Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Over troost – de ziekte tot de dood

INTERVIEW
door: Rinus van der Heijden









Ton Vermunt: ‘Woorden in muziek zijn niet belangrijk, de melodie wel’. Foto © Gemma Kessels.



Of muziek troost biedt? Misschien voor een enkeling niet, maar al sinds mensenheugenis voor de meesten wél. Maar in welke mate? Ton Vermunt is de man die er het juiste antwoord op weet. De stafmedewerker van muziekpodium Paradox in Tilburg en groot muziekliefhebber, lijdt aan uitgezaaide kanker en heeft nog maar kort te leven.

Enkele dagen misschien of naar hij hoopt nog enkele weken. “Komende zaterdag vier ik in Paradox mijn eigen uitvaart. Dat wil ik bij leven doen. Ik hoop dat ik zaterdag haal. En daarna kijk ik nog uit naar kerstmis.” “En ik naar oudjaar”, vult zijn levenspartner Lidy aan. “Ik zou het verschrikkelijk vinden als ik dan alleen ben met al dat lawaai.”

De laatste momenten van een mensenleven. Dat straks 64 jaar heeft geduurd. De dagen dat Ton Vermunt er nog is, rijgen zich aaneen. Rond het middaguur opstaan, zeven uur later "in het badje" en om acht uur weer gaan slapen. Morfine doet zijn werk. De pijn is draaglijk, de tijd die nog rest, ook. Maar de dood sluipt als een panter naderbij, uur na uur. Er is nog slechts tijd om de korte dagen te leven zoals ze komen.

Simeon ten Holt
Muziek als troost? “Ik zoek er niets speciaals voor uit. Waar ik in mijn platenverzameling het eerst langs kom, blijf ik hangen. Of bij wat boven op de stapel ligt. Ik vind vertroosting bij ‘Canto Ostinato’ van Simeon ten Holt, schitterend! Maar ook bij The Stranglers of Avishai Cohen of pop vanaf de jaren vijftig tot nu. Dat kleunt erin bij mij. Evenals het Ethel Strijkkwartet, dat staat wel eens een dag lang op. Ik heb altijd moeite gehad om me bij mooie muziek te beheersen, maar zo erg als nu is het nog nooit geweest: jánken! Je kunt het beste een dweil onder me leggen. Zaterdag tijdens de herdenking zal het helemaal erg zijn.”

Muziek als troost? Ton Vermunt heeft de leeftijd om dáár te belanden waar veel vijftigers en zestigers uitkomen: bij barok bijvoorbeeld. Bach, Schütz, Händel, Telemann, Purcell misschien, bieden die bemoediging? “Ik vind het onophoudelijk gefriemel. Het is allemaal gekomen omdat ik zes jaar op het seminarie heb gezeten. Ik zong er in de Schola Cantorum. Gelukkig als reserve. Als anderen konden gaan voetballen, moest ik met het koor repeteren. Er was niets hemels aan, ik heb er slechts rotherinneringen aan overgehouden. Ik zeg niet dat ik een hekel heb aan klassiek, wel dat ik niet de Beatles mocht draaien. We hadden op het seminarie één pick-up. Als ik die wilde lenen om Beatles of Stones te draaien en een klasgenoot om Bach te luisteren, dan ging het draaitafeltje naar hém.”

Muziek als troost? Jazzmuziek dan maar? Als project- en pr-medewerker van jazzpodium Paradox heeft Ton Vermunt sinds 1995 heel wat jazz aan zich voorbij horen gaan. “Bartho (van Straaten, programmeur, RvdH) draait de hele dag, zijn computer gaat nooit af. Hij heeft verstand van muziek, ik van achtergrond en sfeer. Dat is een prachtige verdeling. Daardoor komt het dat ik thuis bijna nooit muziek opzet. Mijn interesse voor jazz is eigenlijk bij Vaalbleek begonnen. Maar mijn eerste kennismaking met deze muziek was toen ik Archie Shepp op tv zag. Dat was bij een vriendin thuis, eind jaren zestig en dat viel niet goed. Op het Kralingen Popfestival in 1970 zag ik Han Bennink en John Surman. Was niet hun beste optreden, maar toch begon het daar allemaal mee. Nadien volgden De Volharding, Willem Breuker, de Zeeland Suite van Leo Cuypers; het was allemaal Amsterdam en ver weg.”

