Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Wervelende show van gepassioneerde prof James Carter

CONCERTRECENSIE. James Carter Quintet, Bimhuis Amsterdam, 26 oktober 2008
beeld: Thomas Huisman
door: Mischa Andriessen

Weinig musici bestuderen hun instrumenten zo intensief als James Carter. Weinigen beheersen ze op een vergelijkbaar niveau. Die exceptionele begaafdheid had Carter al toen hij begin jaren negentig onder de vleugels van Lester Bowie vandaan kwam en met zijn eigen platen geleidelijk aan naam begon te maken.


Ralphe Armstrong, James Carter en Guy Barker in het Amsterdamse Bimhuis

Toch is niet alles wat hij uitbracht even geslaagd en ook live wekte hij soms de indruk dat hij tot indrukwekkender prestaties in staat moest zijn. Het is het probleem van de virtuoos; hij begeestert en stelt teleur op hetzelfde moment omdat van iemand van dergelijk kaliber het onmogelijke wordt verwacht.

Daarbij kreeg hij bovendien het verwijt geen uitgesproken stijl te hebben. Carter beheerst en speelt in vele idiomen. Hij is iemand die weigert te kiezen. Zijn spel is geënt op de jazztraditie tot aan haar vroegste begin, maar hij is  evengoed beïnvloed door belangrijke vernieuwers.

Nu ligt het gegier en gegrom van de freejazz niet zo ver af van de honks en shouts van de barwalkers en oude R&B blazers en is het dus uiteindelijk niet zo verbazingwekkend dat Carter al die verschillende invloeden in een overtuigende mix bij elkaar weet te brengen. Het is allemaal in zijn spel geïncorporeerd, Don Byas heeft hij net zo grondig bestudeerd als John Coltrane.

Op zijn laatste plaat “Present Tense” liet Carter horen hoe aantrekkelijk die mix van diverse stijlen is. Een intense ode aan Eric Dolphy laat hij voorafgaan aan een ballad van Django Rheinhardt.

“Present tense” maakte Carters jaarlijkse bezoek aan Nederland iets om extra naar uit te kijken, maar sowieso blijft het verbazingwekkend om hem te horen spelen. Zijn baritonsax had hij thuis gelaten, maar fluit, basklarinet, tenor- en sopraansax werden tot in het uiterste verkend en uit elk instrument wist de negenendertigjarige ongekende klanken te halen.


Ralphe Armstrong, James Carter en Leonard King

Carter beschouwt zijn concert echter gelukkig niet als een solo showcase. Dit keer had uit een uitmuntend stel muzikanten meegebracht. Drummer Leonard King en pianist Gerald Gibbs maakten ook deel uit van zijn orgeltrio, maar waar Gibbs daarbij een zwakke schakel was, leverde hij nu een indrukwekkende prestatie met zijn even gloedvolle als zorgvuldige spel.

Een regelrechte attractie was bassist Ralphe Armstrong; een vriendelijke kolos met clowneske act, die echter de show stal met zijn stevige drive en grote fantasie. Toch was de grootste verrassing de Engelse trompettist Guy Barker. Een blazer met eenzelfde spelopvatting als Carter; oud en nieuw gaan bij hem ook hand in hand en hij weet al die ideeën samen te brengen in een stijl die het ene moment warm en het andere explosief is. Pure klasse.

Carter zelf was weergaloos. Hij is gulzig en gretig. Duikt echt in de muziek. Hij speelt met een ongelofelijke energie die in samenspraak met zijn technisch kunnen alleen al garant staat voor een wervelende show. Maar Carter is ook gegroeid; al die rauwe uithalen, het gegrom, gekreun, gekrijs en geschreeuw, die heerlijk vette onderbuik sound, de citaten waarmee hij strooit, het valt allemaal op zijn plaats. Het zijn niet louter trucjes. Alles draagt bij aan de soul en schwung van de muziek. De show die hij neerzet, mag dan een gepolijst voorbeeld zijn van professionaliteit, ze is in de eerste plaats een toonbeeld van superbe vakmanschap en diepdoorvoelde muzikale passie


© Jazzenzo 2010