Sonny Rollins bleef zijn muziek perfectioneren IN MEMORIAM Hoewel critici en fans hem de hemel in prezen, was Rollins zelf zelden tevreden over zijn spel. Regelmatig trok hij zich terug uit de openbaarheid. Als hij ergens werd gesignaleerd lag hij niet in de goot, zoals sommige van zijn collega-musici, maar stond hij op de Williamsburg-bridge toonladders te oefenen.
door: Johan Bakker
Sonny Rollins was herhaaldelijk te bewonderen in Nederland, zoals in Eindhoven in 2011. Foto © Ron Beenen.
Als Sonny Rollins (7 september 1930 – 25 mei 2026) op het podium stond, kon je niet om zijn imposante gestalte heen. Zodra hij op zijn tenorsaxofoon begon te blazen was zijn geluid zo dominant dat een akkoordinstrument als een gitaar of een piano niet meer nodig was.
Muzikale hogedrukpan
In mei 1967 trad Rollins met drummer Han Bennink en bassist Ruud Jacobs op in Arnhem. De toen aanwezige Hans Dulfer zei over dat legendarisch geworden concert: ‘Het was een muzikale eruptie die nooit eerder was vertoond en waarschijnlijk ook nooit meer zal plaatsvinden.’
Han Bennink en Ruud Jacobs ontmoetten Rollins vlak voor hun eerste set, tijd om te oefenen was er niet. Rollins gaf met de woorden: ‘Let’s go,’ het startsein waarna het trio wonderbaarlijk genoeg meteen op het juiste spoor zat. De zaal in de Arnhemse Academie voor Beeldende kunst veranderde geleidelijk in een muzikale hogedrukpan.
Mede dankzij de energiek drummende Bennink en de stuwende, volle bastonen van Jacobs kreeg de toen 36-jarige Rollins vleugels. ‘Ik kon wel janken,’ zei Bennink na afloop. Jacobs vertelde jaren later dat hij nooit meer zo’n bijzondere muzikale ervaring had gehad.
Vijftig jaar na dato werden de banden teruggevonden en verwerkt tot het dubbelalbum ‘Rollins in Holland’. Het bleek een waardevolle aanvulling te zijn op het oeuvre van de ‘Saxophone Collossus’. Al was het maar omdat Sonny Rollins tussen 1966 en 1972 geen andere platen had gemaakt.
De bekendheid van Sonny Rollins beperkte zich overigens niet tot jazzkringen. De magistrale saxofoonsolo op ‘Waiting on a Friend’, plus twee andere nummers op het album ‘Tattoo You’ uit 1981 van The Rolling Stones, werden ook door Rollins ingespeeld.
Leren, begrijpen, verbeteren
Het leven van Rollins stond in het teken van leren, begrijpen en zichzelf verbeteren. De Nederlandse jazzliefhebber Olaf van Paassen probeerde jarenlang om zijn idool te spreken te krijgen. Dat bleek lastig, want Rollins was nogal op zijn privacy gesteld. Toen het Van Paassen en documentairemaker Hans Hylkema in 2014 eindelijk lukte, bleek Rollins opmerkelijk openhartig: ‘Ik was vroeger een klootzak,’ zei de saxofonist, ‘ik heb domme dingen gedaan en daarom ben ik blij dat ik zo oud ben geworden. Nu kan ik laten zien aan degene die ik pijn heb gedaan dat ik een beter mens geworden ben.’![]()
Na tweeëndertig jaren van afwezigheid speelde Sonny Rollins in 2011
weer op North Sea Jazz. Foto © Ron Beenen.
Als Rollins al een klootzak was, heeft hij daar zijn redenen voor gehad: ‘Ik word voortdurend gedist en beledigd. Als ik op een vliegveld loop, denken vijfhonderd mensen: daar gaat een zwarte man. Ik merk het aan de neerbuigende manier waarop ze me behandelen.’
Toch bereikte Sonny Rollins zo’n staat van verlichting dat hij de grootmoedigheid kon opbrengen om te zeggen: ‘Als één persoon aardig voor me is en me behandelt als een mens, compenseert dat voor mij die vijfhonderd die me beledigen of op me neer kijken.’
Rollins ontving zo’n beetje alle prijzen die er te winnen zijn. Als laatste overlevende bekeek hij de Harlem-groepsfoto van de generatie jazzmusici uit 1958 en legde aan de Nederlandse filmers uit: ‘Ik sta op de schouders van de musici die zelf nooit een prijs hebben ontvangen zoals Lester Young, Coleman Hawkins en Count Basie.’
Eeuwig
Hoewel hij sinds 2014 niet meer speelde, zal de muziek van Sonny Rollins voor eeuwig blijven klinken. En voorlopig kunnen we nog wel even vooruit. Opnametechnicus Richard Corsello, die met Rollins samenwerkte sinds 1978, heeft nog boodschappentassen vol met Dat-tapes die hij in verloren uurtjes bewerkt en archiveert. Soms was hij zo tevreden over een opname dat hij die op een CD brandde en opstuurde naar Rollins. Als die na enkele dagen van gespannen afwachten niet reageerde, was dat de zoveelste bevestiging dat Rollins niet van achteromkijken hield.
De saxofonist kwam op 7 september 1930 ter wereld als Theodore Walter, zoon van Walter en Valborg Rollins te New York. Gister, 25 mei 2026, overleed hij in zijn woning in die stad op 95-jarige leeftijd. Hij debuteerde als professioneel muzikant in 1947 in zijn woonplaats. In 1954 brak hij door met het Miles Davis Quintet, waarmee hij onder meer zijn composities ‘Oleo’, ‘Doxie’ en ‘Airegon’ vastlegde. Daarna maakte hij deel uit van het Max Roach Quintet (1955 – 1956).
Na een periode van afzondering betekende het album ‘The Bridge’ (1962) zijn comeback. ‘St Thomas’ werd zijn signature-tune, de Calypso-ritmes zijn handelsmerk (zijn ouders zijn geboren op de Virgin Islands). Vanaf de jaren ‘60 liet Rollins zich bij voorkeur begeleiden door bas en drums. Soms legde hij de ritmesectie het zwijgen op om in zijn eentje alle mogelijkheden van het thema uit de diepen. Tijdens die openbare verkenningstochten bereikte hij eenzame hoogten.
Tot op hoge leeftijd betrad Rollins de wereldpodia. De laatste jaren met een band met elektrische gitaar, drums, percussie, trombone, bas en keyboard. Tevreden omkijken was er niet bij: ‘Ik probeer mezelf en mijn muziek telkens weer te perfectioneren,’ zei Sonny Rollins toen hij al 84 was, ‘waar het eindigt, weet ik niet en dat maakt me ook niets uit. Waar het om gaat is dat ik beter wil worden en ik denk ook dat ik beter kán worden.’
© Jazzenzo 2010