Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Joost Lijbaart wil nog meer ruimte voelen tussen de tellen

INTERVIEW
door: Rinus van der Heijden









“Timing is een soort spiegel van je leven en verandert
dus telkens.” Foto © Gemma Kessels



Hij is een van de inventiefste slagwerkers van Nederland, maar behoort ook tot de categorie ‘nogal teruggetrokken’. Met tenorsaxofonist Yuri Honing werkt hij al 27 jaar samen, bereist met hem vele buitenlanden. Maar waarom is hij niet even bekend als Han Bennink, om maar eens een naam te noemen? Voor Joost Lijbaart hoeft er geen antwoord op te volgen.

Na een korte stilte komt er aarzelend toch een reactie op de eerder gestelde vraag: “Ik weet het niet zo goed. Ik plaats mezelf niet graag op de voorgrond. Toen ik de Group of Friends begon, deed ik dat uit de behoefte om zelf een band te hebben. Dat is iets heel anders dan níet voor een groep te staan. Met Yuri (Honing, met wie hij in diens trio speelt, in het Acoustic Quartet en in Wired Paradise, RvdH) is het heel anders. In de ruim een kwart eeuw dat we samenspelen, heb ik me nooit als begeleider gezien. Behalve dat ik ook zakelijk met Yuri ben verbonden, gaat het ons altijd over het versmelten van elkaars klank. Muziek is één instrument; wat het oplevert moet meer zijn dan drie of vier instrumenten. Ik voel me daardoor nooit begeleider, wel gewoon deelnemer aan de muziek.”

Jazzdrummer
Wortelend in de jazz, ligt het voor de hand Joost Lijbaart (46) als jazzdrummer te omschrijven. Of hij dat ook zo voelt? “Toch wel. Mijn achtergrond is jazz, die stijl heb ik heel lang gestudeerd en gespeeld natuurlijk. Maar door jazz ben ik bij allerlei andere muziekvormen terecht gekomen. Ik luister ook naar alles: veel pop, wereldmuziek, country & western, maar minder naar jazz. Het gaat mij altijd om het gevoel dat muziek oproept. Alle muziek komt ergens vandaan. Als ik de laatste vijf platen van Dave Holland beluister, zijn die zeker goed. Maar als je zijn platen uit het verleden niet kent, betekenen die vijf niet zoveel. Sommige dingen van toen zijn veel spannender, omdat het meer clashte.”

“Bij het luisteren naar jazz wil ik altijd terug naar de bron waar alles ontspringt. Een plaat van Joni Mitchell kan dezelfde grootheid aan gevoel oproepen als Miles Davis of John Coltrane. Het gaat om een soort oneindig gevoel, dat je zó in een moment trekt, dat de omgeving niet meer belangrijk is. Ik merk het ook als we reizen: mensen herkennen wat echt is. Wat eerlijk is en geen kunstje.”











“Muziek is één instrument; wat het oplevert moet meer zijn dan
drie of vier instrumenten.” Foto © Gemma Kessels.


Naar veelsoortige muziek luisteren betekent in het geval Joost Lijbaart dat zijn drumstijl zich nog altijd verbreedt. Neem bijvoorbeeld het samenwerkingsverband dat de slagwerker aanging met de Libanese zangeres Rima Khcheich. Hij leerde haar in 1998  kennen toen hij met het Yuri Honing Trio door het Midden-Oosten toerde.

“Dat was zo bijzonder”, blikt Joost Lijbaart terug. “Om Arabische muziek te doorgronden met zo’n bijzondere zangeres. In deze muziekvorm volgt alles de melodie, er is geen sprake van harmonie en akkoorden. En er zijn ook geen drums. Je moet heel andere elementen inbrengen. Die muziek inspireerde me enorm. Bijvoorbeeld hoe je je toms moet gebruiken. Ik deed met Rima een duostuk. Dat was zo traditioneel, dat niemand het anders dan in de traditionele versie wilde horen. Dus zonder het slagwerk zoals wij dat kennen. Wel met drums die als pauken worden ingezet. Aan die kennis heb ik veel gehad in het duo dat ik heb met pianist Wolfert Brederode. Je leert nieuwe hoeken van je instrument gebruiken, je verruimt je blik enorm. Hoe je zachter en hoe je harder speelt.  Niet meegaan met elkaars dynamiek heb ik als jazzdrummer in Wired Paradise vooral moeten leren. Heel gaaf als de band superzacht speelt en ik ‘tak’ doe op de snaredrum. Dat gaat als jazzdrummer niet zomaar.”

