Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Van Dyck en Goudsmit brengen huiskamermagie naar LantarenVenster

CONCERTRECENSIE. Cato van Dyck & Anton Goudsmit, LantarenVenster, Rotterdam, 17 september 2026
beeld: Eric van Nieuwland
door: Jeroen Jansen

Soms komt een muzikale samenwerking voort uit een toevallige ontmoeting op precies de goede plek. Zo ging het met Cato van Dyck en Anton Goudsmit, die elkaar vorig jaar troffen tijdens Jazzfest Amsterdam. Wat spontaan begon, groeide uit tot een tournee. Donderdagavond zat de zaal van LantarenVenster helemaal vol.

 
Anton Goudsmit en Cato van Dyck speelden voor een vol LantarenVenster in Rotterdam.

Zonderlinge combinatie
Op het eerste gezicht is het een zonderlinge combinatie. Van Dyck maakte naam met My Baby, de band die met een hypnotiserende mix van psychedelische swamp, bluesrock en grooves podia als Lowlands, Pinkpop en Glastonbury veroverde. In haar zang en spel op bas en piano komen roots, soul, pop, jazz en folk organisch samen. Goudsmit, ooit lid van New Cool Collective, geldt als een van de origineelste gitaristen van Nederland, met een speelse omgang met ritme en klank en een flinke dosis lef. Naast dit duo is hij in zo’n twintig projecten tegelijk actief, onder meer met zijn eigen kwartet The Ploctones, Estafest en de surfband Bruut!. In 2010 ontving hij de VPRO/Boy Edgar Prijs en in 2017 en 2018 was hij muzikaal leider van het Nationaal Jeugd Jazz Orkest. Toch werkt het uitstekend.

Het duo schept een sfeer alsof je bij iemand in de huiskamer zit. Dat doen ze ook geregeld echt, in huiskamers, en dan vliegen de uren voorbij. In LantarenVenster was dat gevoel nauwelijks minder. De muziek was de ene keer heel aards, de andere keer bijna esoterisch. Daarbij gunnen de twee elkaar wat. Ze gooien muziek naar elkaar toe die de ander niet kent, en dan maar zien wat er gebeurt.

  
Een impromptu ballade voor Van Dyck's zieke hond zorgde voor een ontwapenend moment.

Kriskras door popgeschiedenis
Dat leverde een repertoire op dat kriskras door de popgeschiedenis liep. De setlijst begint met ‘Let’s Stay Together’ van Al Green en bevat ook ‘Hully Gully’ van Cliff Goldsmith. Het lievelingsnummer van Van Dyck is ‘Long Distance Love’ van Little Feat. Verder klonken ‘Bang Bang (My Baby Shot Me Down)’ van Sonny Bono, ‘Don’t Talk’ van Brian Wilson en ‘Up Above My Head’ van Sister Rosetta Tharpe. De blues was ‘Evil Gal Blues’ van Dinah Washington. Daartussen stond een primeur van Van Dyck zelf, ‘Counting All the Stars’. Een impromptu ballade voor haar zieke hond zorgde voor een ontwapenend moment. De toegift was ‘Can’t Help Falling in Love’ van Elvis Presley, een mooie knipoog naar Goudsmit, die als kind getriggerd werd door het gitaargeluid in nummers van de King, zoals ‘Hound Dog’ van Jerry Leiber.

Samensmelten tot ‘één intuïtie’
Goudsmit kennen we natuurlijk als een uitbundige gitarist, maar hier zat hij de hele avond op een stoel. Werken met teksten, naast een sterke muzikale persoonlijkheid als Van Dyck, doet echt iets met hem. Het is leerzaam en tegelijk een groot feest. Hij kleurt prachtig in binnen de kaders van al die breekbare liedjes en blijft zelfs tijdens de blues opmerkzaam in het spoor van zijn partner. Wie zijn ongebreidelde podiumenergie kent, hoorde hier een gitarist die luistert en ruimte laat.

Van Dyck vult haar deel in met effectief basspel en dromerige partijen op keyboard. Ze laat op geen enkel moment merken dat ze geïmponeerd is door het virtuoze spel van Goudsmit en zijn enorme uitstraling, integendeel. Twee muzikale werelden die samensmelten tot ‘één intuïtie’, zoals Van Dyck het zelf omschrijft. Hier moet maar snel een plaat van komen.

Van Dyck en Goudsmit touren tot en met november door Nederland. Bezoek voor speeldata onderstaande website.


© Jazzenzo 2010