Lee Konitz and Minsarah - Deep Lee CD-RECENSIE Op “Deep Lee” krijgt Konitz partij van drie beduidend jongere maar wel gelijkgestemde musici. Ze halen het beste in elkaar naar boven. Met name pianist Florian Weber heeft zich voorbeeldig in Konitz’ tere lyriek vastgehaakt en weet daar met zijn klassiek aandoende spel een waardevol weerwoord op te geven.
Lee Konitz and Minsarah - Deep Lee
bezetting: Lee Konitz; altsax, Florian Weber; piano, Jeff Denson; bas, Ziv Ravitz; drums
opgenomen: 22-23 september 2007
release: 2008
label: Enja
tracks: 11
tijd: 60:00
website: www.enjarecords.com
door Mischa Andriessen
Een van de nummers op “Deep Lee” heet “See the world for the first time.” Die houding typeert Lee Konitz misschien wel het allerbeste en dat is des te meer bewonderenswaardig als je je bedenkt dat de altsaxofonist al eenentachtig is en een zo’n zestig jaar omspannende carrière heeft. Van slijtage is geen enkele sprake en de manier waarop Konitz het clichématige weet te vermijden, moge een voorbeeld voor vele jonge muzikanten zijn.
Het door hem geschreven drieluik “Three part Suite” is bovendien van zo’n overdonderende breekbaarheid dat hij zich daarmee meteen bij de allergrootste talenten schaart. Vooral het derde deel “Canon” genaamd, bevat exact dat waarin Konitz excelleert: een zingbare melodie, die vezel voor vezel kan worden losgehaald en op tig manieren weer in elkaar kon worden gezet zonder dat daarmee iets van de oorspronkelijke schoonheid verloren gaat. Konitz speelt ingetogen, gaat spaarzaam om met zijn adem. Heel soms hapert die even, trilt ongewild. Daardoor is de muziek zeldzaam intiem. Alsof iemand in zichzelf een lied zingt, zonder te weten en zonder zich erom te bekommeren of iemand hem hoort.
© Jazzenzo 2010