Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

De kleine grote tederheid van Stranger Than Paranoia

CONCERTRECENSIE. Stranger Than Paranoia, Toonzaal ’s-Hertogenbosch, Chassé Breda, Paradox Tilburg, 27, 28, 29 december 2014.
beeld: Gemma van der Heyden
door: Rinus van der Heijden

Het improvisatiefestival Stranger Than Paranoia bengelt al een paar jaar aan een uiterst dun financieel draadje. Hetgeen niet wil  zeggen dat er voor muziekliefhebbers niets meer te halen valt. Integendeel, de opzet van het festival – op één avond drie totaal verschillende concerten presenteren, met als gezamenlijke noemer ‘improvisatie’ – en de altijd verrassende invulling van het programma, dragen er zorg voor dat Stranger Than Paranoia vooral een muziekfestival is. Dat vele grenzen overschrijdt. Ook die van de jazz.

  
Jorge Pardo, Denise Jannah met gastzangeres Evi de Graaf en David Murray op de podia van Chassé (Breda) en de Toonzaal (Den Bosch).

Dit jaar waren er vier steden bij Stranger Than Paranoia betrokken: (moederstad) Tilburg, Den Bosch, Breda en Amsterdam. Daarbij dubbelden sommige programmaonderdelen. David Murray en John Betsch bijvoorbeeld speelden in de Bossche Toonzaal, Paradox Tilburg en Bimhuis Amsterdam. Opvallend daarbij was dat de concerten sterk uiteenliepen. In Den Bosch speelde het duo absoluut bezielend, in Tilburg werden tandjes bijgeschakeld en ging het dak er af. Dit is een interessant punt om te onderzoeken. Waar ligt hiervan de oorzaak? De locatie?

Murray/Betsch
David Murray en John Betsch vormen een onwaarschijnlijke eenheid. In Tilburg vertelde de tenorsaxofonist dat zijn kompaan aan een half woord genoeg had. En dat bleek. De drummer anticipeerde op elke noot van Murray, sloeg vanuit een melodische ondergrond, maar ranselde met evengroot gemak duizelingwekkende reeksen gebroken akkoorden richting tenorsaxofoon.

Zeer fraai was het repertoire waarvoor was gekozen. Zoals de ode aan de begin vorig jaar overleden Lawrence ‘Butch’ Morris, een cornettist met wie David Murray aan het begin van zijn carrière, tweede helft jaren zeventig, veelvuldig optrad. Maar ook de muzikale ode aan slagwerker Ed Blackwell was een bewuste keuze. Blackwell is een van de architecten van de free jazz uit de jaren zestig, waarbij hij de eerste verworvenheden van de jazz uit New Orleans met die van zijn verre Afrikaanse voorouders vermengde. David Murray doet hetzelfde; zijn spel was er tijdens dit 22e Stranger Than Paranoia mee doordrenkt.

Karakteristiek voor Murrays spel is zijn steeds verder doorontwikkelde circulaire ademhalingstechniek. Hij maakt er in elke compositie gebruik van; in Tilburg demonstreerde hij dit staaltje ‘doorblazen zonder (kennelijk) te ademen’ minutenlang.  Deze techniek geeft zijn spel onwaarschijnlijke randjes mee. Het verleent de adem van de eeuwigheid die deze blazer voortdurend ten toon spreidt, het ware karakter van een onbetwiste grootmeester in de jazz. 

Op basklarinet – een intrigerende aspect van deze musicus – betoonde David Murray zich spaarzaam; in slechts één nummer. Ingehouden blies hij schijnbaar eenvoudige patroontjes, maar zijn klank is onweerstaanbaar. Hoe kun je met zulke kleine geluiden zulke fantastische muziek creëren? Het antwoord lag op het Bossche en Tilburgse podium: als je er het duo Murray-Betsch uitnodigt.

  
Het duoconcert van David Murray en John Betsch in de Toonzaal. Cajonist en drummer Jose Manuel Ruiz en gitarist Josemi Carmona uit het Jorge Pardo Trio.

Jorge Pardo
Van geheel ander gehalte was het concert van het Jorge Pardo Trio. Drie Spanjaarden, aangevoerd door fluitist/tenorsaxofonist Jorge Pardo, die roem vergaarde bij flamencogitarist Paco de Lucia. In Paradox stegen de drie boven zichzelf uit. De muziek leunde vaak aan tegen flamenco, maar ook tegen andere Spaanse invloeden. Het spel van Pardo op fluit is duizelingwekkend; hij ontwikkelt er enorme snelheden op, om een tel later in melodieuze mijmeringen te vervallen. 

