Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

James Blood Ulmer & Black Rock Trio vrij van hokjesgeest

CONCERTRECENSIE James Blood Ulmer & Black Rock Trio. 013 Tilburg, 26 januari 2009
beeld: Stef Mennens
door: Rinus van der Heijden

Maakt het spreekwoord ‘onbekend maakt onbemind’ nog altijd opgang? Je zou het wel denken bij het concert van gitarist James Blood Ulmer in popcentrum 013 in Tilburg, dat slechts door zo’n zestig mensen werd bijgewoond. James Blood Ulmer deelt niet – hoewel hij zijn grootste faam verwierf bij de toch niet geheel onbekende Ornette Coleman – de bekendheid met jazzgitaristen als John Scofield, Bill Frisell of Pat Metheny. Typisch, want Ulmer is verreweg de interessantste snarenplukker die de jazz voortbracht.


Het gitaarspel van James Blood Ulmer is gespeend van elke vorm van gewichtigdoenerij.

Daarvan gaf hij deze avond opnieuw blijk. De 66-jarige Amerikaan deed vooral zijn best om niet in een bepaald hokje te worden gestopt. Resteert daarom de vraag: is James Blood Ulmer een blues- of jazzgitarist? Omdat hijzelf deze vraag niet terzake vindt, geven ook wij daar geen antwoord op. Hoewel… zou in de naam van Ulmers trio niet een gedeelte van het antwoord zijn verstopt? Black Rock, misschien is dat wel een betere omschrijving voor muziek die in elk geval jazz, blues, rock en improvisatie in zich heeft.

James Blood Ulmer begon zijn concert met vette, dansbare blues. Met als basis de oude Deltablues breide hij er een nieuwe vorm van door het luie en droevige karakter ervan te vervangen door een uiterst strak samenspel van slagwerk en basgitaar. Over die plaatstalen  basis heen legde hij zijn typische gitaarspel en diepe stemgeluid. Waardoor een mengeling ontstond van oud en nieuw, herkenbaar maar tevens ongrijpbaar. Zeker, teksten als ‘I don’t want my woman’ en ‘When I’m all alone by myself, I’m thinking of you’ tref je nergens anders dan in de oude blues, maar de opgesierde twaalf-maatsmuziek die ze begeleidde trok het geheel moderne tijden in.

Gedresseerde rocklicks
Het gitaarspel van James Blood Ulmer is gespeend van elke vorm van gewichtigdoenerij. Het kent geen gedresseerde rocklicks, mikt nergens op effecten, behoeft geen gierende uithalen. Ulmers gitaar is een verlengstuk van zijn stem. En omgekeerd. Zijn diepe, raspende stemgeluid met een opvallend vibrato à la Nina Simone discussieert met de muziek van zijn tokkelende gitaarsnaren. Hij speelt notenreeksen, toonladders, afzonderlijke noten, afgebakend door korte akkoorden om de vaart erin te houden. Nergens glissandi, sustain of andere typisch gitaristische kenmerken. Zijn noten zijn letters om een verhaal te vertellen en zijn eigen gezongen letters spelen daarmee. Prachtig!


James Blood Ulmer & Black Rock Trio met slagwerker Calvin Weston en bassist Mark E. Peterson.

Opvallend was dat Ulmer vooral uit ouder werk putte, zijn vorig jaar verschenen album ‘Bad Blood In The City’ bleef aan de kant. Naarmate het concert vorderde, boog het trio de muziek langzaam om naar jazz. En hoewel het optreden werd afgesloten door ‘Little Red Rooster’, bekend geworden door The Rolling Stones, gaf James Blood Ulmer meer en meer ondefinieerbaars aan de muziek mee.

Daar hadden zijn begeleiders, basgitarist Mark E. Peterson en vooral Calvin Weston een belangrijk aandeel in. De slagwerker - die zijn carrière begon bij Ornette Coleman’s Prime Time, samen met zijn maatje Jamaladeen Tacuma – ziet kans om oude blues te ‘versieren’ met roffelpartijen zoals alleen heel goede jazzdrummers dat kunnen. Daaraan paart hij een fabelachtige strakke funktiming. Slaat hij echter niet als een machine, dan laat hij een ongeëvenaarde fantasie los op de muziek. Gesteund door de ploppende basgitaar van Peterson sloeg Weston zijn ‘baas’ James Blood Ulmer én de muziek de hemel in.

Waardoor de onmacht om James Blood Ulmers muziek te omschrijven, nog verder werd versterkt. Goed toch?!


© Jazzenzo 2010