Groep Ohm
“Mijn eerste jazzconcert in Tilburg was in jongerencentrum Posjet met Groep Ohm. Dat was nog een station te ver, ik moest jazz nog leren luisteren. Tot ik Vaalbleek hoorde, toen ging ik om. Jazz was tot dan eindeloos pielen en teringherrie. Bij Vaalbleek was dat niet zo. Tijdens solo’s denderde de viermans ritmesectie maar door. Maar dat hebben alle musici van de Tilburgse School: er wordt genoeg gefreakt, maar niet alleen maar.”











Ton Vermunt en zijn vrouw Lidy.

Foto © Gemma Kessels.


“Plus schrijven ze allemaal mooie stukken: daar begint het bij mij mee. Neem Jacq en Bert Palinckx. In maart van dit jaar mocht ik een muziekavond organiseren en had ik hen gevraagd. Ze verstaan de kunst van het freaken, maar kennen ook Barry White, Lee Hazelwood, Frank Zappa. Pink Floyd. Luister maar eens naar hun album ‘Psychedelic Years’. Dat is precies waar het om gaat.”

Muziek als troost? Bij de liefde bijvoorbeeld, toen zij ontstond, maar ook als zij voorbijging? “Jaaaaa! In elk geval één keer. Dan kom je bij iemand thuis waar je verkikkerd op raakt en laat zij precies horen waar jij weg van bent. We reden in een Mini naar een concert van Alan Stivell in Rotterdam. Daar ben ik smoorverliefd op haar geworden en toen definitief naar Tilburg gekomen.”

Ton Vermunt komt nog eens terug op zijn tijd op het seminarie: van zijn twaalfde tot zijn achttiende. Hij haalt er zelfs zijn vuistdikke ‘Liber Usualis’ bij, een soort missaal waarin alle Gregoriaanse gezangen uit de katholieke traditie zijn opgenomen. “Het is niet meer compleet. Ik heb pagina’s gebruikt voor collages”, lacht hij. “Vierentwintig uur per dag zat ik daar op dat seminarie achter slot en grendel. Je hormonen willen zoveel, maar ze mogen niet. En dan kom je ook nog eens uit Gilze. Toen ik na zes jaar van het seminarie kwam, voelde ik me als een jonge god. Ik werd vrij snel verliefd op een vrouw met wie ik acht jaar samen ben geweest. Totaal heb ik vijf keer samengewoond en dat was vijf maal verkeerd. Daarom heb ik nu een lat-relatie.” Die overigens sinds drie weken noodgedwongen is omgezet in een permanente samenlevingsrelatie met zijn zo liefdevol verzorgende Lidy.

Bobbeltjes
Muziek als troost? Als je ziek wordt en vrijwel meteen weet dat het goed mis is? “Ik voelde eind vorig jaar iets in mijn mond en wat later bobbeltjes in mijn keel. Ik dacht: raar gevoel, zal wel weer over gaan. Maar meteen rees de gedachte: dit wordt het moment dat ieder mens te wachten staat. In februari ging ik naar de huisarts en speelde het spel mee: een amandelontsteking. Maar ik wist dat het kanker was en dat het moment aangebroken was om deze wereld te verlaten. Daarna is alles als een droom over me heen gekomen. Mijn lijf was niet meer dan gereedschap in een oorlog. Een loopgravenoorlog, een smerige oorlog. Mijn hele lijf is ondersteboven gehaald en ik ben een paar keer bijna dood geweest.”

Muziek als troost? Om te strijden tegen die dood? “Nee, ik ben niet opstandig geweest, geen seconde. Ben zo ongelovig als de pest. Ik vind praten over geloof zó’n tijdverspilling. Ik heb een mooi leven gehad, nu is het tijd om te gaan. In oktober nog werd ik genezen verklaard, meteen daarna werden uitzaaiingen naar wervelkolom en lever geconstateerd. Daarna kon ik niet meer worden verrast. Of ik schrik heb voor de dood? Daar ben ik nog niet helemaal uit.”

Muziek als troost? Nu hij zo ziek is? “Ik draai minder dan ik had gedacht. Hoewel ik kan kiezen wat ik wil, verval ik toch weer in oude gewoontes, weinig draaien dus. De dagen zijn kort. Om zeven uur ’s avonds roept het badje. Dan droogt Lidy me tot in mijn verste poriën af. Ik ben dan alleen maar een wollig baby’tje. Hetzelfde als de eerste drie jaar van mijn leven. Ik geniet daar zó van. Het is geweldig! Die hele verzorging, ik word zó verwend. Als iemand dan muziek zou opzetten, WAM, dan breek ik.”

Luis
Muziek als troost? Voor een leven dat op wat handenvol ademtochten na, achter hem ligt? “Ik heb een leven gehad als een luis op een zeer hoofd. Ik kon van mijn hobby mijn werk maken. En in wat voor een wereld nog wel?! De culturele! En dan ook nog in Tilburg, waar zoveel gebeurt. In Breda zou ik me kapot hebben verveeld. Hier gaat het maar door en door.”











