Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Wouter Hamel: entertainer in spijkerbroek en op gympen

CONCERTRECENSIE. De Spiegeltent Gouda, Wouter Hamel & band,  6 januari 2008
beeld: Hermen Buurman
door: Jan Horstink

De vraag of de jonge vocalist Wouter Hamel nu een echte crooner is, doet eigenlijk niet zo ter zake. Evenmin als de vraag of zijn muziek als jazz of pop moet worden betiteld. Hamels muziek is zeker geen onversneden jazz, maar zuivere popmuziek is het ook niet. Laten we het dus maar houden op een uitgebalanceerde mix. Zijn aanstekelijk swingende liedjes liggen in elk geval gemakkelijk in het gehoor en slaan daarom aan bij een sterk groeiende schare fans. Daarbij komt nog dat Hamel een geboren entertainer is die het publiek gedurende een heel concert moeiteloos in zijn ban weet te houden.

Sven Happel, Wouter Hamel en Gijs Anders van Straalen in Gouda - klik op foto's

Zondag 6 januari trad Wouter Hamel met zijn band op in een letterlijk tot de nok gevulde Spiegeltent in Gouda. Zijn optreden was het vierde in de reeks concerten die de Goudse stichting JazzXperience in het seizoen 2007-2008 organiseert in de sfeervolle ambiance van de uit 1912 daterende Spiegeltent. De zanger, gekleed in spijkerbroek, t-shirt, giletje en op gympen, voelde zich duidelijk thuis tussen het pluche, mahoniehout en de spiegels van het ronde zaaltje, en de sfeer zat er dan ook meteen na het openingsnummer stevig in.

Dat zijn muziek inderdaad een slimme middenweg bewandelt tussen jazz en pop bleek uit het feit dat hij de wat populairdere nummers van zijn CD Hamel afwisselde met een aantal ijzeren standards. Weliswaar in een karakteristiek eigen arrangement gestoken, maar ontegenzeggelijk jazz. Het tweede nummer was bijvoorbeeld Whisper Not in een latin jasje gestoken. Zichzelf begeleidend op een lullig Spaans gitaartje gaf hij vervolgens een gevoelige vertolking van While I’ll be gone.

Wouter Hamel begon zijn muzikale loopbaan in de rockmuziek. Op de Utrechtse Hogeschool voor de Kunsten maakte hij echt kennis met jazz, zowel via docenten als CD’s van een aantal vocale jazzgrootheden. Zo werd hij bewonderaar van zangers als Jon Hendricks en Mark Murphy. In 2005 won hij het Nederlands Jazz Vocalisten Concours, waarna hij veel belangstelling van radio en tv kreeg. In datzelfde jaar stond hij voor het eerst op het North Sea Jazz Festival.

In de Spiegeltent vervolgde Hamel zijn concert met een super swinger, In walked Bud, waarin de spetterende solo van de geen seconde stilzittende pianist Pieter de Graaf de climax vormde. Ook de andere leden van zijn uiterst strak spelende begeleidingsband hadden duidelijk plezier in dit nummer dat stampte als een stoomtrein: Sven Happel op contrabas, Gijs Anders van Straalen op percussie en Jasper van Hulten op drums.

Een Ray Charles-achtige versie van I’m coming home, met Wouter Hamel achter een bijna antieke Wurlitzer piano bracht daarna ook een portie rhythm & blues in het concert. Het volgende nummer, zo kondigde de crooner in spijkerbroek met enige trots aan, was er eentje van eigen hand dat zelfs door een Idols-finalist was gezongen. Het ging om het hitnummer Breezy. Een nummer van Kurt Weill, Lonely House, begon als een ingetogen ballad, maar leidde bijna sluipenderwijs naar een sterk ritmisch hoogtepunt.

In A distant melody, weer een zelf geschreven nummer, bespeelde Wouter Hamel een draagbaar mini-clockenspiel, verpakt in een blauw plastic speelgoedkoffertje. Het laatste nummer voor de pauze was Jody, een rhythm & bluesnummer in de hoogste versnelling. Na de pauze volgde nog een reeks voornamelijk eigen nummers als Details en Interpretation of love met veel tempowisselingen in een setting die aan de roemruchte motown sound uit de jaren ’60 deed denken. Hoogtepunt was het schattige liedje Fantastic waarin de vocale kunsten van Wouter werden begeleid door de band in ‘uitgeklede’ bezetting: Pieter de Graaf op het clockenspieltje, Sven Happel met zijn stem als bas, Gijs Anders met sambaballen en Jasper van Hulten op de Cajon.

Vocalist Hamel pretendeert absoluut niet moeilijke jazz te maken, maar juist vrolijke, swingende liedjes. Op zijn album wordt hij onder anderen begeleid door de ervaren altsaxofonist Benjamin Herman die met zijn op latin ritmes gebaseerde nu-jazz ook in staat is een jong publiek aan te spreken. Gaandeweg het concert werd Hamels stem steeds krachtiger en verdween zijn aanvankelijke schroom. Dat bleek zeker bij de slotnummers van het concert, Cheap Chardonnay en de hit Don’t  Ask, overigens een van de kwalitatief minst geslaagde liedjes. De toegift bestond uit twee meezingers: Filthy McNasty en Hallelujah I love you so.


© Jazzenzo 2010