Hiphop, jazz en de zeven hoofdzonden INTERVIEW Vanuit de kleedkamer in de Mozaïek klinken razendsnelle toonladders. De manager opent de deur. In de hoek van de ruimte zit Soweto Kinch, half leunend op een tafeltje, altsax aan de mond. Hij is groot van stuk en geheel in het zwart gekleed, op zijn groene sneakers na. Om zijn nek een ketting van grote houten kralen, dreadvlechtjes in zijn haar. We schudden handen. Terwijl ik mijn opnameapparaatje opstart, blaast Kinch er nog even lustig op los. Philipp-Glassachtige melodieën zoeven door de ruimte. Het volume is overweldigend.
door: Quint Italianer
Soweto Kinch: ‘Ik wilde erachter komen hoe opborrelende wrok klinkt.’
De Londense altsaxofonist en rapper Soweto Kinch (1979) vermengt jazz en hiphop tot een organisch geheel. De winnaar van twee BBC-Radio Jazz Awards is al jaren een smaakmaker in de Britse jazz- en hiphopscene. Vlak voor zijn optreden in Podium Mozaïek in Amsterdam beantwoordt hij een paar vragen over zijn nieuwe album ‘The legend of Mike Smith’.
Kinch is saxofonist én rapper. Het een is voor hem niet belangrijker dan het ander. ‘Expect the unexpected’ is zijn motto. Ook op zijn nieuwe dubbel-cd ‘The legend of Mike Smith’ wisselt hij raps af met saxofoonspel, en met korte intermezzo’s waarin alleen stemacteurs aan het woord komen. Het album vertelt een verhaal, een legende. De muzikale vertelling draait om een man die de stad in gaat om een microfoon te kopen en vervolgens beurtelings overvallen wordt door alle zeven hoofdzonden.
Bach
Waar komt dat idee vandaan? “Vijf jaar geleden luisterde ik veel muziek die hiphop mixte met klassieke muziek, zoals Bach en fuga’s en zo. Ik wilde een manier vinden om een andere wereld te beschrijven. Ik hou van het soort albums dat je meeneemt naar een andere werkelijkheid. Uiteindelijk besloot ik een doodnormale dag te contrasteren met een katholieke, magische wereld van zonden, kabouters en demonen. Dat kwam voort uit een associatie met die klassieke muziek.”
Zeven liedtitels van het album dragen de Latijnse namen van de hoofdzonden. Kinch had verschillende manieren om die zonden te vertalen naar muziek. “Soms ging het vanuit beats. Een goed voorbeeld is het nummer ‘Invidia’, Jaloezie. Het had de beat al, en het double-timeritme. Door die groove kreeg ik een boos gevoel. Ik wilde erachter komen wat het geluid is van opborrelende wrok in iemand. Bij het nummer ‘Superbia’, Trots, wist ik dat ik een groots klassiek, bijna theatraal geluid wilde, en daar maakte ik de teksten bij. Bij ‘Acedia’, Luiheid, schreef ik juist eerst de teksten, daarna de muziek.’
Hij wilde de zonden op een originele manier behandelen. “De zonde Lust wilde ik bijvoorbeeld niet vanuit die typische hiphopvisie – “ik heb de grootste pik en enorm veel meisjes” – benaderen. Ik vroeg me liever af: wat zijn nou de genantste aspecten van lust? Ik wilde me verdiepen in de diepere, ingewikkeldere aspecten van zonden.”![]()
‘De muziek moet net zo elastisch zijn als de teksten.’
Bruiloften
Een paar jaar geleden zei Kinch te hopen dat hiphop ooit geschikt zou worden voor begrafenissen en bruiloften. Tevreden kijkt hij nu naar de weg die de muziekstijl de afgelopen jaren tekstueel heeft ingeslagen. “Er is steeds meer emotionele inhoud. Een goede vriend van mij, een mc uit New York, rapt op zijn nieuwste album bijvoorbeeld over familie en andere volwassen zaken. Luister ook naar het laatste album van Nas, met het nummer ‘Daughters’ erop. Ik denk dat het een kwestie van tijd is voordat de muziek die weg zal volgen.”
Sommige hiphopmuziek heeft nog steeds weinig nuance, volgens Kinch. Hij doet een lompe hiphopbeat na. “Dat is de traditionele ‘wij doen hiphop-houding’. Goede mc’s hebben pieken en dalen, hard en zacht in hun teksten. Je moet de muziek net zo elastisch zien te krijgen als de woorden.” Ik vraag Kinch of hij vanavond zal gaan freestylen. “Zeker weten”, zegt hij lachend. Dan maakt hij beleefd een einde aan ons gesprek; hij wil zich nog even concentreren voordat de show begint.
In het concert wisselt hij met zijn trio free jazz af met geraffineerde hiphop. Ondanks het enorme tempo van zijn altsaxloopjes, blijven ze relaxed en ongedwongen klinken, ook als de melodie alle kanten op gaat. Bij de hiphopnummers komen blazers, toetsen en gitaar uit zijn laptop. Met zijn raps zweept hij het publiek op. Meerdere malen vraagt hij de toehoorders mee te rappen.
Kapitalistisch
Voor het nummer ‘The board game’ verdeelt hij de tribune in een kapitalistische en een socialistische helft. Op aangeven van Kinch rapt het linkerdeel in de refreintjes ‘Privatize the gains!’, waar het rechterdeel vervolgens ‘Socialize the losses!’ tegenover stelt. Zo blijkt ook de maatschappelijke betrokkenheid van Kinch. Het publiek is geamuseerd. “Dat was leuk”, lacht Kinch aan het eind.
Kinch houdt zich aan zijn belofte. In het laatste nummer pakt hij de microfoon om te gaan freestylen. Hij vraagt het publiek om woorden die beginnen met de letters uit het woord AMSTERDAM. Met die woorden rapt hij vrijuit. Soms leiden de woordkeuzes tot hilariteit bij het publiek. Bijvoorbeeld als een toehoorder hard masturbation roept bij de letter M, waarop Kinch antwoordt: “Ah, je zei mastication, toch? Dat is het kauwen van voedsel. Daar kun je erg opgewonden van raken.”
Later die nacht kom ik Kinch nog tegen in Pacific Parc, een club in het Westerpark. “Sorry dat het interview zo kort was, man”, schreeuwt hij in mijn oor, dansend op de sambamuziek. De rest van de nacht viert hij zijn geslaagde optreden en zijn laatste avond in Nederland.
© Jazzenzo 2010