Binnen flamenco verwacht je niet meteen fluit en/of tenorsaxofoon. Pardo wist ze echter naadloos te integreren. Was zijn spel op tenorsax in Den Bosch wat obligaat, in Tilburg bouwde hij het als een wiskundige logica in het groepsspel in. Het strakke ritme van gitaar en cajon/slagwerk schiep ruimte voor uitgebreide fluitimprovisaties en vette contrasten. Het Jorge Prado Trio wist als enige tijdens het festifval een staande ovatie los te peuteren.

Hoe anders zijn de invalshoeken van zangeres Denise Jannah. Zij opende met haar trio indrukwekkend door voor Coltrane’s ‘My Favourite Things’ te kiezen. Zij luidde het in met een korte- en besloot het met een lange stemimprovisatie. Het repertoire waarvoor de vocaliste had gekozen was divers: van Sting tot Ruby Bute, van Amina Figarova tot Hans Andreus, van Oscar Hammerstein tot Chick Corea.

Denise Jannah heeft een fantastische stembeheersing. Ze daalt met haar (lage) altstem moeiteloos af naar verre dieptes, maar is eveneens trefzeker als ze naar het hoge register reikt. Hoe anders was dit gesteld met de jonge zangeres Evy de Graaf, die door Denise Jannah op het podium werd genodigd. Haar stem heeft nauwelijks draagkracht en vastigheid en vormde een schrijnend contrast met het machtige geluid van Jannah. Misschien was het een geintje, die uitnodiging, of een kansje om een jonge zangeres (een van haar leerlingen?) podiumervaring op te laten doen. Nodig was het echter niet. 

Imponeren
Denise Jannah imponeerde aan het einde van haar concert met het gezongen gedicht ‘Voor een dag van morgen’ van Hans Andreus. Met slechts pianobegeleiding zette zij de toch al aangrijpende tekst weelderig aan. Dit is ook Denise Jannah, de jazzzangeres die veel meer kan.

  
Pianist Danny van Kessel uit het Denise Jannah Quartet. Pianist Stevko Busch en trompettist Tom Arthurs uit The New Fugara.

Intrigerend waren de concerten van The New Fugara, waarin trompettist Tom Arthurs, pianist Stevko Busch, slagwerker Markku Ounaskari en altsaxofonist Paul van Kemenade schuil gaan. Het openingsstuk van hun concerten was van een onwaarschijnlijke tederheid: een als een speeldoos klinkende piano luidde een wiegeliedje in met een imponerende interactie tussen trompet en altsaxofoon. Hier werd het kleine van het begrip teer getransformeerd in Muziek met een grote M.

‘Bramen plukken in de bush’ van Paul van Kemenade, waarin de namen van musici Michiel Braam en Stevko Busch zaten verborgen, kietelde aanvankelijk wat lachende toehoorders, maar bleek een serieus stuk muziek te zijn. Waarin trompet en slagwerk een pracht van een duet aangingen. De breedte van The New Fugara werd sterk uitgemeten in een soort cherubijnse hymne, waarin de zachte ineenwelving van altsaxofoon en gestopte trompet de opbouw vormde voor een monumentaal bouwwerk. 

En zo was het steeds. Subtiliteit leek hoogtij te vieren, om dan zomaar te worden afgewisseld met het ondefinieerbare van avontuurlijke improvisaties. En wat te denken van een ordeverstorende improvisatie van piano en slagwerk? Of de momenten die Paul van Kemenade creëerde in ‘For Russia With Love’, waarin hij uitsluitend lucht bespeelde en de kleppen van zijn saxofoon tot nieuw percussie- én melodie-instrument bombardeerde. 

Abdullah Ibrahim
Het concert van The New Fugara werd besloten met ‘The Mountain’ van Abdullah Ibrahim, ook al zo’n ongrijpbare jazzentiteit. Mooier had dat slot de veelzijdigheid van Stranger Than Paranoia 2014 niet kunnen duiden. Het festival heeft niets en alles met jazz te maken. Niets en alles met wereldmuziek, niets en alles met popmuziek, niets en alles met klassieke muziek, niets en alles met amusementsmuziek, niets en alles met filmmuziek, niets en alles met soul- en funkmuziek, niets en alles met álle muziek. 

Het is voor muziekliefhebbers van allerlei slag te hopen dat subsidiënten daar in de komende jaren kennis van nemen. Anders ontvalt dit land een uniek evenement. Tussen kerst en nieuwjaar, de periode waarin Stranger Than Paranoia al 22 keer is georganiseerd, veroorzaakt dat een doodzonde. Waarvoor geen aflaten worden verstrekt.

Vanavond, 30 december, wordt festival Stranger Than Paranoia afgesloten in het Bimhuis.


Zie ook: 


© Jazzenzo 2010