Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Willem Breuker Kollektief spettert nog na 35 jaar

CONCERTRECENSIE. Willem Breuker Kollektief, Bimhuis, Amsterdam, 4 juni 2009
beeld: Ger Koelemij
door: Rosa Groen

Ook nu het Willem Breuker Kollektief geen subsidie meer krijgt, blijft het muzikale verhalen maken. Het concert in het Bimhuis was verdrietig en vrolijk tegelijk.


Luisteren, energie en concentratie zijn de sleutelwoorden van het Willem Breuker Kollektief. Arjen Gorter op bas.

„God, was het al om half negen”. Breuker komt binnengelopen, te laat op zijn eigen concert. Zonder aankondiging begint het Willem Breuker Kollektief te spelen. Strak, vrolijk en met een duidelijk gelaagd verhaal. De achtergrondstemmen treden nu eens op de voorgrond, om dan weer een stap terug te doen. Soms komt een muzikant onverwachts met spetterend spel uit de hoek. Zoals Hermine Deurloo, die ombeurten op harmonica en altsax weergaloos knalt.

De sfeer is melancholisch. Het is misschien wel het laatste concert in het Bimhuis. Al ontkent de band dat in alle toonaarden. „We kunnen minder optreden door de subsidiestop. Alleen voor degenen die ons kunnen betalen. Maar we gaan door,” zegt tenorist Maarten van Norden. De korting van de subsidie is funest voor de elfkoppige band. Breuker: „We hebben ons een beetje in een hoek gemanoeuvreerd. Maar we zijn het enige orkest dat dit soort muziek maakt. Al 35 jaar lang.”

In het publiek zit iemand die het eerste concert meemaakte. In de elfkoppige band ook: trombonist Bernard Hunnekink. Breuker doet alle aanwezigen een dvd cadeau. „Als je hem niet mooi vindt, kun je hem teruggeven. Of aan de buren.” De componist heeft een droge humor van de bovenste plank. Die komt  ook zeker terug in zijn muziek. Een balade eindigt onverwachts in een achtervolgingsscene. Of een solo komt plotseling lachwekkend uit de hoek.

„Aha”, zegt Breuker als het gelijktijdig inzetten één keer misloopt omdat pianist Henk de Jonge een ander stuk begint dan de rest. De band zet een vrolijk maar zwaarwichtig fanfarestuk in, met een lange diepgravende bassolo van Arjen Gorter. Het publiek klapt vertwijfeld als duidelijk wordt dat zijn solo voorbij is. Collectieve droefenis klinkt door in sommige stukken. Maar een sombere ballad veranderd net zo makkelijk in een knallend spektakel.


Andy Altenfelder, Frans Vermeerssen, Bernard Hunnekink

Frans Vermeerssen, de blazer die Breuker verving tijdens zijn ziekte, is gebleven. De band bestaat sindsdien uit elf musici in plaats van tien. Trombonist Andy Bruce heeft duidelijk plezier als hij de anderen hoort soleren. En George Pancraz stoot meerdere malen goedlachs zijn mede-trompettist Andy Altenfelder aan, als hij iets goed doet, of juist vergeet. De koperblazers krijgen de ruimte in een van de toegiften, waarin Breuker bij uitzondering zingt. Ze trekken daarin alles uit de kast.

Dat het publiek en de spelers er niet jonger op worden, weet Breuker wel. Het weerhoudt hem er niet van steeds nieuwe muziek te maken. „Alles moet tegenwoordig kort. Kijk naar De Wereld Draait Door, één minuut spelen. Daar houd ik niet van.” Breuker lijkt een norse oude man, maar is eigenlijk een rasanarchist.

„Het Kollektief is een soort houding, een mentaliteit” legt hij uit. „Als iemand zich te goed voelt, dan valt die erbuiten.” Het gaat om de uitstraling van het geheel voor Breuker: om luisteren, energie en concentratie. „Als iemand op de voorste rij in zijn neus zit te peuteren, kan het een goed of verkeerd effect hebben op het spel. Het draait om de concentratie.”

De één noemt zijn muziek han-piep-knor, de ander geniet van het verhalende karakter en de spontane uitspattingen. Het Breukerpubliek weet: wat je ziet is wat je krijgt. Maar je moet wel bereid zijn ernaar te luisteren.


© Jazzenzo 2010