Joshua Redman’s trio subtiel en energiek CONCERTRECENSIE. Joshua Redman Trio, Bimhuis Amsterdam, 30 oktober 2008
beeld: Thomas Huisman
door: Tim Sprangers
‘Back East’, de titel van Joshua Redman’s laatste album, slaat op zijn periode in Boston en New York. Jamsessies vonden plaats in kleine café’s met een nog kleiner podium, waar geen plek was voor een piano. De oplossing lag in een trio, met naast de contrabas en slagwerk enkel een blazer. In het Bimhuis werd hij vergezeld door het superduo Reuben Rogers en Brian Blade.
Joshua Redman Trio gaf een indrukwekkend concert in Bimhuis
Redman staat hoog in de wereldtop van tenorsaxofinisten, zoniet bovenaan. Dit is niet enkel te wijten aan zijn sublieme technische beheersing van de tenor- en overigens ook sopraansax. Ook zijn interesses en activiteiten in menig genre, maakt hem een veelzijdig muzikant. Onderzocht hij eerder de elektronische mogelijkheden van de sax in zijn funkende Elastic Band, waarbij hij onder andere bassist Flea (Red Hot Chili Peppers) uitnodigde, nu is hij ‘back to basic’, ‘Back to East’. Interessant is nu ook zijn steeds wisselende ritmesectie. Vorig jaar stond hij op het North Sea Jazz met bassist Reuben Rogers en drummer Antonio Sanchez; enkele maanden later in het Bimhuis met Omer Avital en Greg Hutchinson; nu stond hij met wederom Reuben Rogers en ditmaal Brian Blade op de drums.
Als een waar idool kreeg Redman van het al lang van tevoren uitverkochte Bimhuis een daverend applaus bij zijn opkomst. De saxofonist is immens populair. Het is te verklaren door zijn aanstekelijke virtuositeit en voornamelijk dankzij de brutale frisheid in zijn composities en spel. En dit alles omringd met bescheidenheid. Redman begon met misschien wel het grootste cliché uit de jazzgeschiedenis: het door Louis Armstrong bekend geworden ‘Mack the Knife’.
In dit openingsnummer swingde hij en bouwde zorgvuldig rond het thema, maar het was alles behalve een cliché. Met heerlijke uithalen en subtiel spel van zijn begeleiders overtuigde de saxofonist vanaf de eerste seconde. Met het totaal andere ‘Ghost’, een onheispellende compositie in een driekwartsmaat, wist Redman met zijn sopraan de humor om te gooien naar serieuze kost. Een prachtig nummer met Oosterse invloeden (‘Back East’ heeft ook hierop betrekking), waar constant een gigantisch grote hoeveelheid spanning op staat. De onrust die gecreëerd werd rond een enigszins droevig ritme was indrukwekkend. Redman speelt woest en geraffineerd tegelijk; soms onbezonnen en dan weer melancholisch. Hij heeft een bagage kennis en drift waarmee hij alles lijkt te kunnen bereiken.
Joshua Redman, Reuben Rogers en Brian Blade
Het boeiende aan een trio met maar één melodisch instrument is dat er veel ruimte ontstaat voor de andere muzikanten; het leidt tot creatieve solo’s en begeleiding. Bassist Rogers imponeerde voornamelijk door zijn rotsvaste, zeer overtuigende thema’s. Daarnaast kreeg hij veel mogelijkheid tot soleren. Met inventieve en vindingrijke energie jutte hij zichzelf menigmaal op tot gejaagde en voornamelijk passievolle monologen. Drummer Blade onderscheidde zich door een dosis subtiliteit. Met de verschillende stokken heel losjes in zijn handen, en onwaarschijnlijk lichte aanrakingen, draaide hij listig om de ritmes heen. De controle en souplesse van Blade zijn fenonomenaal.
Naast de subtiliteit, kracht van de composities, inventiviteit, energie en kunde, maakte ook het spelplezier dit tot een gedenkwaardig optreden. Met diverse kreten als ‘yeah’ en ‘ah’ moedigden de muzikanten elkaar aan. Daarnaast is de presentatie van trio, met fikse glimlachen, een kleine portie ironie en ook zichtbare fysieke passie een genot om naar te kijken.
© Jazzenzo 2010