Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

José James probeert vooral te laten horen hoe jazz hij is

CONCERTRECENSIE. Tivoli Utrecht, José James, 8 mei 2008
beeld: Irene Hadiprayitno
door: Mischa Andriessen

Doe kandijsuiker, een kaneelstokje en koffiebonen in een glas of mok. Rasp een citroen en voeg naar smaak stukjes schil toe. Warm ondertussen bruine rum op in een pan. Niet laten koken. Giet de rum in het glas. Steek de vloeistof vlak voor het opdienen aan. Serveer de drank bij voorkeur in een donkere ruimte. De naam van deze cocktail is Vagevuur. Een zoete drank die oppept, verwarmt en bedwelmt.


Veel improvisaties, citaten en scats van José James tijdens zijn concert in Tivoli

De jonge zanger José James heeft een stem als deze drank. Een zeldzaam krachtig wapen dat hem in grote tijd al behoorlijk wat triomfen heeft gebracht. Straks op North Sea nu al in een alles behalve leeg Tivoli, toch een flinke zaal. Zijn debuutalbum “The Dreamer” is dit jaar verschenen en komt vaak op de radio voorbij. Dat succes is begrijpelijk en zeker niet onverdiend. De muziek van James bevindt zich op het snijvlak van jazz en pop en heeft van beide precies voldoende ingrediënten om de liefhebbers van allebei de genres aan zich te binden.

Hoewel hij in zijn presentatie in de eerste plaats aan een hiphopper doet denken, probeert James op het podium vooral te laten horen hoe jazz hij is. Veel improvisaties, scats, citaten van bijvoorbeeld Coltrane en de nodige soloruimte voor het trio muzikanten dat hem begeleidt. Hoe kunstig en knap zijn gejongleer met zijn stem en de muziek ook is, daar schiet hij eigenlijk zijn doel voorbij. Het is versiering, onnodige versiering, die afleidt van die wondermooie stem. Des te soberder James het houdt des te meer indruk maakt hij.

Omdat het eigenlijk genoeg is; een sterke melodie, adequate begeleiding en die stem die alles al zegt. Door zo graag te willen overtuigen met technische hoogstandjes gaf hij zijn muziek iets vrijblijvends. Alsof hij op een plein in de zon wat kunstjes deed. Je kijkt erna. Eerst vol bewondering dan haast onaangedaan omdat het allemaal zo achteloos lijkt. Dat James je met die achteloosheid ook volledig kan inpakken, bewees hij met de toegift “Nola.” Een liedje van Spike Lee’s vader Bill, maar het klinkt alsof James het ter plaatse verzint. Direct, pakkend, beeldschoon en bedwelmend, net of je ongemerkt halverwege je derde Vagevuur bent.


© Jazzenzo 2010