Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Mark Turner – Patternmaster

CD-RECENSIE 

Mark Turner – Patternmaster
bezetting: Jason Palmer trompet, Mark Turner tenorsaxofoon, Joe Martin contrabas en Jonathan Pinson drums.
opgenomen: april 2024, Studios La Buissonne, Pernes-les-Fontaines, Frankrijk
uitgebracht: maart 2026
label: ECM 
aantal stukken: 6
tijdsduur: 48’28
website: markturnerjazz.com - ecmrecords.com  
door: Cyriel Pluimakers


Tenorsaxofonist Mark Turner is een bezig baasje dat zijn artistieke grenzen blijft verleggen. Een constante in zijn oeuvre is zijn kwartet met trompettist Jason Palmer, contrabassist Joe Martin en drummer Jonathan Pinson, waarmee hij ook de vorige release ‘Return From The Stars’ opnam die vier jaar geleden verscheen. Zijn samenwerking met het toonaangevende Duitse ECM getuigt van een lange houdbaarheid. Sciencefiction vormt een van de inspiratiebronnen voor zijn nieuwe album ‘Patternmaster’, dat zes eigen composities telt.

Muzikaal verhaal
Het titelnummer ‘Patternmaster’ is een contrafact van het beroemde ‘Pinochio’ dat door Wayne Shorter werd geschreven. Contrabassist Martin en drummer Pinson creëren hier een aanstekelijke groove waarover de blazers unisono het thema spelen. Gretig duikt Turner vervolgens in een stevige improvisatie met een welluidend muzikaal verhaal dat een prachtige opbouw heeft. Betoverend is de baslijn die het erop volgende ‘Trece Ocho’ inluidt, een compositie in 3/8 maat waarin de leider wederom excelleert met een grootse solo, die herinneringen oproep aan grootmeester Warne Marsh (1927-1978). Trompettist Jason Palmer sluit hier met zijn spel naadloos op aan.

Hoogstandjes
Indrukwekkend is Palmer’s statement aan het begin van ‘It Very Well May Be’ waarna Turner zich naadloos bij hem voegt. Dat de heren de jazztraditie stevig in hun zak hebben zou een understatement zijn: er wordt meesterlijk gespeeld met een grote beheersing van het métier en lineaire improvisaties worden gecombineerd met een authentieke hardbop drive. Een uniek concept dat culmineert in ‘Lehman’s Chair’, een stuk geïnspireerd op een compositie van collega-saxofonist Steve Lehman. Met een 4/4 ritme als ondergrond overtroeven de blazers elkaar in melodische hoogstandjes. 

Walsachtig
Bijzonder is ‘The Happiest Man On Earth’ dat zich tergend traag ontvouwt met een walsachtig ritme. Als luisteraar zit je gefocust op je stoel in afwachting van wat er muzikaal komen gaat. Het fantasierijke ritmetandem houdt de spanning vast terwijl de blazers voortdurend briljante muzikale vondsten met elkaar uitwisselen.  Turner heeft met zijn musici duidelijk een eigen taal, toon en aanpak ontwikkeld. Haast is er nergens, de inspiratie lijkt grenzeloos. Vaardigheden die culmineren in het afsluitende ‘Supersister’, waarin we de nodige invloeden uit de popmuziek aantreffen, met aanstekelijke ritmiek en een melodie die in het gehoor blijft hangen. Een meer dan indrukwekkend en bijzonder veelzijdig album!






© Jazzenzo 2010