TIJD IS TIJD VERHAAL You Make Me Feel So Young
door: Michael Varekamp
We zijn aan het repeteren.
Aan de muur tikt een klok.
Met meedogenloze zekerheid wordt de tijd opgedeeld in overzichtelijke seconden.
Zo overzichtelijk dat ieder vleugje inspiratie bij voorbaat in een dun hoekje geduwd wordt. Ironisch genoeg zou de tijd natuurlijk helemaal niet bestaan zonder deze mechanische bemoeizucht.
Muziek zet tijd aan en uit. Een band kan een half uur achter elkaar virtuoos over een uptempo vol akkoorden en ritmische grapjes stampen maar het moment dat het nummer is afgelopen staat de tijd weer op nul alsof er niets gebeurd is. Gereduceerd tot een blanco observator van zichzelf.
We make time work houdt een oude mentor uit mijn vroege jaren ons regelmatig voor. En alhoewel we als jonge studenten maar net beginnen en nog druk bezig zijn met het afschudden van onze afkomst zijn we diep onder de indruk. Helemaal doorgronden kunnen we het niet maar we voelen dat hij gelijk heeft.
Where Or When
It Was A Very Good Year
Get Me To The Church On Time
1966 Las Vegas. Op het album Sinatra At The Sands vormt de tijd een bron van inspiratie. Frank Sinatra is op het hoogtepunt van zijn flamboyante carrière. Hij wordt hier gedragen door Quincy Jones en het machtige orkest van Count Basie. Muziek uit mijn jeugd ook al ben ik dan nog lang niet geboren. Sinatra is de jaren daarvoor van arme migrantenzoon en straatzanger opgeklommen tot een man zo machtig dat hij met zijn makkers op kan treden in zijn eigen hotel. Het is een romantisch beeld maar ik stel me altijd voor dat de crooner het hotel speciaal kocht voor zichzelf en The Ratpack. Zijn genootschap met andere vagebonden als Dean Martin en Sammy Davis Jr. De sterke verhalen over feestjes en andere nachtelijke escapades zijn talrijk en hun legendarische performances veranderen het landschap van de Amerikaanse Showbizz.
De Count Basie Big Band is een luxe limousine die je in een royale zetel van A naar B brengt. In de tijd welteverstaan. Niet in afstand. Zoals in de beste Jazz draait alles hier om timing. Daarna komt pas al het andere. Als beginnend muzikant kennen we elk detail uit ons hoofd. Van de grapjes tussen Sinatra en heldentenor Eddie Lockjaw Davis tot de backgroundjes van Sweets Edison. De monumentale drumfills van Sonny Payne en de vlammende tutti’s van Quincy Jones worden noot voor noot meegezongen.
De meesten van ons kennen de licht schertsende toevoeging wel die Sinatra zich laat ontvallen tijdens het intro van Fly Me To The Moon. Mr. Basie is gonna lead us to the path of righteousness and all that other Mother Jazz. Wij deden het jarenlang na. Tijdens schnabbels, in tourbussen of gewoon zomaar.
Als uitsmijter volgt er nog een venijnig In the right Tempo.
Ik heb de plaat eindeloos vaak gehoord. Op feestjes, in cafés en tijdens het koken voor familie maar pas jaren later heb ik door dat het hoogstwaarschijnlijk een verwijzing is naar een paar nummers daarvoor. Daarin is te horen hoe het orkest plots zwalkt als een dronken zeeman om daarna subtiel maar gedecideerd in het gareel te worden getrokken door de gitaar van Freddie Green. Het zachtste instrument tussen al dat geweld.
Green stond er om bekend dat hij als geen ander kon schrappen met zijn gitaar. Avond aan avond, feilloos in het juiste ritme. Toen Green eens ontslagen werd vanwege de zoveelste recessie die de Jazz hard had getroffen stond hij de volgende ochtend gewoon weer bij de bus.
I gave you the best years of my life.
No way I'm gonna leave.
Hij zou tot zijn dood bij Basie blijven spelen als een soort geweten van de time.
Halverwege de jaren negentig luidt de noodklok en wordt het hotel voorgoed gesloopt.
Als je de beelden ziet is het alsof je ouderlijk huis wordt afgebroken.
Just In Time
As Times Goes By
It’s About That Time
Time Will Tell
De jazzgeschiedenis staat bol van verwijzingen naar de tijd. Als vriend, als vijand.
Als partner in de zoektocht naar zingeving in de schemerige krochten van het Altijd.
Soms donker maar vaker hel verlicht met scheuten van levenskracht.
Komt tijd komt raad. De tijd als antwoord op de grote vragen.
Andersom komt ook voor. De tijd als enigma waar je geen steek verder mee komt.
The Time's They Are A Changin' kraste Dylan narrig in het collectieve geheugen.
Kort daarvoor kwam Charlie Parker misschien nog wel het dichtst bij de kern met zijn
Now's The Time. Er is alleen maar nu zong zijn saxofoon lyrisch gedurende de jaren veertig en een beetje van de jaren vijftig, tot hij uitgeput op zijn 34e vertrok om voor altijd in datzelfde nu te blijven.
Zoals een beeldhouwer zijn steen te lijf gaat om er een nieuwe realiteit uit te beitelen zo wordt Jazz gehouwen uit de tijd. Met alles erop en eraan. Hoekjes, bultjes, geheime nisjes, scherpe randjes.
Tijdens een oprecht bevlogen concert verdwijnt de klok en ontstaat er een vacuüm met eigen regels en dimensies in klank, tijd en dynamiek. Net zolang totdat uiteindelijk het lichaam zichzelf vergeet.
