Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Al Foster doet niet moeilijk

CONCERTRECENSIE. Bimhuis Amsterdam, Al Foster Quintet, 22 juli 2007 
beeld: Jojanneke Claessen
door: Mischa Andriessen

Zelfs in de tijd waarin zelfs het alleronbenulligste voor Miles Davis voldoende was om in grote woede te onsteken en zijn bandleden bij bosjes te ontslaan, bleef Al Foster jarenlang zijn vaste drummer. Flexibel is hij zeker, Foster. Hij geeft zijn muzikanten alle ruimte en hij heeft een zeldzaam relaxte timing. Bovendien is hij er ogenschijnlijk de mens niet naar om Amok te maken. Heel gemoedelijk, zo komt hij over en was ook de muziek die hij met zijn kwintet in het Bimhuis ten gehore bracht.


Invalskracht Aaron Goldberg, drummer Al Foster en contrabassist Doug Weiss in het Bimhuis - klik op foto

Het meeste lef toonde hij in de keuze van de nummers die hij met zijn groep speelde. Niet omdat die nummers heel experimenteel of zelfs ook maar in de verte avontuurlijk zijn, maar omdat juist omdat de composities die hij had uitgekozen om te vertolken zulke geijkte jazzklassiekers zijn dat je ze zelden hoort omdat niemand ze op de planken durft te brengen. Miles Davis’ “So What” en Herbie Hancocks “Cantaloupe Island” bijvoorbeeld. Zo bekend dat zij bijna verboden terrein zijn geworden en het daarom een grote verrassing was ze in het Bimhuis uitgevoerd te horen worden.

Opzienbarend waren die uitvoeringen niet. Het kwintet speelde kundig en gedegen, al was het samenspel tussen saxofonist Eli Degibri en trompettist Eddie Henderson niet vlekkeloos (het is altijd een teken dat het niet lekker loopt als iemand voortdurend aan zijn instrument zit te prutsen, even wat bijbuigen, even een buisje uitblazen en steeds die blik: het ding doet niet wat ik wil). Hun solo’s waren echter wel weer heel goed en vooral de jonge Israëlische saxofonist bewees met energiek spel zijn talent.

Als pianist stond Kevin Hays aangekondigd, maar in zijn plaats verscheen Aaron Goldberg. Hays is een wat eigenzinniger muzikant die misschien nog voor een onverwachte wending in een enkel nummer had kunnen zorgen. Het schoolse spel van Goldberg is daarentegen tamelijk voorspelbaar, al waren zijn invallen altijd speels en vrolijk en bij vlagen zelfs virtuoos. Doug Weiss is een betrouwbare bassist die zelf niet op de voorgrond treedt, maar door Foster in de schijnwerpers werd geplaatst als “The most important man in the group”. Om daar lachend aan toe te voegen: “Most important for me”.

Zelf deed Foster het rustig aan. Geen machtsvertoon, geen mannetjesgedrag. Hij had geen behoefte om de bandleider te spelen noch om een reputatie te bevestigen of een show weg te geven. Foster was gekomen om een lekker potje te drummen, iets wat hij natuurlijk als geen ander kan. Hij speelde nummers die hij graag hoort en genoot van het enthousiaste spel van zijn merendeels jonge bandleden en van de aandacht van het in grote getale toegestroomde publiek. Dat kreeg daar vakkundig uitgevoerde, maar ongecompliceerde muziek voor terug en het overgrote deel genoot. 


© Jazzenzo 2010