Alles mag op het feestje van Oene van Geel CONCERTRECENSIE. Uitreiking VPRO Boy Edgar Prijs 2013 aan Oene van Geel, Bimhuis Amsterdam, 9 juni. Reden voor hem om eens flink uit te pakken. Maar liefst achttien muzikanten, allemaal leden van Van Geels ‘muzikale familie’, staan in wisselende samenstellingen op het podium in het ruim drie uur durende programma.
beeld: Eddy Westveer
door: Quint Italianer
“Je herkent de toon van Oene uit duizenden. Je kunt erin kruipen”, vertelt pianist Guus Janssen aan een uitverkocht Bimhuis. Deze avond reikt hij de VPRO Boy Edgar Prijs uit aan altviolist en componist Oene van Geel. Naast een door Jan Wolkers vervaardigd beeldje en een geldbedrag van €12.500 kreeg Van Geel de gelegenheid om geheel naar eigen smaak een avondvullend muzikaal programma samen te stellen.
![]()
Oene van Geel ontvangt in een feestelijke ambiance in het Bimhuis de VPRO Boy Edgar Prijs 2013. Met onder andere danser Kenzo Kusuda.
Anarchie
Van Geels strijkkwartet Zapp4 – inmiddels vijftien jaar bij elkaar – opent de avond met een frisse interpretatie van de Radioheadklassieker ‘Paranoid Android’. De chaos van het origineel wordt vakkundig nagebootst, terwijl de charme van de strijkinstrumenten blijft behouden. Na deze aftrap improviseren blazers Theo Loevendie, David Kweksilber en Oguz Büyükberber op een modern stuk, dat begint met lange stiltes, slechts af en toe onderbroken door zachte nootjes. Langzaam mondt het geheel uit in totale anarchie.
De programmaonderdelen lopen vloeiend in elkaar over. Terwijl de muziek doorgaat, lopen de muzikanten het podium een voor een op en af totdat de visueel interessante band OOOO op het podium staat. Deze samenwerking bestaat uit Büyükberber, pianist Tony Roe, Van Geel zelf en danser Kenzo Kusuda. Heel langzaam sluipt de Japanner het podium op, waarbij hij zich tussen allerlei partituurstandaards door naar voren manoeuvreert. De muzikanten houden hem nauwlettend in de gaten en spelen in op de soms onverwachte bewegingen die hij maakt – en vice versa. Zo ontstaat er een interessant spel waarbij de concentratie zowel bij de artiesten als bij het publiek zeer hoog ligt.
![]()
De groep Estafest. Oguz Büyükberber, David Kweksilber en Theo Loevendie. Zangeres Vera van der Poel.
Cahon
Nadat Kusuda onder de piano is weggekropen, wisselen de muzikanten elkaar wederom af. Het geheel kristalliseert uit tot Estafest, een band bestaande uit Van Geel, gitarist Anton Goudsmit, pianist Jeroen van Vliet en sopraansaxofonist Mete Erker. Na een zwaarmoedige improvisatiesessie zet Goudsmit een sambariffje in, dat het startschot vormt van het vrolijke nummer ‘Open the Windi’. Daarin laat Van Geel zich van zijn percussieve kant zien. Na te hebben gebeatboxt en gescat pakt hij zijn andere grote muzikale liefde erbij, de cahon, waarop hij niet minder groovet dan op de viool.
Na de pauze creëren Van Geel en zijn muzikale familie een circus waarin werkelijk alles kan. Een Indiase scat-beatbox-battle met zijn bandleden van The Nordanians verbluft het publiek, evenals het waanzinnig virtuoze spel van tablaspeler Niti Ranjan Biswas. Meerdere malen staat er ‘tutti’ in het programmaboekje en zet gastheer Van Geel met al zijn medemuzikanten bombastische fusionjams neer, gebouwd op duistere riffjes en akkoorden.
Wawa’s
Daarbij drumt Mark Schilders uitstekend: hij voelt precies aan welke groove het geheel nodig heeft. Van Geel dirigeert af en toe een beetje met zijn strijkstok en geniet zichtbaar. Met ‘Chro Moe’, een ‘chromatische opgefokte punkversie van ‘No moe’ van Sonny Rollins’ – aldus Van Geel zelf – zet hij het Bimhuis in vuur en vlam, zeker wanneer David Kweksilber op zijn basklarinet een solo vol wawa’s, echo’s en andere onverwachte effecten speelt.
![]()
Zapp4 met pianist Jeroen van Vliet. Alle muzikanten op het podium. Guus Janssen en Theo Loevendie.
Maar Van Geel houdt ook van afwisseling. Met Zapp4 en Van Vliet speelt hij het prachtige ‘Awakenings’, dat hij schreef voor een oudere vriend die kanker had. Het is een oase van sereniteit tussen al het fusiongeweld. Ook het breekbare geïmproviseerde duet tussen Guus Janssen en Theo Loevendie ontroert.
Op schoot
Dan het ‘toetje’, aldus van Geel. In zijn eentje op het podium begint hij te improviseren, met zijn viool gericht naar de rechterhoek van het Bimhuis. Langzamerhand krijgt het publiek door dat Kenzo Kusuda daar weer staat te dansen, op een plateautje bij de achterste rij stoelen. Langzaam klimt – danst – hij over de stoelen en de bezoekers heen naar het podium, waarbij hij, tot hilariteit van het publiek, niet schroomt af en toe bij mensen op schoot te gaan zitten.
Als hij het podium heeft bereikt ontstaat er een levendig duet tussen hem en Van Geel, waarbij beweging en muziek elkaar voortdurend beïnvloeden en de heren zelfs beginnen te zingen. Wanneer Kusuda een partituurblaadje als een masker op zijn hoofd zet en dit vervolgens op het gezicht van een bezoeker plakt, heeft hij wederom de lachers op zijn hand. De act eindigt als beiden, al spelend, dansend en zingend, via de voordeur de zaal verlaten.
Zo heeft Van Geel al zijn creativiteit gebruikt om het Bimhuis een avond lang te laten meegenieten van zijn eigen favoriete muzikanten en bands. Bijna alle muziek schreef en arrangeerde hij zelf. Terecht kende de jury de VPRO Boy Edgar Prijs aan hem toe; Nederland mag zich gelukkig prijzen met een altviolist die jazz op zo’n veelzijdige en originele manier aan het publiek weet te presenteren.
© Jazzenzo 2010