Paolo Fresu en Paradox Jazz Orchestra eren Miles en Gil Evans CONCERTRECENSIE. Paradox Jazz Orchestra ft. Paolo Fresu, TivoliVredenburg, Utrecht, 3 mei 2026 Verwante klank Glimlach
beeld: Eric van Nieuwland
door :Jeroen Jansen
Miles Davis zou op 26 mei honderd jaar zijn geworden. Overal ter wereld zoeken orkesten en ensembles naar manieren om dat te markeren. Maar het Paradox Jazz Orchestra koos niet voor de makkelijkste weg: de muziek van Davis en Gil Evans in een volwaardige bigbandsetting brengen, met de Sardijnse trompettist Paolo Fresu als gastsolist. In TivoliVredenburg was de middag ervoor gereserveerd, in de intieme zaal Cloud Nine. Toepasselijk: want het publiek zou die wolk niet meer snel verlaten.
![]()
Paolo Fresu en Paradox Jazz Orchestra onder leiding van Johan Plomp, met onder de solisten tenorsaxofonist Jesse Schilderink.
Het Paradox Jazz Orchestra (PJO) werd in 2019 opgericht door saxofonist Jasper Staps en trompettist Teus Nobel. Hun filosofie is even eenvoudig als veeleisend: jonge talenten naast gevestigde namen plaatsen, bigbandmuziek eigentijds houden, en het publiek mee laten kijken in het proces. Voor het Miles Davis-project, dat eerder al in Paradox Tilburg en LantarenVenster te zien was, vonden ze in Paolo Fresu de ideale partner. De Sardijn behoort al decennialang tot de top van de Europese jazz, staat bekend om zijn lyrische, aan Davis verwante klank, en had nog nooit eerder het oeuvre van zijn grote voorbeeld in een bigbandsetting centraal gesteld. De leiding was in handen van Johan Plomp. Dat maakte dit concert tot meer dan een hommage: het was ook voor Fresu zelf onontgonnen terrein.
![]()
Fresu met altsaxofonist Mo van der Does, orkestleider Johan Plomp en pianist Rembrandt Frerichs.
Ideale gastsolist
Het programma spande een grote boog, van 'Springsville' als openingsschot tot het slotnummer 'Summertime'. Tussendoor passeerden hoogtepunten uit de samenwerking van Davis met Gil Evans, zoals 'Boplicity' en 'Jeru' uit 'Birth of the Cool', naast latere klassiekers uit het oeuvre van Miles als 'Seven Steps to Heaven', 'The Prince of Darkness' en 'Time after Time'. De stukken waren vertrouwd genoeg om massaal mee te neuriën, maar dankzij de weldadige arrangementen van Rob Horsting, Johan Plomp en anderen tegelijk herkenbaar als typisch PJO-materiaal. Die balans was een van de grote kwaliteiten van de middag.
Fresu was op trompet en flugelhorn de ideale gastsolist: iemand die zich de muziek volledig eigen maakte zonder de signatuur van het orkest te overstemmen. Zijn ingetogen spel, dat de ruimte opzocht in plaats van te vullen, sloot naadloos aan bij de cool-esthetiek die Davis zo definitief had gedefinieerd. 'Bess, You Is My Woman Now' eindigde met een gigantische pedaalnoot die de zaal in stilte achterliet. De enige compositie die niet uit de Davis-tijd stamde was zijn eigen 'Back In', dat hij uitdrukkelijk als eerbetoon bedoelde, en dat naadloos in de dramaturgie paste. Solist van de middag was Mo van der Does op altsaxofoon in dat stuk.
![]()
Trompettist Teus Nobel, Fresu en Plomp, en solist Jan Menu.
Onmiskenbare signatuur
Tegenover de lyriek van Fresu stond Rembrandt Frerichs als de querulant van dienst. Hij zat er geregeld werkeloos bij, maar wanneer hij ingreep was het raak: dwarse noten, onverwachte akkoorden, een subtiele frictie die het geheel verfriste en aan de middag de onmiskenbare signatuur van het PJO meegaf. Bijzonder was het duet van Frerichs en Fresu in 'Blue in Green', waarbij de pianist de basbegeleiding speelde op het binnenwerk van de vleugel. In 'Round Midnight' kwamen de twee nogmaals samen, en ook daar leek de muziek even stil te staan. Jan Menu stal in 'Jeru' de show met een solo op bariton die the Birth of the Cool-geest eer aandeed, en 'If I Were a Bell' bood ruimte aan achtereenvolgens Daemen, Sohier en Frerichs.
Jonge solisten
De stukken met die directe Davis-Gil Evans-signatuur waren zalig en een feest van herkenning, maar het echte vuur sloeg over in de nummers van later: 'Seven Steps to Heaven', met een ijzersterk arrangement van Rob Horsting en solo’s van Teus Nobel en Niek de Bruijn, 'The Prince of Darkness' met Frerichs en De Bruijn, en 'Time after Time' met een solo van Guido Nijs op tenorsaxofoon en een mooi orkestcoda. Qua pure lyriek waren 'Bess, You Is My Woman Now' en het afsluitende 'Summertime' onovertroffen. Het was ook mooi te zien hoeveel ruimte de jonge solisten kregen: in een programma dat draait om een van de grootste namen uit de jazzgeschiedenis, was dat geen vanzelfsprekendheid.
Het meest avontuurlijk was dit project van het Paradox Jazz Orchestra niet. Maar dat was het ook niet van plan. Wie in Cloud Nine zat te luisteren naar de arrangementen, Fresu's flugelhorn in 'Milestones' of het vurige duet dat hij aanging met tenorsaxofonist Jesse Schilderink in 'The Prince of Darkness', wist dat hier meer was dan nostalgie. De muziek van Miles Davis en Gil Evans bleek opnieuw levend materiaal, en het Utrechtse publiek vertrok zonder uitzondering met een glimlach. Soms is dat precies genoeg.
© Jazzenzo 2010