Ondertussen brengt iedere ademteug je dichter bij het onvermijdelijke einde. Gevangen in de paradox van er zijn en er niet zijn. De gedachte dat het ophoudt is even ondraaglijk als de gedachte dat het eindeloos doorgaat. Running out of time. Tot je tijd erop zit.
Sommige filosofen hangen de wetenschap aan dat de tijd alleen maar bestaat omdat we ons bewust zijn van heden, verleden en toekomst. Zonder ons geen tijd. Mijn demente moeder kon zich destijds in oprechte verwondering afvragen waarom ze me jaren niet gezien had en waar haar beste vriendinnetje van de lagere school was gebleven. Zichzelf en de tijd voor altijd kwijt.
Aartsvader van de bebop Dizzy Gillespie zwierf een groot deel van zijn leven over de wereld met een soort toverstaf ter grootte van een wandelstok om het verstrijken van de tijd te bezweren. Hij noemde het ding consequent My Rythm Stick. De zelfgemaakte klepel eindigde zwevend aan het plafond in een Jazzclub ergens in de wereld. Eigenlijk net als zijn geniale baas.
Ooit zal het allemaal wel eens afgelopen zijn maar dat overziet ons brein niet. Althans nu nog niet. Bovendien is de kans vrij groot dat er net zo goed ergens anders ook een willekeurige planeet miljoenen rondjes draait om een al even willekeurige zon, mocht dat al een definitie van tijd opleveren. Misschien schuilt er daarom ook juist troost in de onverbiddelijkheid van de klok.
Laid back, er precies bovenop, aan de achterkant, recht in het midden, lekker voorin.
Er bestaat in de Jazz een heel jargon enkel om de tijd zo nauwkeurig mogelijk te duiden.
Voor oudere muzikanten een doorleefde grap, voor jongeren een onbegrijpelijk raadsel.
He thinks it's about what he plays. Huhuhuh.
That’s as much notes as I played my whole career verzuchtte Sweets eens na het horen van de zoveelste onnavolgbare virtuoze solo van een piepjonge Wynton Marsalis.
1995 Ergens in Zwitserland deel ik een kleedkamer met de legendarische trompettist Doc Cheatham.
Doc komt uit 1905 en reist fit als een hoentje nog immer de hele wereld over met een koffer vol muziek, goede moed en prachtige verhalen. De ouders van Adolphus Anthony hadden aanvankelijk een degelijke carrière als apotheker voor hem op het oog maar het lot besliste anders. De bijnaam Doc zou blijven.
Ik ben nog een broekie en hang als verdoofd aan zijn lippen. Doc zit vol mythische verhalen over voormalige werkgevers als Billie Holiday en Count Basie of over hoe hij in de jaren twintig wel eens invalt voor Louis Armstrong.
Na een tijdje is de pauze voorbij en moet Doc zijn stortvloed aan anekdotes en terloopse wijsheden jammer genoeg afronden.
Weet je wat het is klinkt het op plots samenzweerderige toon.
Ik ben nu negentig en word zo langzamerhand toch een beetje moe.
Ik doe dit nog tien jaar. Dan ga ik lesgeven!
Twee jaar later blaast Doc zijn laatste chorus.
We zijn aan het repeteren. Aan de muur tikt een klok.
Met meedogenloze zekerheid wordt de tijd opgedeeld in overzichtelijke seconden.
Mijn vader had een aparte verhouding met de tijd of liever gezegd met de klok.
Voor hem was de klok heilig. Het ergste wat je jezelf of een ander aan kon doen, was te laat komen.
Hij leefde oprecht bij het adagium Beter een uur te vroeg dan een minuut te laat.
Het zou de rest van mijn leven van pas komen.
Op De Grote Vaart leef je de hele dag in ieders tijd.
1940 Mijn vader komt ter wereld. Hij is dan al te vroeg. Of juist te laat.
In ieder geval zit er niemand in het gezin te wachten op nog een mond die gevoed moet worden.
Precies twee maanden na zijn geboorte wordt Rotterdam platgebombardeerd.
Je kunt vanaf Oostvoorne de rokende puinhopen zien.
Het sneeuwt ’s nachts door het dak en van Sinterklaas krijgen de kleinsten een leeg blikje met een touwtje zodat het toch nog op iets lijkt. In de laatste dagen van de oorlog komt zijn vader meer dood dan levend teruggelopen uit Stuttgart.
De verklaring voor mijn vaders obsessie was even wreed als eenvoudig. Ze waren thuis met acht geweest tijdens de oorlog. Als er iemand te laat voor het avondeten kwam, werd het bord door iemand anders leeggegeten en ook nog afgelikt. Natuurlijk mochten wij jaren later thuis nooit zeggen dat we honger hadden en kreeg je op je donder als je meer opschepte dan je lustte.
Trouwens ook als je te laat kwam. Tijd is tijd.
Het is een vreemde gedachte maar mijn vader stamt uit dezelfde tijd als de Bebop. Als hij geboren wordt en Europa in brand staat voltrekt zich aan de andere kant van de oceaan een culturele revolutie.
Lichtjaren verwijderd van de schamele boerderij van mijn familie wordt op 52nd Street in New York City de bebop uitgevonden en eist een nieuwe generatie luidruchtig haar plek op. Bird, Diz, Monk en vele andere twintigers swingen tegen de klippen op en verkennen de grenzen van het bestaan op alle denkbare manieren.
De ene tijd is de andere niet ook al is het tegelijkertijd.
Mijn arme vader is ook al te vroeg met sterven. Hij overlijdt voordat hij oud kan worden aan twee fatale ziektes. Op mijn dressoir staat een piepklein fotootje. Daarop lig ik zacht in de armen van die ietwat steile, lieve man. Het is eind jaren zestig en ik schaterlach.
We hebben alle tijd.
© Jazzenzo 2010