Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Sanders huilt, Sanders lacht

CONCERTRECENSIE. Pharoah Sanders Quartet, Bimhuis Amsterdam, 27 januari 2008
beeld: Ger Koelemij
door: Mischa Andriessen

Pharoah Sanders is een krachtpatser én een softie. Een man die vele tegenstellingen in zich verenigt en daardoor onvoorspelbaar is en blijft. Wat moet je verwachten van een zevenenzestigjarige die kan bogen op een lange maar wisselvallige carrière?

Saxofonist Pharoah Sanders speelde afgelopen weekend tweemaal in een uitverkocht Bimhuis. Op 8 februari speelt Sanders in Lantaren Venster - klik op foto's

Dat de oude Sanders nog wel degelijk tot veel moois in staat is, bewijst bijvoorbeeld zijn bijdrage aan het recente “Beyond the wall” album van Kenny Garrett. Een cd waarop Sanders als vanouds gloedvol speelde met dat brede, hees geschreeuwde geluid en die altijd warme, liefdevolle kern.

Sanders is dus een man met verschillende gezichten. Zo erg, dat het publiek in het uitverkochte Bimhuis zich herhaaldelijk moet hebben afgevraagd of het wel dezelfde man aan het werk zag. Het zou een gevalletje jet lag kunnen zijn, maar in elk geval was het verschil tussen de Sanders voor de pauze en die daarna levensgroot.

Het optreden begon tamelijk hoopvol. De eerste tellen zijn sowieso altijd in het voordeel van de legende. Staren naar dat Lincoln-achtige maangezicht met de stugge haardos en de recht afgeknipte, grijze baard, naar de markante olifantenogen, naar het brede bovenlijf en de mager geworden benen. De imposante verschijning van foto’s bleek veel kleiner dan gedacht. Zijn manier van lopen deed aan Sonny Rollins denken, maar dan wel het moeizame ervan en niet heet getergde. Dan de eerste tonen, de opluchting; gelukkig hij kan het nog! Dan wat je vreesde. Sanders die het al vlot voor gezien houdt en naar de rand van het podium strompelt. Lange solo’s volgen, maar niet van Sanders.

Pharoah Sanders Quartet in Bimhuis - klik op foto's

Eerst de band dan maar. Drummer Joe Farnsworth toonde zich een bedreven erfgenaam van Elvin Jones. Heel veel energie, te veel kracht. Hij speelde vaak te hard en bracht de muziek daarmee dikwijls uit balans. Bassist Nat Reeves maakte weinig indruk. Het tegendeel van een uitslover. Zeker als hij soleert niet iemand die blijk geeft van een grote ideeënrijkdom. Dat laatste is juist de kracht van pianist William Henderson. Sanders kon zo lang in de kleedkamer blijven als hij wilde, Henderson versaagde niet en bleef variaties vinden. Een uitstekende pianist met veel originele ingevingen in zijn spel die door de vele, lange solo’s die hij moest spelen en de prominente plaats van veel Coltranemateriaal op de setlist echter wel erg de McCoy Tyner richting werd opgeduwd.

Dat was de eerste set waarin Sanders heel af en toe zijn vermaarde boventonen blies, maar het publiek ondanks de grote inzet van met name Farnsworth en Henderson een matte bedoening voorgeschoteld kreeg. Sanders maakte een onrustige en ongelukkige indruk. Meermaals gebaarde hij droevig kijkend naar de geluidstechnicus dat hij zichzelf niet kon horen. In de pauze werd er een monitor bijgeplaatst waardoor het euvel na verloop van tijd verholpen werd. Mogelijk daardoor verscheen ineens een heel ander mens, een andere muzikant op het podium. De zon brak door op zijn gezicht, Sanders ging dansen, klappen, zingen, roffelde zich eens flink op de borst en zette de hysterisch overgeblazen noten van het enerverende “You gotta have freedom” in.

Het publiek greep de kans op redding van een tot dan toe moeizaam verlopen optreden met beide handen aan. Applaudisseerde toen Sanders als een limbodanser door de knieën ging en gaf hem het met zoveel moeite hervonden enthousiasme dubbeldik terug. De opzet week weliswaar weinig af van die voor de pauze, maar Sanders speelde tenminste. De krachtexplosies van weleer behoren grotendeels tot het verleden, maar helemaal verdwenen zijn ze niet. De prachtige toon in het kalmere, lyrische werk is wel volledig gebleven, al liet hij het dan weinig horen. Of die geïnspireerde momenten voldoende aanwezig waren om wat minder ging te compenseren, zal iedere bezoeker voor zich anders beoordelen, maar Sanders kan nog altijd tenor spelen alsof iemand dikke, zwarte gordijnen optrekt en de kamer ineens baadt in het licht.      


© Jazzenzo 2010