijn muziek schonk aan de gemeenschap. ‘Zijn opvallende prestaties zijn voor de samenleving van bijzondere betekenis’, zo vond de koningin.
Er zijn in Nederland niet veel jazzmusici die met lintjes rondlopen. Het is er de muziek ook niet naar. Als je Lee Towers heet of Ronnie Tober, dan komen ze gemakkelijk aanwaaien, die kleinoden. Zulk soort onderscheidenen zijn dan ook vrijwel altijd van een hogere rang: Lid is maar een Lid, Ridder of Officier, daar wordt lustiger mee gewapperd. Als je dan toch zo’n ding opgespeld moet krijgen, dan ben je als jazzmusicus beter af als Lid. Dan weet je tenminste dat je nog een beetje met serieuze muziek bezig bent. Want je zult maar ingedeeld worden als Ridder in de Orde van de Kikker in je Keel of Officier in de Orde van de Kwelende Huilebalk, kennelijk ook al deel uitmakend van de Orde van Oranje Nassau.
Natuurlijk, de koningin wikt en beschikt. Omdat zij als geen ander weet dat het volk brood en spelen wil, krijgt dat volk wat het verdient: Lee Towers en Ronnie Tober. En omdat het volk vindt dat die twee prachtig kunnen zingen, is de koningin wederom niet te beroerd het volk tegemoet te treden en de twee volkslievelingen op een verhoog te plaatsen. Officier of Commandeur, je hoeft er even weinig voor te kunnen als de voorzitter van hengelsportvereniging Pak ‘m Beet of de prikkeldraadhersteller van speeltuinvereniging Zwevend Vooruit.
Paul van Kemenade heeft dus geluk gehad. Hij is Ridder 6e Graad, oftwel Lid in de Orde van Oranje-Nassau. De man die door zijn muziek, zo druipend van lyriek, mensen kan laten huilen; zijn muziek, de jazz en improvisatiemuziek op allerlei manieren onder het volk brengt; niet te beroerd is met een harmonie-orkest in een deftige concertzaal te staan; het Afrikaanse continent muzikaal aan het Europese koppelt; een strijkkwartet verbindt aan zijn eigen kwintet; hij staat nu aan de onderste sport van de koninklijke ladder. De vraag zou derhalve kunnen luiden: gaat hij hogerop? Met het risico tussen de Lee Towersen en Ronnie Tobers terecht te komen? Wij geven hem het dringende advies te blijven zitten waar hij zit. Omdat zijn muziek echt teveel schittert om de volkslievelingen zelfs maar in de schaduw te stellen.
© Jazzenzo 2010