Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

De muzikale regenboog van het Dick de Graaf Quartet

CONCERTRECENSIE. Muziekpodium Paradox Tilburg, Dick de Graaf Quartet, vrijdag 15 februari 2008
beeld: Stef Mennens
door: Rinus van der Heijden

Een bezetting van blaasinstrument, piano, contrabas en slagwerk wordt in de jazz ‘klassiek’ genoemd. Het is immers een van de oudste ensemblevormen waarin jazzmusici elkaar hebben gevonden. Vrijwel alle jazzlegendes speelden ooit in die samenstelling, waarbij de vraag rijst – nu er nog zo weinig jazzlegendes over zijn – of die klassieke kwartetvorm nog bestaansrecht heeft.


Het Dick de Graaf Quartet met Pascal Vermeer, Guus Bakker, Jeroen van Vliet en Dick de Graaf - klik op foto

Het Dick de Graaf Quartet gaf deze avond in Tilburg, een volmondig ‘ja’ als antwoord op deze vraag. De Rotterdamse tenor- en sopraansaxofonist is erin geslaagd in het binnenste van zijn muziek zulke veranderingen aan te brengen, dat bij hem en zijn medemusici Jeroen van Vliet op piano, Guus Bakker op contrabas en Pascal Vermeer op slagwerk, nieuwe bouwstenen de boventoon voeren. Dick de Graaf, al decennia bezig met het zoeken naar nieuwe inspiratiebronnen, die hij ooit vond in de muziek van Jimi Hendrix, Arabische klanken, de muziek van Bela Bartók en Franz Schubert, haalt dáár zijn architectonische veranderingen vandaan. Hij vindt er nieuwe, voor jazzmuziek ongekende vormen die niet alleen een nieuwe wijze van improviseren vereisen, maar ook de structuur van Afro-Amerikaanse muziek van binnenuit veranderen.

Nu heeft Dick de Graaf door de uiterst zorgvuldige wijze waarop hij met zijn muziek omgaat, ook een ‘superkwartet’ samengesteld. Hij noemde het deze avond het beste van de afgelopen 25 jaar dat hij als beroepsmusicus actief is. Er zit wat in, in die woorden: als de leider/componist zijn solistenrol even neerlegt, dan rest er een schitterend combo, dat zoals een trio in de klassieke muziek op kamermuziekachtige wijze een brug slaat tussen jazz en de nieuw gevonden compositietechnieken van Dick de Graaf.

Bela Bartók
Het kwartet opende het concert met ’A Touch of Bela’, verwijzend naar de klassieke componist Bela Bartók, dat Dick de Graaf zelf inzette met een krachtig intro op de tenorsaxofoon. In ‘Moving Target’, ook de titel van een cd van het kwartet, kreeg pianist Jeroen van Vliet de gelegenheid met een indringende solo naar de diepte van deze muziek toe te reizen. Een van de hoogtepunten van het concert was ‘Why Birds Always Sing’, met Dick de Graaf op sopraansax, een op volle snelheid spelende Jeroen van Vliet en een daar achter jagende Pascal Vermeer op slagwerk. De keuze voor sopraansax was hier even terecht als logisch: een ervaren improvisator kan er eindeloos op blijven sleuren en als een voorganger de muziek naar mythische hoogten stuwen.

De oosterse inspiratiebronnen van Dick de Graaf braken open in ‘Somsok Orkim Saleb II’ en ‘Cascade’. Het eerste stuk was ingegeven door een Egyptische taxichauffeur met dezelfde naam, merkte de leider fijntjes op.

Het idee van kamermuziek klonk heel sterk door in ‘Via Eterna’, geënt op de Romantische componist Franz Schubert. Hier was een onvolkomenheid te bespeuren: waarom hanteerde Guus Bakker een basgitaar? De contrabas zou het indringende karakter van dit stuk veel meer hebben benadrukt. Dick de Graaf herstelde dit manco aan het einde, door op sopraansax deze prachtige compositie de eeuwige stilte in te laten glijden.


Parelende muziek

Het Dick de Graaf Quartet maakt in deze unieke samenstelling en met het originele concept van zijn leider en componist, parelende muziek. Het bewijst dat de klassieke kwartetvorm binnen geïmproviseerde muziek nog staat als een kasteel. De durf om iets nieuws toe te voegen en de naadloze chemie tussen deze vier musici omspant niet alleen het grootste deel van de jazzhistorie, het spant ook een muzikale regenboog met aan de ene einder swing, bop en  freejazz en aan de andere de inzichten en verworvenheden van nú.


© Jazzenzo 2010