Een kwartet met de energie van een orkest CONCERTRECENSIE. Omar Sosa Cuarteto Afro-Cubano, LantarenVenster Rotterdam, 8 mei Een melodieuze, contemplatieve introductie op de piano werd vanuit de coulissen beantwoord door melancholiek gezang: Childo Tomas betrad langzaam het podium en pakte al zingend zijn basgitaar op. Ook Leandro Saint-Hill nam, gewapend met een sopraansaxofoon, plaats en werd gevolgd door drummer Ernesto Simpson, die zondag nog met Ramon Valles’ trio optrad.
beeld: Eric van Nieuwland
door: David Cohen
Met een kaars betrad de Cubaanse pianist Omar Sosa de donkere, halfvolle zaal in LantarenVenster. Later op de avond zou Sosa blijk geven van uitbundig showmanschap, maar nu verkoos hij een mysterieuze opening en zette hij zich kalm, geheel in het wit gekleed, achter de vleugel en synthesizers voor een nummer van het album ‘Calma’.
![]()
Omar Sosa en zijn Afro-Cubaans kwartet beleefden veel vreugde aan het optreden in Lantaren Venster.
Een-tweetje
Salsa, wereld en funk weerklonken op deze avond. Simpson combineerde een meer dan solide instrumentbeheersing met groot speelplezier, dat na menig ritmisch een-tweetje met basgitarist Tomas uit een brede grijns mocht blijken. Tomas speelde hoogst ontspannen, Simpson combineerde erg knap met zijn rechterhand de hi-hat met de percussie die de Cubaanse salsa zo kenmerkt. Beiden hielden ze goed rekening met de gewenste dynamiek en speelden ze fraai mee met Sosa’s impressionistische intro’s.
Sosa weet wereldmuziek door elektronische middelen met Cubaanse salsa te verenigen. Dat doet hij met een flinke techniek, een hoop vindingrijkheid en een stevig toucher. Hoewel hij tijdens zijn met hiphopsamples en synthesizergeluiden doorspekte introducties erg subtiel speelde, viel die verfijndheid tijdens de funknummers snel weg.
![]()
Omar Sosa, basgitarist Childo Tomas, drummer Ernesto Simpson en blazer Leandro Saint-Hill.
Hierdoor overvleugelde hij zo nu en dan saxofonist Leandro Saint-Hill. Ook leken beiden het soms over de koers van de stukken niet eens en was Sosa wat aanweziger dan Saint-Hill, maar die momenten waren beperkt. Op zijn best speelde de saxofonist en fluitist tijdens een stuk waar hij samen met Sosa een brede melodielijn boven een ophitsende salsagroove zó wist neer te leggen, dat het totaalgeluid overtuigend klonk: energiek en toch gedragen, ophitsend en toch melancholiek.
Dansen
Dat er weinig publiek was, leek de band niet te deren en de maestro zelf nog het minst. Zo verliet Sosa de piano en danste hij tussen zijn bandleden in. ‘Waarom heten wij een Afro-Cubaans kwartet?’ vroeg Sosa retorisch. ‘Omdat wij drie mannen uit Cuba en één uit Mozambique zijn, daarom. Het gaat erom dat we muziek spelen. Wij houden van jullie!’
Het luide applaus en de goede sfeer maakten dat de band pas na twee toegiften weer de coulissen in mocht. Een kwartet dat speelt met de energie van een heel orkest, een fraai afwisselende setlijst ten gehore brengt en zelf duidelijk aan de muziek zo veel vreugde beleeft. Het is te hopen dat Sosa niet nog eens zes jaar met een bezoek aan Nederland zal wachten.
© Jazzenzo 2010