Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

ESP-Disk en de erfenis van de jaren zestig

4 CD-RECENSIES
door: Mischa Andriessen

Het verhaal van het ESP-label is van zo’n romantische schoonheid dat als het niet waar was iemand het had moeten verzinnen. De jonge advocaat Bernard Stollman raakte bij een optreden van Albert Ayler zo begeesterd door de muziek dat hij subiet een voorschot nam op zijn erfenis en een platenmaatschappij begon. Kennis van muziek en de muziekwereld had hij niet of nauwelijks, maar zijn enthousiasme voor ‘the new thing’ was zo groot dat hij in korte tijd heel veel lp’s uitbracht, om vervolgens te constateren dat hij zijn kapitaal binnen een paar jaar volledig had opgemaakt.

Einde verhaal normaal gesproken, ware het niet dat een aantal van de moeilijk verkrijgbare platen van het label een cultstatus hadden verworven, zodat er behoefte was aan heruitgaven. Na twee mislukte eerdere pogingen van anderen nam Stollman een paar jaar terug het heft weer in eigen hand. ESP-DISK brengt nu niet alleen een aantal oudere platen opnieuw op de markt, maar ook materiaal dat op de plank was blijven liggen of later werd ontdekt. Een enkele keer komt het ook met nieuwe opnamen.

Ayler, wiens “Spiritual unity” een echte klassieker in het genre werd, bleef lange tijd het ijkpunt voor Stollman die zich aanvankelijk vrijwel uitsluitend op free jazz richtte. Later kwamen daar ook politieke popgroepen als The Fugs en Pearls Before Swine en live-opnamen van bekendere artiesten als Charlie Parker en Billy Holiday bij. De catalogus van ESP-DISK is echter vooral interessant omdat Stollman in zijn manische gedrevenheid de tijdgeest op plaat vast te leggen een heleboel muzikanten de studio in stuurde van wie later vrijwel niets meer is vernomen. Wat is er bijvoorbeeld gebeurd met Byron Allen? die als een van de eersten een lp bij ESP uitbracht en toen…


Sunny Murray - Sunny Murray
bezetting: Sunny Murray; slagwerk, Jacques Coursil; trompet, Jack graham; altsax, Byard Lancaster; altsax, Alan Silva; bas
tracks: 8
tijd: 73.51
opgenomen: 1966
release: 2007
website: wikipedia


Drummer Sunny Murray bleef zelf het lot van de obscuriteit bespaard, iets wat niet gezegd kan worden van sommige muzikanten waarmee hij deze plaat opnam. De schrijver van de hoestekst is niet te weten gekomen wat er van de Franse trompettist Jacques Coursil na 1969 geworden is en over altsaxofonist Jack Graham is niets anders bekend dan dat dit waarschijnlijk de enige opname is waaraan hij heeft meegewerkt. Al die vastgelopen carrières, tot desillusies verworden dromen – het past goed bij de jaren zestig en misschien zijn platen als deze voornamelijk belangrijk als tijdsbeeld.

De verwoestende energie waarmee gespeeld wordt, de verwoede pogingen de tijd te lijf te gaan en in het moment te leven, de spontaniteit van het spel die het heel goed voorstelbaar maakt dat iemand Jack Graham gewoon van straat werd geplukt, de longen uit zijn lijf blies en uitgeput later die dag de studio verliet, misschien hopend nu snel te worden ontdekt of zich wellicht realiserend dat het nooit wat zou worden met deze muziek, dat er nooit droog brood in te verdienen zou zijn.

“Sunny Murray” is een typische free jazz plaat in die zin dat er voornamelijk op hoog tempo wordt gemusiceerd en op volle kracht wordt geblazen (behalve door twee al genoemde musici ook door de minder onbekende Byard Lancaster). Murray was zelf een essentiële figuur in de free jazz scene door zijn baanbrekende werk bij Albert Ayler en Cecil Taylor. Als componist en bandleider is zijn rol kleiner geweest, waarschijnlijk omdat hij de kans niet heeft gekregen of genomen omdat zijn talenten in die richting verder te ontwikkelen. “Sonny’s time now”, een van zijn eerste platen werd bijvoorbeeld door Sonic Youth gistarist Thurston Moore een van de tien onmisbare free jazz platen genoemd. Op “Sunny Murray” zijn spannende Ornette Coleman-achtige harmonieverkenningen hoorbaar, waarvan de schoonheid ondanks de rommelige band en de matige geluidskwaliteit toch zo nu en dan boven komt drijven. Naast de vier nummers van deze sessie bevat de cd ook nog vier interviews.       


