Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Han Bennink verrast met eigen trio

CONCERTRECENSIE, Han Bennink Trio, Bimhuis Amsterdam, 22 augustus 2008
beeld: Jelmer de Haas
door: Mischa Andriessen

In de twintig was Han Bennink toen hij met Eric Dolphy, Wes Montgomery en andere grootheden speelde. Ruim veertig jaar later heeft de drummer voor het eerst een groep die zijn naam draagt; het Han Bennink Trio, met twee bandleden die nu ongeveer zo oud zijn als hijzelf toen hij naam begon te maken.


Het Han Bennink Trio in Bimuis met pianist Simon Toldam-Rosengren en rietblazer Joachim Badenhorst

Bennink vond de Deense pianist Simon Toldam-Rosengren en de Belgische rietblazer Joachim Badenhorst in het Canadese Banff, waar Dave Douglas jaarlijks een jazzworkshop organiseert. Dat hij voor jong talent en niet voor gevestigde namen heeft gekozen, siert Bennink niet eens zo zeer; het is een keuze die bij hem past. Jeugdige frisheid en het altijd zoeken naar het verrassingseffect zijn de wezenskenmerken van zijn muzikale insteek. En zo groot lijkt het leeftijdsverschil nu ook weer niet als Bennink in hoogwaterbroek met een blauwe bandana om het hoofd het podium betreedt.

Dat Bennink in Toldam-Rosengren en Badenhorst geestverwanten heeft gevonden, werd al snel duidelijk. De Deense pianist beschikt over eenzelfde humoristische inventiviteit. Badenhorst liet horen de jazztraditie goed te kennen en vanuit die kennis te improviseren, zoals Bennink ook altijd weer terugkeert tot de oerswing. Dat de combinatie van die elementen uitstekend werkt, bleek onder meer toen het trio Ellingtons “Lady of the lavender mist” speelde. Een klassieker die naadloos paste in een set die voornamelijk uit vrije improvisaties bestond.

Net als in zijn duo’s met Misha Mengelberg bestaat er ook binnen Benninks trio een duidelijke rolverdeling. Badenhorst oogt stoïcijns en volgt volledig zijn eigen weg. Hij houdt zich ogenschijnlijk aanvankelijk afzijdig waardoor het even duurt voor hij doordringt. Het verrassingseffect is daardoor groot, maar dat wordt tevens bewerkstelligd door zijn veelzijdigheid. Badenhorst kent zijn klassiekers; de Ellingtonblazers net zo goed als exponenten van het vrijere werk zoals Evan Parker. Alsof dat nog niet genoeg is, heeft hij een opvallend mooie toon op zowel (bas)klarinet als tenorsax.

Simon Toldam-Rosengren is degene die vaak heel geestig intervenieert en daarmee de muziek een andere richting geeft. Hij is een beheerste speler, die subtiele details in de klankkleur aanbrengt en zijn bijdrage beperkt tot wat het stuk vraagt. Soms een enkel akkoord of spaarzame noten, op andere momenten rijk gevulde clusters. Hij is bovendien een zeer empathisch speler die vlot en vrij van clichés reageert op zijn medemusici. Toen Bennink bijvoorbeeld weer eens op de podiumvloer aan het drummen was en plotseling op zijn rug liggend de onderkant van de piano begon te bespelen, pareerde Toldam-Rosengren hem droogkomisch, maar geheel in de geest van het stuk door met zijn wijsvinger zacht het ritme op het houtwerk van de piano te tikken.

Bennink zelf is en blijft een verhaal apart. Hij heeft het clowneske een wezenlijk onderdeel van zijn performance gemaakt en zorgt daarmee geheid keer op keer voor vermaak. Wel zit er een grote herhalingsfactor in zijn act en overstemt hij dikwijls degenen met wie hij het podium deelt; zowel in volume als in présence. Zijn medestanders lieten zich echter niet van de wijs brengen en gaven hem op een intelligente en vaak ook grappige manier weerwoord. De drukte en gekte die Bennink als altijd inbracht, vormde daarom nu een fraai contrast met hun geconcentreerde en eigenzinnige spel. Benninks optreden was niet louter een kunstje waarvan de uitwerking op het publiek voorspelbaar is. Zij was in de eerste plaats een uiting van een levensgroot spelplezier. De manier waarop het trio Monks “Evidence” met evenveel lol als liefde uit elkaar sloopte, was daarvan een mooi staaltje. De geestdrift, de gein en de overgave waarmee gespeeld werd; allemaal sloeg het over op het publiek.

Vrij geïmproviseerde muziek is in weerwil van de naam en doelstelling soms weinig meer dan het afdraaien van riedels binnen een herkenbaar idioom. Misschien wel de grootste verrassing van het Han Bennink Trio was de frisheid waarmee ideeën werden uitgewisseld en er letterlijk werd samengespeeld. De drie muzikanten waren echt naar elkaar op zoek en beseften zich terdege dat de kern van musiceren luisteren is. Het plezier dat zij daarbij etaleerden, werkte zonder meer aanstekelijk.

De altijd enthousiaste Bennink was zichtbaar in zijn element en zijn vreugdedansje aan het einde van de tweede set was gemeend en volkomen terecht. Zijn eerste eigen trio is een heel bijzonder trio en zijn debuut als bandleider zo succesvol dat het niemand mag verbazen als hij dadelijk niet anders meer wil.   


© Jazzenzo 2010