Studeren
‘Niet zomaar’, want aan dit soort verworvenheden gaat veel studie vooraf. “Als ik niet hoef te repeteren of spelen, studeer ik vrijwel elke dag. Er zijn bepaalde tempi die ik al vier jaar studeer. Dat heeft ook met je fysiek te maken. Studeren op improvisatie doe ik niet zo, liever op elementaire zaken.”

‘Timing is het moeilijkste element binnen muziek. Ik móet dat blijven studeren, zodat ik nog meer ruimte voel tussen de tellen. Ook als je zacht speelt, moet de timing aanwezig blijven. Je kunt nooit zeggen: nu weet ik het wel. Timing is een soort spiegel van je leven en verandert dus telkens.”











“Ik voel me nooit begeleider, wel gewoon deelnemer
aan de muziek.” Foto © Gemma Kessels.



Studeren, maar waar dan? Joost Lijbaart bewoont met zijn gezin een mooi en oud houten huis in een van de waterrijke dorpjes ten noorden van Amsterdam. Het vertrek waarin we zitten staat vol met meubels en allerlei huisraad, maar nergens is een drumstel te bekennen. Om daarop te kunnen studeren, moet de slagwerker naar een oefenruimte in de hoofdstad. “Doe ik meestal op de fiets, in drie kwartiertjes, lekker”, zegt hij daarover.

Studeren, repeteren en spelen. Het zijn de vaste bestanddelen in het leven van Joost Lijbaart. Maar daar moet zeker het begrip experiment bij worden gevoegd. “Experimenteren doe ik heel veel. Neem nu de laatste plaat van Flex Bent Braam, ‘Lucebert’. Daar speel ik een stuk op een aambeeld. Te gek, dat werkt waanzinnig! Je moet even voelen waar je je hamer bijvoorbeeld moet vasthouden. Op het conservatorium in Hilversum hield ik me vaak bezig met moderne slagwerkmuziek. Op hout, op bloempotten, het leerde me zóveel over klank in relatie tot de mens. Ik heb enorm veel gehad aan docent Victor Oskam, die in juni van dit jaar onverwacht overleed. Die man was een instituut. Ik heb als drummer veel aan zijn klassieke lessen gehad. Hij heeft me ook veel bijgebracht over Afrikaans en Japans slagwerk, spelen met alleen je handen en zo.”

Jezelf het wezen van muziek eigen maken, betekent er diep in doordringen. Dat geldt voor zowel uitvoerder als luisteraar. Dit afdalen in muziek is een avontuurlijke reis, die een mensenleven lang kan duren. Je moet er wel wat voor doen. In het geval van Joost Lijbaart bijvoorbeeld naar allerlei stijlen muziek luisteren, maar ook op zoek gaan naar wat áchter bepaalde muziek schuilt. Hij roert bedachtzaam in de koffiekop die zijn vrouw als kunstenares zelf vervaardigde. “Van het een komt het ander”, zegt hij. “Jack DeJohnette begrijpen is goed naar Roy Haynes luisteren. Tony Williams verklaarde ooit dat hij veel Art Blakey, Philly Joe Jones en Max Roach had gedraaid. Dat zijn allemaal bronnen in muziek. Waar Tony op 18-jarige leeftijd mee kwam, was zó oorspronkelijk dat je het een nieuwe speelmethode zou kunnen noemen. Terwijl dat eigenlijk niet kan. Ook John Coltrane, Coleman Hawkins, Duke Ellington, Louis Armstrong en Lester Young zijn bronnen en zij zijn zo uniek dat hun muziek een eigen school wordt.”

