De aan jazz verslaafde kunstenaar Jean-Michel Basquiat JAZZ & BEELDENDE KUNST
door: Johan Bakker
Het portret dat Andy Warhol maakte van kunstenaar
Jean-Michel Basquiat.
Door de jaren heen hebben beeldend kunstenaars en jazzmusici elkaar gestimuleerd. In deze serie bekijken we enkele opvallende voorbeelden hiervan. Deze keer het werk van Jean-Michel Basquiat
![]()
Werken van Jean-Michel Basquiat: 'Max Roach', het door Deborah Harry aangeschafte 'Cadillac Moon', en ‘Worthy Constituent’.
Muzikale opvoeding
De Amerikaanse kunstenaar Jean-Michel Basquiat (1960 – 1988) hield zoveel van jazz dat hij een dag waarop hij niet naar Charlie Parker had geluisterd als een verloren dag beschouwde. Dat jazz diep in zijn vezels zat, had alles te maken met zijn muzikale opvoeding. Zijn vader Gerard, geboren in Haïti, luisterde als hij thuis was altijd naar jazz. Als jongen zoog Jean-Michel de hem hypnotiserende klankwereld op als een kurkdroge spons. Zijn voorkeur ging uit naar het werk van Charlie Parker, Miles Davis, Thelonious Monk en Dizzy Gillespie.
De interesse in beeldende kunsten werd aangewakkerd door zijn moeder Mathilde, die Puerto Ricaanse roots bezat. Hoewel Jean-Michel af en toe klarinet speelde in de band Gray, lag zijn talent vooral in de beeldende kunst. Met zijn artistieke vriend Al Diaz richtte Basquiat het graffitiduo SAMO (same old shit) op. De teksten die ze ’s nachts aanbrachten op muren, waren op een speelse manier maatschappijkritisch.
![]()
‘Horn Players’, ‘King Zulu’ (een sarcastische verwijzing naar Louis Armstrong) en Basquiat op de cover van The New York Times Magazine.
Vooroordelen en misstanden
De liefde voor jazz vertaalde zich bij Basquiat tevens in belangstelling voor de levens van de muzikanten. Hij wilde alles weten over de creatieve drijfveren van zijn helden. De zwarte kunstenaar had te maken met dezelfde vooroordelen en misstanden als de door hem bewonderde musici. Als hem de toegang werd geweigerd door een clubeigenaar of een taxichauffeur zocht hij troost in de muziek. Van de biografie ‘Bird Lives’ die Ross Russell schreef over Charlie Parker had Basquiat meerdere exemplaren in zijn atelier liggen. Als een ware bebop-zendeling deelde hij de boeken uit aan wie maar langs kwam.
Blondie-zangeres Deborah Harry was de eerste die werk van Basquiat kocht. Ze betaalde 200 dollar voor ‘Cadillac Moon’ (1981). Niet lang daarna werd Basquiat ontdekt door de toonaangevende Amerikaanse kunstpromotor Larry Gagosian. Om de verslavingsgevoelige kunstenaar van de straat te houden, liet kunsthandelaar Annina Nosei hem in de kelder van haar galerie in Manhattan wonen en werken.
![]()
'Jazz', ‘Beat Bop’ en Lakecia Benjamin met een t-shirt-quote van Basquiat.
Armani kostuums
Tijdens het schilderen bewoog Basquiat zich op het ritme van de muziek. ‘Anyone who can’t dance to John Coltrane, can’t dance,’ was een uitspraak van hem die een eigen leven zou leiden als t-shirt-quote. Dankzij het snel toenemende succes kon Basquiat zich Armani kostuums permitteren, die na verloop van tijd onder de verfspetters kwamen te zitten. In 2017 ging een schilderij van Basquiat de deur uit voor de recordprijs van 110,5 miljoen dollar.
Basquiat liet zich inspireren door teksten uit zijn boeken en afbeeldingen van zijn platenhoezen. Zijn werk is een mengeling van beelden, muzieknoten, pijlen, cijfers, logo’s, pictogrammen, grafieken, symbolen en diagrammen. In de expressieve manier waarop Basquiat figuren op het doek zette, zijn Afrikaanse invloeden terug te zien. De gezichten van de afgebeelde personen lijken op primitieve maskers. Zijn doeken en objecten zijn te omschrijven als visuele hiphop-collages, samengesteld uit jazzsamples. De kroon, die fungeert als aureool en als doornenkrans werd zijn handelsmerk.
![]()
‘Bird On Money’, ‘Stardust’ en een quote van Jean-Michel Basquiat.
Vroege dood
Opvallende voorbeelden van Basquiats jazz-gerelateerde werk zijn ‘Bird on Money’ (1981), Charles the First (1982), ‘Beat Bop’ (1983), Horn Players (1983), Max Roach (1984) en ‘King Zulu’ (1986, een sarcastische verwijzing naar Louis Armstrong). Ook in andere, titelloze werken, duiken jazzmuzikanten en muzikale symbolen op.
De verwantschap tussen Charlie Parker en Jean-Michel Basquiat is, zeker achteraf gezien, groot. Op artistiek terrein waren ze geniaal, maar tegen het dagelijkse leven waren ze niet opgewassen. In 1988 stierf Basquiat op zevenentwintigjarige leeftijd aan een overdosis heroïne.
© Jazzenzo 2010