‘Mijn lijf was niet meer dan gereedschap in een smerige oorlog, een loopgravenoorlog’. Foto © Gemma Kessels.



Muziek als troost? Muziek met woorden, die vanwege hun zeggingskracht een extra dimensie kunnen toevoegen? “Woorden in muziek zijn niet belangrijk, de melodie wel. Woorden spelen bij mij amper een rol. Het komt niet eens zo vaak voor dat tekst en muziek mooi samenvallen. Bij de Keulse groep BAP wel. Voorman Wolfgang Niedecken zingt bijvoorbeeld ‘Verdamp lang her’ – jánken! En het ‘Requiem’ van Eric Vloeimans komt even hard binnen. Als de melodie mooi is, ben ik verkocht. En als er dan ook nog mooie dans bijkomt… Krisztina de Châtel creëerde in ’78 een choreografie op muziek van Philip Glass (‘Variegated tesselation’  op ‘Music in Twelve Parts, Part 2’, RvdH). Vanaf dat moment was ik verkocht. En toen kwam daar ook nog eens de jazz overheen. Om al dat moois moest ik in die jaren vaak tegen mijn tranen vechten. Nu niet meer: ik laat ze gewoon rollen.”

Zaterdag tijdens ‘de uitvaart bij leven’ dus waarschijnlijk weer, daarna niet meer. Want dan geeft Ton Vermunt zijn leven uit handen. Hoe het bij de eigenlijke uitvaart dan moet? “Maakt me geen reet uit”, zegt hij stellig, “dat mag Lidy beslissen.” Lidy kijkt vertwijfeld, weet niet wat ze ermee aan moet, weet ook niet wat ze op de dag van het definitieve afscheid moet doen. “Als Ton op een gegeven moment niet meer wil, sta ik er”, zegt ze dan vastberaden. “Hij wordt in elk geval gecremeerd. Hier, in de poort naast het huis, ligt een stuk van de zerk van het graf van mijn moeder. Ton’s urn met zijn as erin komt op die zerk te staan.” “Twee poortwachters”, lacht Ton Vermunt breeduit.

Spijt
Muziek als troost? Ooit ergens spijt van gehad? “Ja, van één ding. Op het seminarie kon ik pianoles nemen. Maar het pakte niet. Ik was niet bezig met het instrument en zeker niet met ‘Für Elise’. Ik moest piano spelen, terwijl anderen konden pingpongen. Na vijf weken werd ik verlost uit mijn lijden. Nu vind ik het jammer.”

Muziek als troost? Voor dingen die nog hadden moeten gebeuren? “Nee, dingen die we nog hadden willen bezoeken, daar zijn we dit jaar nog naar toe geweest. Naar één zelfs met de fiets! Ik heb niet voor niets altijd parttime gewerkt. Heb altijd de tijd genomen om bepaalde dingen te doen. Ik ben nooit zo iemand geweest die per se naar de Chinese Muur moest.”

De titel boven dit interview en eerbetoon aan Ton Vermunt die zo moedig over leven en dood praat, luidt: ‘Over troost – de ziekte tot de dood’. De aandachtige lezer ziet dat het een variant is op ‘Over de vertwijfeling – de ziekte tot de dood’ van de Deense filosoof Søren Kierkegaard. In deze verhandeling toont Kierkegaard aan dat de grootste kwellingen van een mens vertwijfeling, wanhoop en verdwazing zijn. Dat houdt in dat de mens zich niet bewust is van zijn individuele vrijheid en tegelijkertijd gebonden is aan zijn aardse en tijdelijke bestaan. ‘Het individu dat zich met zijn zelf durft te verstaan zal zwanger worden van zichzelf en zo zichzelf baren’, zo vat de existensialist Kierkegaard zijn visie samen.

Persoonlijk
Het lijkt erop dat Søren Kierkegaard zijn ruim anderhalve eeuw oude woorden persoonlijk richt aan Ton Vermunt. De mens Ton Vermunt die boven zichzelf is uitgestegen en de wanhoop van de eindigheid én oneindigheid achter zich heeft gelaten. Daarbij mede geholpen door de muziek in al haar facetten. Muziek als troost is daarom de rode draad door dit afscheid van een bijzondere mens. Ton, heb geen pijn meer.

Het afscheid van Ton Vermunt op zaterdagmiddag 15 december in Paradox in Tilburg is alleen voor genodigden.


© Jazzenzo 2010