Fergus McCreadie Trio te breed uitgesponnen CONCERTRECENSIE. Fergus McCreadie Trio, Bimhuis, Amsterdam, 8 december 2022 Het hierop volgende ‘Morning Moon’ is een van de mooiste nummers van het laatste album ‘Forest Floor’ en komt zoals veel van McCreadies composities voort uit zijn liefde voor de Schotse natuur. Het is een typisch McCreadie-stuk: opgebouwd rond een folkthema met uitgesponnen improvisaties en de nodige tempowisselingen. Een originele en aanstekelijke combinatie, die hem al veel lof heeft opgeleverd. Live kreeg dit nummer een wel erg langgerekte uitvoering van meer dan twintig minuten, waardoor de aandacht verslapte. Breedvoerigheid was een mankement waar het hele concert aan leed.
beeld: Dirk Neven
door: Mathijs van den Berg
Het was de eerste keer dat de jonge Schotse pianist Fergus McCreadie (25) in Amsterdam optrad; hij was er zelfs nog nooit geweest, moest hij aan een matig bezet Bimhuis bekennen. Met zijn trio bracht hij tot nu toe drie albums uit, een vierde wordt binnenkort opgenomen. Materiaal hiervan zou tijdens dit concert worden uitgeprobeerd. Zoals het solostuk waarmee McCreadie opende en waarvoor hij zelfs nog geen titel had: een hymnische compositie vol brede en zware akkoorden waarmee hij zich meteen als een echte klavierleeuw presenteerde.
![]()
Pianist Fergus McCreadie, contrabassist David Bowden en drummer Stephen Henderson in Bimhuis.
Veel noten
McCreadie weet met zijn geweldige techniek in korte tijd veel noten te raken en deze tegelijk een mooie, volle klank te geven. Hij is een creatieve improvisator die zijn partijen moeiteloos aaneenrijgt, waardoor de muziek lijkt te zweven. Er bevinden zich echter een hoop makkelijke nootjes onder. Contrabassist David Bowden en drummer Stephen Henderson vervullen vooral een begeleidende rol: ze spelen simpel en doeltreffend en zorgen voor goed in het gehoor liggende grooves. Aan de andere kant is er te weinig afwisseling en complexiteit. De bassolo’s klinken vooral degelijk; de drummer laat zelden een solo horen.
![]()
Fergus McCreadie Trio speelde materiaal van hun vierde, nieuw te verschijnen album.
Hoewel de folky melodieën fraai zijn, komen ze te vaak en ook nog eens in dezelfde vorm terug. Op een gegeven moment heb je ze wel gehoord en gaat de glans eraf. Het trio is op zijn best in de snellere stukken waarbij de muziek door middel van minimalistische patronen soms een hypnotische kwaliteit krijgt. In de tragere gedeeltes kan het de spanning echter moeilijk vasthouden. De improvisaties aan het begin van ‘Across Flatlands’ klinken betekenisloos. Je veert pas op wanneer je de montere herkenningsmelodie hoort. De uitwerking van dit nummer klinkt daarna tam.
Weinig verrassing
Af en toe is er een opleving. Wanneer McCreadie iets onnavolgbaars doet. Of als het trio ook keihard jazzy blijkt te kunnen swingen. Slagwerker Hensderson komt eindelijk met een aardige solo. Maar over het algemeen is er te weinig verrassing. Het trio leunt te veel op McCreadie, die te graag zijn virtuositeit etaleert in plaats van op zoek te gaan naar diepgang en betekenis. Het samenspel is niet interessant genoeg als de muziek zo breed wordt uitgesmeerd. Voordat het trio weer de studio ingaat, zou het zich eerst hierop moeten bezinnen.
© Jazzenzo 2010