Cristina Branco bakt weinig van repertoire Cole Porter CONCERTRECENSIE. Cristina Branco: Night Porter, Paradox Tilburg, 17 januari 2015 Cole Porter (1891 – 1964) schreef tijdloze bijdragen voor ‘The Great American Songbook’, een verzamelnaam voor succesvolle Amerikaanse jazz en lichte muziek vanaf 1920 tot en met de jaren vijftig toen het noodgedwongen plaatsmaakte voor de opkomende rock & roll. Porter schreef liedjes voor musicals en film, repertoire dat ook de danszalen van Europa bereikte. Porters werk is door talloze vocalisten uitgevoerd (Bing Crosby, Ella Fitzgerald), maar kreeg vooral gestalte door de vertolkingen van Frank Sinatra. Niet in de laatste plaats vanwege de fabuleuze arrangeurs die met Porters werk aan de slag gingen.
beeld: Liesbeth Keder
door: Erno Elsinga
Cristina Branco, ‘de koningin van de fado’, die repertoire vertolkt van Cole Porter, een van de bekendste componisten en liedjesschrijvers van de vorige eeuw. Een aankondiging die hoge verwachtingen schept en derhalve moeiteloos zalen uitverkoopt. Zo ook het Tilburgse Paradox, waar Branco zich liet begeleiden door de Portugese pianist João Paulo Esteves da Silva.
![]()
Cristina Branco en João Paulo Esteves da Silva vertolkten in een bomvol Paradox werk van Cole Porter.
Hoe anders lag dat vanavond bij de interpretatie van Porters werk door fadozangeres Cristina Branco en pianist João Paulo Esteves da Silva. Uit het omvangrijke oeuvre van Porter brachten zij in twee korte sets onder meer ‘All through the night’, ‘Let’s do it, let’s fall in love’, ‘I’ve got you under my skin’, ‘I love Paris’, ‘Night and day’, ‘I get a kick out of you’ en ‘Ev’ry time we say goodbye’ ten gehore.
Onzeker
Branco benaderde de stukken met een klassieke stemtechniek, grenzend aan opera. Da Silva’s begeleiding varieerde van swing tot musical. Een ongemakkelijke combinatie waarbij het zoeken bleef naar Branco’s intenties. Bovendien klonk Branco onzeker. Onwennig aan de Engelse taal bewoog haar stem tussen het midden- en hoge register, waarbij ze met name in het hoge nogal eens uit de bocht vloog.
De niet bijster creatieve, gelijkmatige uitvoeringen van Porters stukken werden onderbroken door twee weinigzeggende solostukken van Da Silva en een chanson, waarbij vooral Branco’s abominabele beheersing van de Franse taal opviel.
De taal, het genre waarin ze zich vanavond begaf, het voelde allemaal zeer oncomfortabel getuige de gekunstelde interpretaties van Porters repertoire. Puur was het allerminst. En daar was wel verlangen naar. Deed Porter je verlangen naar de fluwelen stemvoering en timing van Sinatra en Fitzgerald, zo deed Branco je verlangen naar fado. Alsof Branco het ook zo voelde trakteerde ze tot slot het voor een gedeelte onrustig geworden publiek op het Portugese levenslied. Overtuigend, in haar moedertaal. Het leverde alsnog een schamele ovatie op.
© Jazzenzo 2010