Haruki Murakami’s nostalgische muzikale mijmeringen BOEKBESPREKING Jazz kissa
Haruki Murakami – Jazzportretten
Met illustraties van Makoto Wada en vertaald door Luk Van Haute
uitgever: Atlas Contact, Amsterdam / Antwerpen
uitgebracht: 2026
pagina’s: 256
website: atlascontact.nl - harukimurakami.com
door: Johan Bakker
Japan moet voor jazzliefhebbers wel het walhalla zijn. De verhouding met de Verenigde Staten mag dan moeizaam op gang zijn gekomen, Japanners hebben de jazz vanaf het begin omarmd. Ook toen luisteren naar die muziek tijdens de Tweede Wereldoorlog officieel verboden was, lieten de fans zich niet tegen houden. Amerikaanse jazzmusici werden in Japan met egards behandeld waar ze in eigen land niet eens van durfden dromen. Toen Art Blakey and the Jazzmessengers na hun eerste geslaagde Japanse tournee huiswaarts vlogen, liepen de tranen van ontroering over hun wangen.
Jazzliefhebbers die aan het einde van hun werkdag een ‘jazz kissa’ bezoeken, een café waar je jazz kunt beluisteren, worden geacht pas iets te zeggen als de muziek is gestopt. Dan is het tijd voor een bestelling of een gesprek over de afgespeelde opname. Kom daar eens om in Nederland waar zelfs bezoekers van concerten hun mond nog geen vijf minuten kunnen dichthouden.
Optredende musici in Japan moeten soms nog wennen aan het stoïcijns luisterende publiek, dat pas na afloop van een concert tijdens de aanschaf van een gesigneerde cd laat weten te hebben genoten van het gebodene.
Jazzclub Peter Cat
De ook buiten Japan populaire schrijver Haruki Marukami (1949) slaagt er al jaren in om zijn lezers deelgenoot te maken van zijn binnenwereld. Muziek speelt een belangrijke rol in zijn romans en dat geldt in het bijzonder voor jazz. Voordat Murakami schrijver werd, runde hij in Tokio met zijn echtgenote Yoko jazzclub Peter Cat. Winstgevend was dat nauwelijks, maar de latere auteur was hierdoor wel in de gelegenheid om dag in dag uit geconcentreerd naar muziek te luisteren, zowel door het draaien van vinylplaten als door de live muziek die regelmatig in de club te horen was.
Illustraties van Makoto Wada uit het boek: Billie Holiday, Duke Ellington en Bix Beiderbecke.
Improviserende schrijfstijl
Wie het oeuvre van de Japanse schrijver kent, heeft al een indruk van zijn muzikale voorkeuren. Hij schreef onder meer over Stan Getz, Charlie Parker, Miles Davis en Coleman Hawkins. Maar ook zonder het noemen van specifieke namen kun je stellen dat jazz zijn improviserende schrijfstijl sterk beïnvloedt.
In de jaren negentig kreeg de auteur het verzoek om teksten te schrijven voor een bundeling getekende jazzportretten door kunstenaar Makoto Wada (1936 – 2019). Het duurde even voordat deze teksten vertaald werden omdat de auteur ervan uitging dat Amerikanen al bekend waren met wat hij te melden had over hun muziek.
Vanwege het succes van het boekje volgde een tweede deel en daar zijn inmiddels nog enkele aanvullingen aan toegevoegd. In totaal 55 stukken zijn nu in het Nederlands vertaald in een boek waarin ook Wada’s tekeningen zijn opgenomen. De selectie van de besproken musici is dus in feite door Wada gedaan. Wel drukt Murakami zijn stempel op de teksten omdat hij de albums van de artiesten die hij bespreekt wel heeft uitgekozen.
Vocalisten
Het is altijd interessant om een liefhebber enthousiast over zijn passie te horen spreken en in dit geval lezend van zijn bevindingen kennis te nemen. Af en toe hebben Murakami’s zinnen iets onbeholpens, al is het niet helemaal duidelijk of dat ligt aan het origineel of aan de vertaling. Onder de besproken jazzmusici bevinden zich naar verhouding veel vocalisten, zelfs de pitloze crooners Frank Sinatra en Mel Tormé krijgen hun eigen hoofdstukje. De klok lijkt bovendien nogal ver terug te zijn gezet: vrijwel alle besproken musici, als ze nog in leven zijn, hebben hun hoogtepunt al lang en breed achter zich liggen.
![]()
Enkele albums die in het boek besproken worden: Dizzy Gillespy At New Port, Art Blakey and the Jazz Messengers met de soundtrack 'Les Liaisons Dangereuses', en Shelly Manne & His Men at the Black Hawk.
Witte en zwarte jazz
De keuze voor een groot aantal opnames uit de oude doos doen vermoeden dat jazz voor Murakami meer heeft te maken met nostalgie dan met vernieuwing. Dat de schrijver zweert bij vinyl en zichzelf tijdens het luisteren trakteert op een stevige borrel bevestigt die gedachte. Af en toe is uit de tekst op te maken uit welke periode de besproken muziek stamt, al was een jaartal bij ieder genoemd album wel handig geweest.
Vreemd genoeg maakt Murakami dikwijls onderscheid tussen witte en zwarte jazz. Na de zoveelste keer ga je je afvragen waarom hij dat doet. Zeker als hij beweert dat zijn landgenoten nogal ‘chauvinistisch zwartgezind zijn’.
In het hoofdstuk over Chet Baker gaat Murakami mee in het Amerikaanse frame dat de trompettist en vocalist in de jaren vijftig op zijn best was en dat het daarna door de drugs en zijn gevangenschap bergafwaarts ging met de kwaliteit van zijn spel. En dat terwijl Baker in de tweede helft van de jaren tachtig nog ijzersterke concerten in Japan heeft gegeven die voor de eeuwigheid zijn vastgelegd (met pianist Harold Danko, bassist Hein Van Der Geyn en drummer John Engels).
Nieuwsgierig makend
Naast de nogal conservatieve keuzes die Murakami maakt, bespreekt hij gelukkig ook verschillende albums op een nieuwsgierig makende manier. Samen met de prachtige illustraties (die op een later moment aan de orde komen) en een uitgebreide luisterlijst achterin het boek valt er dus nog genoeg te ontdekken en te genieten. Een kleine greep: Art Blakey – ‘Les Liaisons Dangereuses’, Charles Mingus – ‘Pitecanthropus Erectus’, Eric Dolphy – ‘Out There’, Dizzy Gillespie - ‘Dizzy Gillespie At Newport’, Shelly Manne - ‘Shelly Manne & His Men at the Black Hawk’, Ornette Coleman – ‘Town Hall’ en Art Pepper - ‘Art Pepper Meets the Rhythm Section’.
© Jazzenzo 2010