Norman Howard & Joe Phillips - Burn Baby Burn
bezetting: Norman Howard; trompet, Joe Phillips; altsax, bas en drums??
tracks: 8
tijd: 51.55
opgenomen: 1968
release: 2007
 




De titel doet natuurlijk meteen denken aan “Disco inferno”, maar deze plaat bevat onvervalste free jazz. De opnamen dateren uit 1968, maar na jarenlang alleen op cassette verkrijgbaar te zijn geweest, kwam de plaat dan vorig jaar eindelijk uit op cd. Norman Howard (niet te verwarren met saxofonist Noah Howard ) en Joe Phillips ondergingen hetzelfde lot als veel van hun labelgenoten; er is zeer weinig over ze bekend. Dat “Burn baby burn” jarenlang een inside tip was van mensen als William Parker en Henry Rollins is echter niet zo vreemd.

De geluidskwaliteit mag dan niet altijd te best zijn, Howard, Phillips en hun ongenoemd gebleven helpers hebben meer te bieden dan niet aflatende energie. Het trage “The Sound from there” is bijvoorbeeld een heel intrigerende compositie waarin de droevige gestreken baslijn speels wordt omcirkeld door een even treurig klinkende trompet en sax en het ritme door de drummer steeds heel inventief wordt omspeeld. Afgaande op de hoestekst zijn de mensen van ESP er niet of na lang zoeken in geslaagd de muzikanten van deze sessie op te sporen om hen van de uitgave van “Burn baby burn” op de hoogte te brengen. Bijna dertig jaar na dato blijkt alle moeite echter niet voor niets te zijn geweest.


Albert Ayler Quartet - The Hilversum Session
bezetting: Albert Ayler; tenorsax, Don Cherry; cornet, Gary Peacock; bas, Sunny Murray; drums
tracks: 6
tijd: 40.26
opgenomen: 1964
release: 2007
website: wikipedia


Albert Ayler is de belangrijkste muzikant voor het ESP label geweest. Toen en nu nog. Naast talloze heruitgaven duikt er nu dan nog niet eerder op ESP uitgegeven materiaal op, zoals deze opnamen uit 1964, destijds gemaakt voor de VARA radio. In zijn beginjaren deed Ayler het nog zonder violisten, zangeressen of zijn woest toeterende broer Donald. Hier speelt hij met een aantal van de muzikanten die zijn muziek het beste begrepen: Don Cherry op cornet, Gary Peacock op bas en Sunny Murray op drums. Murray was een meester in het overzicht houden in de chaos. Peacock is door zijn zeldzame flexibiliteit en zijn nog zeldzamere talent om zelfs op zijn allersnelst melodisch te blijven spelen, een van de beste free jazzbassisten ooit en Cherry was met zijn emotioneel geladen zangerige spel een perfecte match voor Ayler.

Grote verrassingen biedt “The Hilversum session” niet, maar er zijn heel veel cd’s op de markt waarop Aylers unieke talent beduidend minder uit de verf komt. Aad Bos, Jan Schelling en Michiel de Ruyter hebben als producenten bovendien goed werk overgeleverd. “The Hilversum Session” klinkt beter dan een hoop platen op het ESP label.

Bud Powell - Live at the Blue Note Café, Paris 1961
bezetting: Bud Powell; piano, Pierre Michelot; bas, Kenny Clarke; drums. Gast: Zoot Sims; tenorsax
tracks: 11
tijd:
opgenomen: 1961
release: 2007
website: wikipedia


Als gezegd brengt ESP niet alleen free jazz, maar ook toegankelijker materiaal van bekende musici, doorgaans live-opnamen. Na de dood van Bud Powell in 1966 stemde zijn vrouw Buttercup Powell in met de release van een aantal vroege opnamen. Deze uitgave is van later datum. Opgenomen in de bekende Parijzer jazzclub Blue Note Café speelt Powell een aantal grote bebop hits als “Groovin’ High”, “A night in tunesia”, “Round midnight” en “Shaw nuff”. 

De uitstekende ritmesectie met de ongenadig swingende Kenny Clarke die toen al geruime tijd in Frankrijk woonde, geeft Powells geniaal-gekke invallen de juiste bedding, maar laat zich er geen moment door afleiden. Saxofonist Zoot Sims, zelf natuurlijk ook een grootheid, speelt op drie nummers mee en dat hadden er best meer mogen zijn. Heerlijke sound heeft die man. Over geluid gesproken, daar moet flink aan gewerkt zijn, want zo goed kan het in de club vrijwel zeker niet geklonken hebben. Dat het live-idee daarmee wordt verstoord is jammer, maar alle musici zijn goed te horen en dat is bij oude live-opnamen een zeldzaamheid


© Jazzenzo 2010