Fusion in de breedste zin sluit festival Stranger Than Paranoia af STRANGER THAN PARANOIA. Slotavond. Vienna Art Orchestra, Oi Va Voi, popcentrum 013 Tilburg, 30 december 2007 Stranger Than Paranoia werd zondag afgesloten met een extra avond in popcentrum 013. Stond tijdens de voorgaande avonden van het muziekfestival in muziekpodium Paradox, improvisatie in al zijn verschijningsvormen centraal, nu was de focus gericht op fusion. Daarvoor waren uitgenodigd het Vienna Art Orchestra en Oi Va Voi, twee op papier al volstrekt tegengestelde gezelschappen, maar in hun uitvoering evenveel lijkend als de Euromast op De Efteling. Fusion derhalve in de breedste zin. Oi Va Voi, met gitarist Nik Ammar en zangeres Bridgette Amofah, en Vienna Art Orchestra onder leiding van Mathias Rüegg sloten de vijftiende editie van Stranger Than Paranoia af - klik op foto's Het Vienna Art Orchestra had zich tot taak gesteld muziek uit de Straussdynastie, muziek van componisten die zo’n honderdvijftig jaar geleden leefden, in een eigentijdse winterjas te hijsen. Dat dynastie moest je overigens wel met een korreltje zout nemen. Je verwacht immers dat dan de familie Strauss voorbij marcheert, maar ook Franz von Suppé en Johannes Brahms kregen een plaatsje in de eregalerij van Mathias Rüegg. Hij is leider en arrangeur van al dat klassieke werk dat nu voor het Vienna Art Orchestra hapklaar moest worden opgediend. Dat lukte niet helemaal. Het begin van het concert was hoopvol. Johann Strauss’ ‘Die Fledermaus’ kwam onherkenbaar uit het massale groepsgeluid van deze 21 personen tellende bigband. Het collectief werkte zich echter verrassend en bewonderenswaardig naar het thema toe. Dat werd diverse malen wisselende tempi in gesleurd, waardoor deze operetteklassieker telkens een nieuw gezicht kreeg. Dit huzarenstukje was echter eenmalig. De polka’s, marsen en walsen en zelfs Brahms’ ‘Hongaarse Dansen’ verzandden in een te grote ijver van arrangeur Rüegg. Je kunt iets mooi willen maken, maar als daar het woordje té voor komt staan, dan verdrink je in je eigen schoonheid. Het lag derhalve aan zijn leider en arrangeur dat het Vienna Art Orchestra zijn eigen barricades opwierp. Met de individuele kwaliteiten van de solisten, zoals de Nederlandse altsaxofonist Joris Roelofs in een wals van Von Suppé, was niets mis. Violiste Anna Phoebe, Vienna Art Orchestra, Bridgette Amofah in 013 - klik op foto's Toch viel het optreden van Oi Va Voi niet echt tegen. De live ingebrachte klanken van vooral viool en de zang van de charismatische Bridgette Amofah, gemengd met klarinet, trompet, melodica, percussie, basgitaar, gitaar en slagwerk brachten warmte in de muziek. En hoewel het septet er alles aan deed om te laten zien hoezeer het zijn best deed, bezieling kreeg deze Engelse band er niet echt in. De jubileumeditie van Stranger Than Paranoia was er een om in te lijsten. Archie Shepp, Rita Reys en Louis Sclavis waren de verwachte boegbeelden van deze vijftiende uitvoering. Op een enkel concert na was alles wat rond deze kanonnen zwierf, ook van een aangenaam en verrassend karakter. Initiatiefnemer Paul van Kemenade, die met zijn kwintet op de openingsavond voor de eerste klapper zorgde, kan wat het publiek betreft opstomen naar volgende edities. Het festival was wederom een aantal avonden vet uitverkocht, het beste teken dat het publiek zijn weg heeft gevonden naar deze pot met goudstukken aan het einde van de improvisatieregenboog.
beeld: Marcel Mutsaers
door: Rinus van der Heijden
Oi Va Voi
Pop, klezmer, Balkanklanken, drum&bass, dance, het zit allemaal besloten in het concept van Oi Va Voi (jiddisch voor ‘O Mijn God’). Elektronica ook, teveel elektronica, waardoor dit concert tot muziek in een doosje verwerd. Dat begon al bij de opkomst, toen massale synthesizerklanken en samples de zeven musici naar het podium wenkten. Later herhaalde dit ritueel zich regelmatig. Bakken vol echo, effectbejag en kitsch werden hiermee over het publiek uitgestrooid. Dat daar overigens helemaal niet om maalde.
© Jazzenzo 2010