Jeremy Pelt: innemend, niet meeslepend CONCERTRECENSIE. Jeremy Pelt Quintet, Bimhuis Amsterdam, 12 juni 2009
beeld: Ger Koelemij
door: Mischa Andriessen
Ter aankondiging van het nummer 'Monte Christo' vertelde trompettist Jeremy Pelt dat een van zijn favoriete tijdverdrijven het roken van sigaren is. Het valt hem aan te zien dat hij van het leven geniet. Hij is iemand die kalm en met goesting proeft van wat er aan smakelijkheden voorhanden is.
Het Jeremy Pelt Quintet afgelopen vrijdag in Bimhuis met tenorsaxofonist JD Allen en naamgever van het kwintet trompettist Jeremy Pelt
Dat deel van zijn persoonlijkheid klinkt ook door in zijn muziek. Pelt is een kenner van de traditie en met die kennis als basis heeft hij zich bekwaamd in het schrijven van heldere, soms zingbare melodieën en intelligente arrangementen die voldoende ruimte laten voor de inventiviteit van zijn medespelers. Die zijn stuk voor stuk kundig, al vallen pianist Danny Grissett en drummer Gerald Cleaver meer op dan bassist Vicente Archer en tenorsaxofonist JD Allen.
Opvallen is ook enigszins Pelts makke. De Amerikaan is een zeer goed trompettist, maar niet zo virtuoos als zijn landgenoot Sean Jones bijvoorbeeld. Zijn melodieën zijn aansprekend, maar blijven toch niet heel lang hangen. Beste nummer van de twee sets in het Bimhuis was een mooie ballad waarin Pelt met meer gloed speelde dan in de andere songs. Dat nummer was er een van Lena Horne; 'You won’t forget me.'
Onvergetelijk was wat Pelt en de zijnen brachten zeker niet. Er was echter ook weinig op het optreden aan te merken. Er was niets dat bijzonder stoorde, evenmin waren er weinig hoogtepunten. De groep kreeg veel bijval van het publiek, de aanminnige presentatie van Pelt was daar ongetwijfeld mede debet aan. Een andere verklaring is dat dergelijke mainstream jazz niet vaak zo’n vakkundige en toch niet geheel steriele uitvoering krijgt.
Slagwerker Gerald Cleaver, pianist Danny Grissett en bassist Vicente Archer
Pelt heeft meer charme dan flair en zijn steunpilaren Grissett en Cleaver kiezen vaker voor subtiliteit dan voor het grote gebaar. Vaak is dat de meer aansprekende keuze, maar hier was misschien een minder fijnzinnige aanpak beter op zijn plaats geweest. Net meer schwung, net wat vetter aangezette uitersten.
Pelt en zijn band maakten zich er zeker niet te makkelijk van af en er waren beslist ook momenten dat musici imponeerden, zoals Cleaver in het aan Nelson Mandela opgedragen '64464.' Innemend was het wel wat Pelt deed, maar meeslepend helaas niet. Typerend was wat dat betreft dat Pelt (soms) en Allen (telkens) bij de laatste noten van hun solo al bij de microfoon wegliepen, waardoor die niet echt werden afgerond; in plaats van er bovenop te zitten, waren beide blazers relaxed; was de solo van de een ten einde dan kwam de andere kalm naar de microfoon gelopen en liet zo twee, drie maten voorbij gaan eer hij begon. Gretigheid, dat was waarschijnlijk wat er in het Bimhuis het meest ontbrak.
© Jazzenzo 2010