Mary Halvorson is meeslepend CONCERTRECENSIE. Mary Halvorson Trio, Bimhuis, 17 juli 2009
beeld: Ger Koelemij
door: Tim Sprangers
Eigenlijk houdt gitariste Mary Halvorson helemaal niet van de gitaar in de jazz. Ze beluistert het weinig en als ze een cd van een traditionele jazzgitarist opzet, geniet ze allerminst. De praktijken van de Amerikaanse onder jazz scharen, is dan ook zeker niet vanzelfsprekend. Het zijn de improvisatie en doordachte schema’s die de muziek van Halvorson tot het genre laten behoren. Haar klankkleur echter is veel wilder, breekbaarder en onvaster dan van een jazzgitarist wordt verwacht.
De muziek van Mary Halvorson stond bol van onrust, maar stond als een huis.
Dit tekent haar eigenzinnigheid en originaliteit waarmee zij het avontuur aangaat. Met ‘Dragon’s Head’ (2008) kreeg de 29-jarige muzikante volop lof betreffende het lef in de aanpak van haar instrument en composities. Via kwetsbare tonen, opvallend grote intervallen en bijzonder efficiënt spel valt Halvorson op in de experimentele jazzscene. Aan de hand van impro-coryfee Anthony Braxton, waarmee ze ook geregeld optreedt, leerde zij zich volledig bloot te geven in haar instrument. Haar muziek is geenszins makkelijk en erg doordacht, maar tegelijkertijd nooit vanzelfsprekend en altijd spannend. Sferen worden gecreëerd via dromige thema’s die vaak naarmate het stuk vordert, worden verkend door improvisatie.
De drukbezette Halvorson trad op met grote namen als Marc Ribot, Tim Berne en Jason Moran. In het Bimhuis speelde ze met haar trio. Ches Smith, één van de spannendste drummers van dit moment, kreeg een grote rol toebedeeld. Met geconcentreerde blik had hij veel ruimte om op imposant creatieve wijze de fijne sferen van de bandleidster te beantwoorden. Een aantal keer bracht de jonge drummer via waanzinnig snelle ritmes het trio tot een climax, die Halvorson terstond liet omslaan naar de open thema’s waar stukken veelal mee aanvingen. Bassist John Hebert smeedde de twee avant-gardisten samen via warme en sterke baslijnen. Bekend van onder andere Andrew Hill en Fred Hersch, was het vaak Hebert die de mooiste fragmenten van het concert leidde via roerende baslijnen.
Het Mary Halvorson Trio in Bimhuis, met bassist Jon Hebert en slagwerker Ches Smit.
Halvorson schreef de stukken voor haar muzikanten; het is knap hoe zij haar band enerzijds vrij laat, en anderzijds de sterke punten van Smith en Hebert getrechterd weet te ontfutselen. Het kwam tezamen in een zware muziek, bol van onrust, maar tegelijkertijd ook staat als een huis. De verwarrende gitaareffecten, lange pauzes, rust en onrust en het bedachtzame rockgeluid dat tegelijkertijd veel meer aan jazz doet denken; het Mary Halvorson Trio is moeilijk te doorgronden en daarom meeslepend op alle vlakken.
© Jazzenzo 2010