China
Misschien geldt dit laatste in mindere mate ook voor Joost Lijbaart. Hij zocht modern klassieke muziek op, jazzrock, dans, literatuur, muziek uit Senegal, het Midden-Oosten en China en uit nog zo’n veertig andere landen en streken. En daarbij heeft hij ook nog zijn favorieten, waar hij inspiratie uit put. “Tony Williams bijvoorbeeld, omdat die tijdens mijn conservatoriumtijd heel belangrijk voor me was. Maar ook Miles Davis. Zijn meesterschap bestaat er uit, dat hij lijnen legt tussen de noten van de bandleden. Ik zei het eerder al, ook Joni Mitchells muziek heeft me erg beroerd. Datzelfde geldt voor popdrummer Stewart Copeland, slagwerkers uit de wereldmuziek en alle grote jazzdrummers.”











“Muziek gaat sowieso niet over ego.”

Foto © Gemma Kessels.


Slagwerk is een leven lang de passie geweest van Joost Lijbaart. Hij begon er mee op zijn zevende en leerde de eerste beginselen op de muziekschool in Hilversum. Op zijn achttiende toog hij naar het conservatorium, op zijn drieëntwintigste was hij er klaar. Hij maakte toen al deel uit van een trio met Yuri Honing en contrabassist Tony Overwater. “Daar speelden we veel mee. Doordat ik dingen ging regelen, werd het netwerk steeds verder uitgebreid. Andere groepen kwamen er bij, andere vielen af. Ik ben nogal honkvast en ga daardoor vaak door met dezelfde mensen. Binnen de jazz houden mensen dikwijls hun eigen stek. Consequentie daarvan is dat je hobbels tegenkomt, maar daar wordt het alleen maar beter van.”

Alles regelen rondom het musiceren doet Joost Lijbaart nog altijd. Moet hij wel. “Als je de wereld in wilt, moet je actief blijven. Jezelf verkopen en musiceren zijn twee verschillende zaken, die ik probeer erg gescheiden te houden. Als je al lang speelt wordt het leuker. Je wordt minder onzeker over wat je wel en niet wilt. Muziek gaat sowieso niet over ego. Ego telt echter weer wel in het verkopen van je muziek. Als je je met beide bezig houdt, balanceer je dus tussen deze twee uitersten.”

Behalve in de groepen van Yuri Honing, speelt en speelde Joost Lijbaart ook in andere formaties. In voornoemde Group of Friends, dat inmiddels niet meer bestaat. En ooit in het Michiel Borstlap Sextet, waarin hij deel uitmaakte van een all-starbezetting met onder andere Benjamin Herman, Yuri Honing en Eric Vloeimans. Joost Lijbaart was ook slagwerker in de jazzrockformatie Whitehouse. Tegenwoordig vormt hij een duo met pianist Wolfert Brederode, speelt in Batik en Agog, soms nog met Rima Khcheich en met Flex Bent Braam.

Werk
Werk genoeg aan de winkel dus? “Het gaat, maar het kan beter. Ik ben afhankelijk van concerten, geef er geen muzieklessen bij. De komende periode ziet er prima uit, maar ik denk wel na over hoe het er over een half jaar uitziet. Je merkt dat er door de crisis minder geld is, vooral bij festivalorganisatoren. Maar ik heb tot nu toe niet te klagen over het aantal concerten. Het is eigenlijk het kip en het eiverhaal: als je van concerten afhankelijk bent, moet je je daar mee bezighouden om te kunnen blijven spelen.”

Mocht het er ooit van komen dat concerten niet meer voldoende opbrengen om van te blijven leven, dan zou Joost Lijbaart met zijn enorme kennis van allerlei soorten muziek, kunnen overwegen om vaker te gaan componeren. “O ja, dat doe ik toch wel. Maar heel langzaam, gemiddeld één stuk per jaar. Alleen maar als ik vind dat het de moeite waard is. Om te componeren heb je zoveel rust en stilte nodig. Meestal ga ik er dan ook voor zitten in de kerstvakantie, als we hier ingesneeuwd zitten”, zegt hij met een lach. Waarbij hij een verlekkerde blik naar buiten werpt alsof de vele waterlopen rond zijn woning nu al zijn bevroren.


© Jazzenzo 2010