Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Campbell Brothers zuigen publiek mee in funkende draaikolk

CONCERTRECENSIE. Bimhuis Amsterdam, Campbell Brothers, 10 mei 2008
beeld: Nicholas Wilson
door: Tim Sprangers

De Campbell Brothers omhelsden direct na afloop van het concert de mensen op de voorste rij. Tijdens het concert hadden ze dit al figuurlijk bij het gehele Bimhuispubliek gedaan; iedereen raakte overtuigd van de gospelfunk van de ‘House of God Keith Dominion Church’. Er was geen toeschouwer die zijn heupen onbewogen liet; de Campbell Brothers stralen een ongekend plezier en oprechtheid uit die de kijker meezuigt in een funkende draaikolk van vreugde.


De gebroeders Darick, Chuck en Phil Campbell speelden afgelopen zaterdag in Bimhuis Amsterdam

Chuck, Phil en Darick Campbell zijn opgegroeid in de zogenaamde ‘sacred steel style’, een zeldzame muzikale traditie met haar oorsprong in de Afro-Amerikaanse ‘Holiness Pentecostal Church’. De steelgitaar is afkomstig uit Hawaï en behoort horizontaal bespeelt te worden. De klankkleur heeft veel weg van menselijke vocalen. Het instrument kan gillen en grommen, maar ook neurieën en mompelen. Dit is exact de reden waarom de steelgitaar populair is in de gospelkerk; de humane geluiden liggen dicht bij de ziel van de mens.

Bijkomend voordeel is dat Chuck en Darick Campbell het liggende instrument veel soul en funk kunnen meegeven. Daricks overredingskracht op zijn lapsteelgitaar heeft een bedwelmend karakter; lange tonen, met soms uitstapjes naar country en blues, vervormt hij met gevoel door zijn steel in de linkerhand. Broer Chuck wist op de pedalsteelgitaar lekker te grooven. Fijne funklikjes wisselt hij af met razensnelle solo’s die het publiek deden joelen. Phil Campbell maakt op zijn elektrische gitaar zelfs uitstapjes naar de rock. Vergelijkingen met Jimi Hendrix zijn misschien wat overdreven, maar Phils spel wordt gekenmerkt door soul, rock, funk en blues; zo ook de praktijken Hendrix.

De drie broers werden bijgestaan door Phil’s zoon Carlton op drums, Malcolm Kirby op basgitaar en zangeres Joyce Jones. De kwaliteiten van drummer Carlton kwamen voornamelijk in solo’s naar voren. Hij produceerde pompende ritmes, liet secondenlange stiltes vallen en benutte zijn gehele drumstel op functionele wijze. Bassist Kirby speelde bijzonder strak. Via stuwende loopjes, soms ook slappend, liet hij de groovende band nog meer grooven. Zangeres Jones deed denken aan de soulvolle Lyn Collins: de energieke rauwheid in haar stem was overweldigend.

Of de nummers nu traditionele kerkliederen waren of soulklassiekers, de Campbell Brothers gaven er hun eigen, opzwepende draai aan. Het unieke geluid van de steelgitaar speelde hier een grote rol in. De grootste factor echter van hun krachtige en energieke identiteit is de onvervalste eerlijkheid en lol in het musiceren. Of je nu gelovig bent of niet (de naam ‘Jesus’ viel een keer of honderdvijftig), de muziek van de broeders heeft een betoverende werking op het publiek.


© Jazzenzo 2010