Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Scott Kinsey Group moet het niet hebben van Scott Henderson

CONCERTRECENSIE. Scott Kinsey Group. Tilburg, Paradox, 22 oktober 2008.
beeld: Stef Mennens
door: Rinus van der Heijden

Voor een eenmalig concert in Nederland moest de fusionliefhebber deze avond in Tilburg zijn, in muziekpodium Paradox om precies te zijn. Daar speelde de Scott Kinsey Group, met de leider op toetsen, maar achter de gitaar de man voor wie de meesten kwamen: Scott Henderson.


Een uitverkocht Paradox voor Scott Henderson, Scott Kinsey en Kirk Covington

Gek is dat. Als je in de wereld van de muziek eenmaal naam hebt, hoef je niet veel meer te doen om die naam hoog te houden. Dat zie je duidelijk bij al die Henderson-fans, die in Tilburg aanwezig waren en idolaat op zijn verrichtingen reageerden. Oké, Scott Henderson is een goede gitarist, een erg goede zelfs. Maar meer niet. Zijn strapatsen op de elektrische gitaar overstijgen nergens die van rockgitaristen als Ritchie Blackmore, Joe Satriani, Gary Moore, Kirk Hammett (Metallica), Mick Thompson (Slipknot) en hardrocklegende Randy Rhoads.

Toch heeft Scott Henderson naam gemaakt in de wereld van de fusion én blues. Zijn grootste faam verwierf hij toen hij in 1984 mede-oprichter was van Tribal Tech, dat een moderne variant van in de jaren zeventig kapot gespeelde fusion op de markt bracht. Met deze groep bracht hij zo’n tien platen uit. En vanaf dat moment kan de naam Henderson niet meer kapot.

Nu is het zo dat er geen traditie méér achterhaald is dan die van elektrische gitaristen. Daar  zorgde met name de hardrock voor, waarin de gitaar fallussymbool en oorlogs- en muziekinstrument tegelijk was. Als het maar hard, snel, vlijmscherp en vol machismo was, dan werd de bespeler van de gitaar op handen gedragen. In de jazz hebben gitaristen daar altijd onder te lijden gehad – met als enige uitzondering wellicht James ‘Blood’ Ulmer – en zij zochten daarom hun eigen, andere weg (Bill Frisell, John Abercrombie, Philip Catherine, Pat Metheny, John Scofield, Kurt Rosenwinkel, om maar wat levenden te noemen).

En hoe zit het met Scott Henderson? Wat hij deze avond in Tilburg liet zien, had niets en veel met jazz te maken. Niets, omdat hij zich zoals eerder opgemerkt, nergens onderscheidde van zijn rockbroeders, veel omdat hij uitsluitend improviseerde op zijn instrument. Maar doen rockgitaristen dat ook niet?

Met dit alles is niet gezegd dat het concert van de Scott Kinsey Group onder de maat was. Daarvoor was het kwartet individueel te sterk. Toetsenist Kinsey en gitarist Henderson konden ongebreideld hun gang gaan op de ritmische klankvelden die basgitarist Matthew Garrison en slagwerker Kirk Covington aanlegden. Garrison jaagt geen enkel moment staccato over zijn instrument, maar roert liever in een stoofpot vol vervormde noten en akkoorden. En Covington? Hij was invaller, omdat de vaste slagwerker Gary Novak ziek in Amerika achter moest blijven. Covington is echter geen onbekende voor de overige bandleden. Hij is lid van de Scott Henderson Group en Tribal Tech en speelt op Scott Kinsey’s laatste album mee. De slagwerker voegde zich daardoor naadloos in het groepsconcept. Hij mocht er dan – met korte broek en t-shirt met afgeknipte mouwen – uitzien als Erik de Noorman aan de Côte d’Azur, zijn imposante gestalte vulde in wat je mocht verwachten: kracht, standvastig spel en een ritmevastheid die verblufte.

Met mensen als Matthew Garrison en Kirk Covington is voor Henderson en Kinsey een concert al half geslaagd. Temeer als je weet dat Henderson het liefst speelt in een band zonder toetsen, omdat die zijn gitaarspel naar de achtergrond schuiven. Dat kan wrijving opleveren, maar deed het hier niet door de fantastische inbreng van bas en slagwerk. Toch werd meerdere malen duidelijk dat de samenhang tussen gitaar en elektronische keyboards nogal eens ver te zoeken was. Maar er was niemand in de zaal die daarom maalde. Dat doe je immers niet als god Scott H. aanwezig is.


© Jazzenzo 2010