Pharoah Sanders zoekt alleen symbolisch het avontuur CONCERTRECENSIE. Lantaren-Venster Rotterdam / Stichting JIR, Pharoah Sanders Quartet, 8 februari 2008 Wie niet sterk is, moet slim zijn. Veel oudere muzikanten en zeker de blazers hebben zo hun manieren om lucht en energie te sparen. Benny Golson en Lou Donaldson bijvoorbeeld vertellen lange anekdotes, anderen gaan zingen. Vaker nemen de andere bandleden het zware werk over; terwijl zij spelen, komt de oude ster weer op krachten. Dat kan een prima oplossing zijn, zo lang de muziek maar in balans blijft. Pharoah Sanders Quartet sloot zijn korte Nederlandse tournee in Lantaren Venster af - klik op foto Leek, want de experimenteerdrift van Sanders en zijn vaste begeleiders bleek toch vooral symbolisch. Bassist Nat Reeves probeerde nog wel iets met de nieuweling tot stand te brengen, maar dat is nou net de minst begaafde van het stel. De Marokkaanse gast speelde met veel enthousiasme, maar zijn bijdrage beperkte zich voornamelijk tot wat onhoorbaar getrommel en was daardoor goeddeels overbodig. In echt samenspel schenen de muzikanten niet geïnteresseerd. Ieder draaide voor zich zijn eigen routine af. Drummer Joe Farnsworth en pianist William Henderson kregen wederom exorbitant veel solo-ruimte waardoor met name de odes aan John Coltrane schijnbaar oneindig werden opgerekt. Dat de solo’s vrijwel identiek waren aan die van twee weken terug is voor degenen die alleen dit optreden bijwoonden natuurlijk geen minpunt, maar het geeft wel aan dat deze band op de automatische piloot draait. Dat geldt toch ook voor Sanders zelf die, hoewel zijn inbreng dit keer veel groter was, geestelijk erg lui blies. Veel effectbejag, veel slordigheden ook. Wel meer energie dan in het Bimhuis, maar weinig vuur. De als vierde nummer gespeelde ballad was dan weer de uitzondering op de regel. Het enige nummer dat tamelijk compact werd vertolkt en daardoor boeiend bleef. Hier Sanders’ zachte, lyrische kant uitgespeeld en niet overstemd door de ijverig maar veel te hard meppende Farnsworth. De plichtmatigheid van het optreden werd misschien het best uitgedrukt door het feit dat de band, ondanks een minutenlang aanhoudende ovatie van het publiek dat voor het grootste deel blijkbaar wel genoten had, niet terugkeerde voor een toegift.
beeld: Hans Reitzema
door: Mischa Andriessen
Toen Pharoah Sanders twee weken geleden met zijn kwartet in het Bimhuis optrad, was die balans er eigenlijk niet. Toen leken er wel verzachtende omstandigheden te zijn. Sanders maakte een vermoeide indruk en was in elk geval een deel van het concert ergens over ontstemd. Bij het optreden in Lantaren-Venster werd echter pijnlijk duidelijk dat het kwartet waarmee de bejaarde saxofonist door Europa toert niet voor evenwichtige muziek zorgt.
Het was tegelijk hoopvol en afschrikwekkend. Het kwartet bleek uitgebreid te zijn tot een kwintet. Er stond een stoel klaar met een trom en tamboerijn erop en een viool ernaast. Toen de mystery guest gelijk met de andere bandleden opkwam, bleek hij ook nog een ud bij zich te hebben. Nu heeft Sanders in het verleden de plank wel eens behoorlijk misgeslagen met het in zijn muziek incorporeren van exotische instrumenten, maar de toevoeging van een vijfde muzikant leek een garantie dat hij niet op safe zou gaan spelen.
© Jazzenzo 2010