Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Terje Rypdal briljante kluizenaar

CONCERTRECENSIE. Terje Rypdal Trio, Paradox Tilburg, 23 januari 2015
beeld: Liesbeth Keder
door: Erno Elsinga

Teruggetrokken levend in de bergen van Noorwegen laat Terje Rypdal zich zelden verleiden deel te nemen aan het vermoeiende concertleven dat een muzikant eigen is. In Nederland was de gitarist voor het laatst te bewonderen op het North Sea Jazz Festival van 1994 en 2004. In het Bimhuis speelde hij nog nooit. Des te opmerkelijker dat het Tilburgse podium Paradox de Noor wist te strikken voor een eenmalig concert in Nederland gedurende zijn korte tournee door Noorwegen en Duitsland.

  
Gitarist Terje Rypdal en zijn trio op het podium van de Paradox in Tilburg. 

Het werd een memorabel concert. Moeizaam ter been beklom de 67-jarige Rypdal het podium om er anderhalf uur later zonder een woord gewisseld te hebben met het publiek er weer vanaf te strompelen. Het publiek nagenietend achterlatend van een set die nagenoeg aansluitend gespeeld werd en aan intensiteit niets te wensen overliet. Een set die bestond uit een poel van briljante ideeën en een veelheid aan combinaties.

Rypdal trad aan met landgenoot Ståle Storløkken achter de Hammond - eveneens toetsenist van de populaire Noorse band Supersilent - en de uit Italië afkomstige slagwerker Paolo Vinaccia. Musici die tevens vertegenwoordigt zijn op Rypdals laatste wapenfeit; het met de Bergen Big Band opgenomen ‘Crime Scene’ uit 2010 dat evenals zijn voorgaande albums verscheen bij ECM.

Heuphoogte
Ontspannen zittend op een pianobank, omringd door op heuphoogte uitgestalde pedalen en effecten, initieerde Rypdal sfeervolle klanktapijten doorweeft met flinterdunne gitaarsolo’s. Niet zelden bleek het de opmaat naar zinderende jazzrock waarbij het tot op het bot ingespeelde trio zichzelf ontsteeg. 

  
Toetsenist  Ståle Storløkken, slagwerker Paolo Vinaccia en gitarist Terje Rypdal.

Het waren ook de vele tempowisselingen gebracht in verschillende combinaties die het optreden zo intens maakte. Zoals de fascinerende bassolo op Hammond die verenigd werd met de anticiperende mokerslagen van Vinaccia vanachter zijn rijkelijk opgetuigde drumkit. Of de vanuit het niets opklinkende solo van Storløkken die zijn Hammond liet ronken middels elektronica. Tussendoor streelde en geselde Rypdal zijn snaren, al dan niet gevoed met sustain, en voerde die langs de werelden van de soundscapes, hedendaagse jazz en jazzrock. Telkens werden nieuwe richtingen ingeslagen. En zelfs als er niets gebeurde, gebeurde er wel iets. Getuige de jaren twintig muziekjes die opklonken vanuit de computer wanneer het trio zijn spel even stillegde. Waartoe het diende? Geen idee, maar grappig was het.

Het spel van Terje Rypdal vergelijken met een andere gitaargrootheid is onmogelijk. Rypdal is volkomen authentiek. Dat Rypdal verbaal niet communiceerde met een nagenoeg uitverkocht Paradox maar daarentegen de muziek het woord liet doen, versterkte de kracht van het concert. Het maakte alsof je even mocht aanschuiven in het huis van de ‘bijna vergeten’ briljante kluizenaar, die doet wat hij elke dag het liefst doet: even een uurtje muziek maken. Legendarisch was het.


© Jazzenzo 2010