Virtuoos Eli Degibri garant voor avontuur CONCERTRECENSIE. Eli Degibri Quartet: Bimhuis Amsterdam, 20 maart 2015 Na het thema speelde Gadi Lehavi een pianosolo die voorzichtig begon, maar later meer pit kreeg. De pianist bouwde zijn lijnen zorgvuldig op en voorzag ze van een lichte dissonantie; met elegante swing hield zijn spel de aandacht van de luisteraar vast. “Deze jongen heeft alles: melodie, ritme, harmonie,” zou Degibri later trots opmerken. Als begeleider ging Lehavi vooral ritmisch te werk, en daarin vormde hij een ijzersterk duo met de al even jonge slagwerker Ofri Nehemya. Deze drummer, die eerder met bassist Avishai Cohen optrad, gaf enkele fenomenale solo’s ten beste en begeleidde buitengewoon creatief met werk op de bekkens. Ook later op de avond zou hij zich bewijzen als een musicus die er niet voor terugdeinst om uit het ritmische stramien los te breken om de solist te volgen, uit te dagen en te ondersteunen.
beeld: Charlie Crooijmans
door David Cohen
Het kwartet van de Israëlische saxofonist en componist Eli Degibri was goed gekleed voor zijn eerste en enige concert in Nederland. Vier mannen, twee oudere en twee jongere, namen plaats bij hun instrumenten, en het was Degibri die op sopraansaxofoon de aftrap gaf en het nummer ‘Cuba’ inzette. Een gedragen melodie weerklonk. De klank van Degibri, die eerder met Herbie Hancock samenwerkte, was warm, consistent en rijk aan valse lucht.
![]()
Tenor- en sopraansaxofonist Eli Degibri met de jonge musici Gadi Lehavi en Ofri Nehemya.
Twelve
Titelnummer ‘Twelve’, de laatste plaat van het kwartet, werd mondeling ingeleid door Degibri, die nog even zijn riet moest zoeken. Na een zangerige melodie zette de bandleider een solo in. Hierbij ontpopte de bandleider zich als een virtuoos speler met een groot gevoel voor melodie en expressie. Ook tijdens het snelle ‘Twiced’ bleek dat Digibri zijn improvisatorische repertoire op orde had en dat goed wist in te zetten, maar daarbij de spontaniteit geen ogenblik uit het oog verloor.
![]()
Pianist Gadi Lehavi, Eli Degibri, contrabassist Barak Mori, slagwerker Ofri Nehemya.
Het concert was ietwat zoekend begonnen, maar de musici vonden elkaar snel en zorgden al in de eerste set voor een hoogtepunt tijdens de ballade ‘Autumn In New York’, die na een prachtig thema overging op aanstekelijke swing van bas en drums. Een hoogtepunt in de tweede set was Barak Mori’s contrabassolo op het Gershwin-achtige ‘Bees Do It Too’. Hoewel zijn spel van een grote instrumentbeheersing getuigde, liet Mori zich niet verleiden tot onnodig vertoon en speelde hij in het middenregister warme tonen die zich aaneensloten tot een pakkend melodieus geheel.
Inspiratie
Vóór het slotnummer ‘Mambo’, dat kameleontisch wisselde tussen rappe mambo en vette swing, bedankte Degibri het publiek. “De manier waarop u luistert, geeft ons de inspiratie om zo te spelen,” zei hij, waarna hij nogmaals zijn bandleden voorstelde. “Ze zijn jong, maar ze zijn ook oud, en dat op een heel goede manier.”
Dat de musici van de harmonieuze avond geen genoeg kregen kwam tot uiting in de met veel gevoel voor humor gespeelde toegift ‘No, They Can’t Take That Away From Me’. Vervolgens werd drummer Nehemya door bandleider Degibri in het zonnetje gezet. In een razendsnelle versie van Sonny Rollins’ standard ‘Oleo’ voorzag de slagwerker het concert met een krachtige solo van een spectaculair einde.
Jazz bestaat vaak uit zowel traditionele als vernieuwende elementen. Digibri bewees dat zijn uit twee generaties geformeerde kwartet voor een avontuurlijke, enerverende en briljante avond garant kan staan.
© Jazzenzo 2010