Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Tingvall Trio durft risico’s te nemen

CONCERTRECENSIE. Tingvall Trio, Porgy en Bess Terneuzen, 15 november 2014
beeld: Eddy Westveer
door: Mischa Beckers

Met Zweedse, Duitse en Cubaanse roots is het Tingvall Trio met recht een internationaal jazzgezelschap. Inmiddels ligt van dit pianotrio het vijfde studioalbum ‘Beat’ in de schappen. Een aantal stukken daarvan probeerde het trio dit concert in Porgy en Bess te spelen.

  
Pianist Martin Tingvall, contrabassist Omar Rodriguez Calvo en slagwerker Jürgen Spiegel in Porgy en Bess.

Bandleider Martin Tingvall legde de achtergrond van een aantal composities uit en maakte dan steevast de stap naar de uitvoering met “we gaan het proberen te spelen” en “we hopen dat jullie het leuk vinden”. Dat klonk onzeker, maar bleek het niet te zijn. Klaarblijkelijk doelde hij op de ruimte die de muzikanten hadden en namen bij de uitvoering. Risico’s nemen dus. 

Een aantal van Tingvalls stukken wisselde af tussen een ingetogen melodielijn, met veel rusten gespeeld en een robuuster blok, gedragen door een stevige cadans. Bijvoorbeeld in ‘Den Gamla Eken’. De melodie speelde Tingvall dan zonder, of met minimale akkoordbegeleiding unisono met de gestreken bas van Omar Rodriguez Calvo. Die structuur leek te toon te gaan zetten maar Tingvall keerde het tij. 

Wervelen
In ‘Beat Train’ kreeg de cadans de overhand en wervelde de pianist over het klavier. Een bezwerend patroon met de linkerhand vormde de opmaat naar een overweldigend klankenpalet, waarbij de noten als een steeds sterker wordende regenbui over het publiek neerdaalden. In ‘Beat’ nam het gezelschap juist gas terug. Tingvall speelde het stuk aanvankelijk vier keer zo snel, maar had het teruggebracht tot een ballade. Dat kwam deze compositie ten goede. De gevoelige melodie die de pianist bedacht had, kreeg zo extra aandacht. 

  
Pianist en componist Martin Tingvall mengt diverse vormen rigoureus in zijn muziek.

Het samenspel is opvallend. Bassist Calvo zet de melodische aspecten in de composities dik aan. Veel vibrato bij aangehouden tonen en veel beweging met het glijden naar noten. Jürgen Spiegel, de Duitse drummer, heeft een rock - en hiphopachtergrond, maar focuste aanvankelijk niet op een stevige ondergrond. Hij gebruikte met name de bekkens en toms om mee te gaan in de pianopatronen. Hij wisselde daarbij veel af in klankkleur en altijd was er ergens, soms zacht, een ondersteunende puls te horen. Daarnaast verraste hij regelmatig, bijvoorbeeld met drukke drum ‘n’ bass-achtige ritmiek. 

Tingvall is van vele markten thuis en mengt diverse vormen rigoureus in zijn muziek. Volksmuziek en aspecten uit klassieke muziek wisselt hij uit met patronen die doen denken aan zware drones uit heavy metal. En rigoureus is hij ook in de improvisaties. Een progressie met aanvankelijk warm klinkende akkoorden bouwt hij vliegensvlug uit tot een set waarbij de harmonie wringt en schuurt. 

Modus
En als hij soleert verandert hij veel van modus. Een voorbeeld hiervan was ‘Hajskraj’ waarbij na de indringende gestreken klanken van Calvo een ware klankenexplosie losbarstte op met name piano. Daarin nam men, net als in de meeste stukken, risico. En niet alles viel dan altijd op zijn plaats. Werd er in de snelheid wel eens een noot gemist, of ontwikkelde de dynamiek zich soms niet helemaal synchroon. 

In de tweede set viel dat meer op zijn plaats. Die was ook qua geluid meer in balans. Tingvall zegt dat de albumtitel ‘Beat’ betrekking heeft op de beat van dit trio. Die is duidelijk. Ze ontwikkelen een eigen geluid en zijn bereid daarbij risico’s te nemen en live veel te verkennen. Nou goed, niet altijd. De toegift was een erg strak georganiseerd funky stuk met een heerlijk gesyncopeerde baspartij van Calvo en een knalharde beat van Spiegel. 


© Jazzenzo 2010