Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Ralph Alessi’s This Against That blinkt uit in subtiel samenspel

CONCERTRECENSIE. Lantaren Venster Rotterdam, Ralph Alessi This Against That, 10 mei 2008
beeld: Thomas Huisman
door: Mischa Andriessen

Het onverwacht vroege zomerweer was niet bepaald de meest geschikte opmaat voor het enige concert dat trompettist Ralph Alessi met zijn This Against That in Nederland gaf. Velen waren op het strand gebleven, de bezoekersopkomst was althans bedroevend laag. De muzikanten beklaagden zich na afloop over hun te warme hotel waar air conditioning alleen mogelijk was tegen bijbetaling. Ze hadden zichtbaar tijd nodig om in hun element te komen en met name beide blazers Ravi Coltrane en Alessi zelf kwamen niet onmiddellijk goed op gang.


Ongrijpbare muziek van This Against That met Drew Gress, Ravi Coltrane en Ralp Alessi

Dat was even schrikken want de twee jaar geleden verschenen cd “Look” is zo verschrikkelijk goed dat de verwachting van een enerverende avond geen onrealistische wensdroom mocht heten. Al in het tweede nummer speelde Coltrane een vlammende solo en hoewel het nog even duurde voor iedereen op stoom was toen al wel duidelijk dat het optreden niet op een teleurstelling zou uitlopen.

Alessi is verantwoordelijk voor de nummers. Toch is This Against That vooraleerst een echte band met vijf musici die allemaal hun instrument uitermate goed beheersen, maar speciaal uitblinken in het samenspel. Alessi en Coltrane spelen al jaren samen. Zo maakten zij (net als toetsenist Andy Milne trouwens) al vroeg in de jaren negentig deel uit van Steve Colemans bands. De complexe ritmiek en cerebrale benadering van diens muziek is in dit project van Alessi gebleven, maar wordt gekoppeld aan een warmbloedige lyriek, die hoofd en hart volledig in evenwicht brengt. De bedachtzame zoeker Alessi en de explosief emotionele Coltrane zijn in hun solo’s heel verschillend. In de ensembles klinken ze echter vaak als één stem; zachtmoedig en melancholiek.

Minstens zo goed als deze twee indrukwekkende blazers is de ritmesectie. Mark Ferbeer bijvoorbeeld is een drummer voor wie de drang tot imponeren niet bestaat. Elke klap maakt deel uit van de muziek. Elk hoogstandje staat in dienst van het groepsgeluid. Bassist Drew Gress is wat dat betreft een geestverwant. De altijd wat verstrooid ogende Gress heeft een vlekkeloze timing en beschikt over een ongebreidelde fantasie. Samen met Ferber gaf hij de composities richting. Door te stuwen of te verstoren, al naar gelang wat nodig bleek.

 
Mark Ferbeer, Andy Milne en Ralp Alessi

Pianist Andy Milne tenslotte is de ideale brug tussen blazers- en ritmesectie. Zijn onopgesmukte, pedaalloze spel benadrukt de ritmische aspecten van de muziek, maar zijn melodieën ademen diezelfde dromerige poëzie als door Alessi en Coltrane wordt voortgebracht. Milne is een subtiel speler die vaak met een enkel akkoord de kleur of stemming kan veranderen. Hij houdt erg van repeterende figuren, maar schakel net zo makkelijk over op een ongecompliceerd klinkende swing. Die hypnotiserende drive joeg tegen het einde van het optreden bijvoorbeeld Coltrane nog eens op tot een verscheurende solo.

Dat de vijf muzikanten zo goed bij elkaar klinken is los van hun immense eigen kwaliteiten een essentiële kracht van Alessi’s composities, die rijkelijk ademen en precies de juiste klankkleur hebben. Het is intense, melancholieke muziek. Muziek die pootje baadt. Een ijl moment waarnaar je op het ogenblik zelf al terug verlangt; naar die zachte streling, naar die milde rimpeling die in het water wordt veroorzaakt.

Toen was het klaar. Ineens. De muziek al bijna vervlogen in de wind. Ongrijpbaar, maar een prachtige nagalm in de oren van het publiek dat de zoelte van buiten opzocht en de band die terug moest naar het snikhete hotel.


© Jazzenzo 2010