Quincy Jones, buitengewoon slimme arrangeur en componist IN MEMORIAM Jeugd
door: Cyriel Pluimakers
Quincy Jones in 2011.
Foto © David Shankbone.
Zondag overleed op 91-jarige leeftijd muzikant, componist en producer Quincy Jones. Een gigant die onder meer samenwerkte met Lionel Hampton, Count Basie, Sarah Vaughan en Michael Jackson. Veel sportliefhebbers kennen hem misschien van de begintune ‘Chump Change’ van het radioprogramma NOS Langs de Lijn. Maar liefst tachtig keer werd hij genomineerd voor een Grammy Award en 28 keer mocht hij deze verzilveren.
Zijn jeugd in de South Side van Chicago was allesbehalve rooskleurig. Zijn moeder werd gekweld door ernstige psychische problemen en zijn vader was werkzaam binnen de wereld van de gangsters. Ook Jones leek aanvankelijk het slechte pad te kiezen, maar tijdens een inbraak toen hij tien jaar was, raakte hij gefascineerd door de piano die in het huis stond. Vanaf dat moment was hij verkocht en startte hij met zijn muzikale carrière. Het gezin verhuisde, na het hertrouwen van zijn vader, naar Seattle waar hij trompetles kreeg en zong in een gospelkoor. Hij raakte bevriend met de fameuze orkestleider en zanger Ray Charles en trad regelmatig met hem op.
Arrangeur
Jones verwierf een beurs voor de Seattle University en vertrok een jaar later naar het Berklee College of Music in Boston. Toen orkestleider Lionel Hampton hem vroeg voor een Europese tournee, kapte hij zijn studie af. Hij was gevraagd voor de versterking van de trompetsectie, maar bleek al jong een vaardig arrangeur te zijn. Zijn reputatie verspreidde zich snel en terug in de Verenigde Staten werkte hij onder meer voor Frank Sinatra, Duke Ellington en Sarah Vaughan. In 1957 vertrok hij naar Parijs om te studeren bij Nadia Boulanger en Olivier Messiaen. Om zijn opleiding te financieren werkte hij bij het label Disques Barclay waar hij onder meer producties van Charles Aznavour en Jacques Brel van passende arrangementen voorzag.
Prestigieus
In 1958 maakte hij een succesvolle Europese tournee met Harold Arlen’s blues opera ‘Free and Easy’ en daarna had hij nog vele optredens met musici uit het orkest als Phil Woods, Sahib Shihab, Jerome Richardson en Budd Johnson. Ook toerde hij eind jaren vijftig nog door het Midden-Oosten en Zuid-Afrika met de bigband van Dizzy GIllespie: naast trompettist was hij ook hier als arrangeur actief. In 1961 werd hij head of the artist and repertory department bij het toonaangevende Mercury label en in 1964 promoveerde hij tot vice-president van deze organisatie: de eerste Afro-Amerikaan die een dergelijke positie kreeg bij een platenmaatschappij waar blanken de dienst uitmaakten. Een prestigieuze functie die hij tijdelijk onderbrak voor een intensivering van zijn samenwerking met Sinatra die onder meer leidde tot het schitterende dubbelalbum ‘Live at the Sands’. De soepele, enigszins gladde arrangementen van Jones vielen bijzonder in de smaak bij het grote publiek. Helaas kwam aan zijn carrière als trompettist in 1974 een abrupt einde, toen hij bijna overleed aan een aneurysma in zijn hersenen. Twee operaties onderging hij, waarna een forse periode van revalidatie volgde.
Thriller
Jones schreef muziek voor zo’n vijftig films, waaronder ‘In Cold Blood’, ‘The Italian Job’ en ‘The Color Purple’. Ook werkte hij samen met Aretha Franklin en Miles Davis. Maar de grootste bekendheid oogstte hij door zijn verbintenis met Michael Jackson voor wie hij eerst het solodebuut ‘Off The Wall’ produceerde. Daarna ging de kassa echt rinkelen met de megahit ‘Thriller’, het bestverkochte album aller tijden. Ook voor ‘Bad’, het derde album van het popicoon, verzorgde hij de productie. Toen Jackson voortijdig overleed, brak er een fors conflict uit over de royalties van de postuum verschenen albums. De rechtszaak hierover won Jones met verve: ruim 9 miljoen dollar kwam in 2017 uiteindelijk zijn kant op.
Documentaire
Wereldroem oogstte hij en Lionel Ritchie met ‘We Are the World’, een song waaraan een keur van Amerikaanse artiesten meewerkte en waarvan de opbrengst gedoneerd werd aan de slachtoffers van de hongersnood in Ethiopië. Verder was hij een van de oprichters van ‘The Institute for Black American Music’ en hielp hij een jonge generatie met initiatieven als ‘The Quincy Jones Workshops’ en de ‘Quincy Jones Listen Up Foundation’. Zijn dochter Rashida Jones maakte in 2018 voor Netflix een documentaire over zijn leven, met als titel ‘Quincy’, die lovend ontvangen werd en een goed beeld gaf over zijn privéleven en zijn muzikale prestaties. Drie keer trouwde hij en van zeven kinderen was hij de vader. We zullen ons Jones herinneren als een buitengewoon intelligente en sympathieke musicus, die als geen ander de grenzen slechtte tussen jazz, pop en lichte muziek. Een slimme arrangeur en componist die tunes kon bedenken die zich in je gehoor nestelden en ook door het grote publiek begrepen werden.
Trailer documentaire 'Quincy'.
2018, door Rashida Jones.
© Jazzenzo 2010