Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Bik Bent Braams “Extremen”; leuk concept, maar vooral lekkere muziek

CONCERTRECENSIE. SJU Jazzpodium Utrecht, Bik Bent Braam, 9 februari 2008
beeld: Stef Mennens
door: Mischa Andriessen

Zou hij nog bestaan; de viewmaster? Een plastic apparaatje dat als het ergens mee moet vergelijken, nog het meest op een verrekijker leek. Aan de bovenkant zat een sleuf waarin je een ronde, plastic schijf met plaatjes deed. Rechts zat een schuif waarmee je de beelden voor- of achteruit kon bewegen.

Bik Bent Braam in SJU Jazzpodium sferisch en gevoelig dan weer lekker plat en lomp - klik op foto

De muziek die Bik Bent Braam in zijn nieuwste project “Extremen” brengt, herinnert aan zo’n viewmaster, maar dan een die gevuld is met op zichzelf staande plaatjes en niet met een aan de logica gehoorzamend verhaal. Pianist Michiel Braam componeerde dertien stukken waarvan niet alleen de volgorde, maar ook de manier van spelen door de muzikanten wordt bepaald. Dat doen ze door voor het publiek onbegrijpelijke, maar wel leuk uitziende regieaanwijzingen. Veel zwaaien en wijzen, sussende vingers, tubaspeler Carl Ludwig Hübsch die door de zaal rent. Dat herinnert weer aan John Zorns “Cobra”, maar dan zonder strakke regie en voorgeschreven regels. Bik Bent Braam staat in een lange traditie van typisch Nederlandse muzikale anarchie.

De grote kracht van Michiel Braam is dat zijn stukken zo concreet zijn. Daardoor ontstaan er sterke contrasten tussen de volledige vrije improvisatie en de gecomponeerde delen, maar behalve de spanning van het contrast bieden die composities de luisteraar ook houvast. Een safe haven in het luisteren; even genieten van een fraai ensemble of een lekker swingende polderpolka, dan met de musici weer het ongewisse in. De grote kracht van Bik Bent Braam is de samenstelling van de band, waarin een aantal reuzen van de vrije improvisatie zitten en waarin iedereen, ervaren of niet, zich met overgave en graagte aan het concept overgeeft.

Drummer Michael Vatcher heeft bijvoorbeeld precies de enthousiaste manier van spelen die deze muziek cachet geeft. Wilbert de Joode, Wolter Wierbos, Frans Vermeerssen, Frank Gratowski…allemaal steunpilaren die lol hebben in wat ze doen en schijnbaar moeiteloos kunnen omschakelen van vrolijk gekwetter naar een breekbaar uitgesponnen melodielijn. De mooiste solo’s van de avond kwamen van Angelo Verploegen en Eric Boeren. In deze groep gaat het er echter niet om wie het beste is. Het gaat om het geheel. Om de muziek, die soms sferisch en gevoelig dan weer lekker plat en lomp is. Daar gaat het om en ook het concept dat eraan ten grondslag ligt, doet al snel niet ter zake, omdat wat gespeeld wordt je aandacht vangt en niets anders.    


© Jazzenzo 2010