Ambassadeur Lillian Boutté plaatst New Orleans in brandpunt CONCERTRECENSIE. Lillian Boutté & her music friends, Porgy en Bess Terneuzen, 22 september 2012. Zo ook ‘The sound after the storm’, een documentaire over de toestand in de stad, drie jaar nadat orkaan Katrina verwoestend toesloeg. Zangeres Lillian Boutté, al heel haar leven ambassadeur van New Orleans, speelt een belangrijke rol in die film. Ze was aanwezig bij de vertoning in Terneuzen en Vlissingen en gaf na afloop een concert.
beeld: Eddy Westveer
door: Mischa Beckers
Afgelopen weekeinde vond Jazz on Film plaats. Op initiatief van Jazzclub Porgy en Bess en het festival Film by the Sea kon het publiek genieten van films, presentaties over jazzarchieven en concerten. Diverse films stonden in het teken van New Orleans.
![]()
Lillian Boutté en haar begeleidingsband in een afgeladen Porgy en Bess.
‘The sound after the storm’, die begint met luchtopnames van de stad die bijna volledig onder water staat, roept heftige emoties op. Woede en ongeloof bijvoorbeeld over buitenlandse hulp, die door de Amerikaanse regering genegeerd werd, of over relatief simpele oplossingen om herhaling tegen te gaan, die bewoners zelf zien en aandragen en waar niets mee gebeurt.
Maar ook respect voor de bewoners en met name de voortrekkers in de wederopbouw van de stad zoals Armand ‘sheik’ Richardson, die met zijn medewerkers na jaren ploeteren in de puinhopen, daar letterlijk doodziek van werd. Als een van de weinigen bleef hij in de stad toen Katrina toesloeg en maakte daar angstaanjagende beelden van. Hij gebruikt zijn foto’s die hij maakte voor, tijdens en na de storm van typische New Orleansaspecten – “New Oleans is uniek, niet alleen qua muziek maar ook voor wat betreft eten, taal en lifestyle” - in zijn huidige werkzaamheden bij het redden van de stad.
Archief
Dr. Michael White verloor tijdens de storm het grootste deel van zijn enorme historische muzikale archief van de stad. Met wat over is en tijdens zijn optredens neemt hij zijn publiek mee in de geschiedenis en toekomst van New Orleans. Een stad waar continu, op elke straathoek muziek te horen was, afgespeeld maar zeker live. Behalve na de storm.
De titel van de film refereert aan die ijzingwekkende stilte. Maar muziek maakte al snel een essentieel element uit van de her- en overlevingstactiek van de gemeenschap. In een stad waar het gemeenschapsgevoel zo belangrijk is, zochten mensen elkaar direct op om elkaar te steunen. Muziek is daarbij het smeermiddel.
De beelden van de Next Generation Brass Band laten dat treffend zien. Jonge jongens, die voor de storm niet of nauwelijks speelden, leerden elkaar op straat de kneepjes van het vak. En dan is er natuurlijk Lillian Boutté, een van de weinigen die de eretitel Muziekambassadeur van New Orleans kreeg (de tweede. Louis Armstrong was de eerste die de titel ontving). Ze is te zien in benefietconcerten, initiatieven om fondsen binnen te halen en emotionele herenigingen – tijdens de storm was ze op tournee - met haar familie, en als vertolker van de vele kanten van New Orleansmuziek die ze machtig is.
![]()
Zangeres Lillian Boutté is al heel haar leven ambassadeur van New Orleans.
Zo ook in het afgeladen Porgy en Bess. Met haar Europese begeleiders, pianist Daniel Moore, de boomlange Hans Mydtskov op tenorsaxofoon, bassist Torben Bjørnskov en Daisy Palmer op drums, startte ze de eerste set uptempo met vlotte, bluesy shuffles. Bjørnskov bepaalde welke stukken gespeeld werden en leidde strak. Met Palmer legde hij een solide basis. De introverte Moore begeleidde efficiënt en werd wat losser wanneer hij mocht soleren. Dan probeerde hij uit wat zoal mogelijk was binnen de gebruikelijk strakke akkoordprogressies.
Spaarzaam
Tenorsaxofonist Mydtskov beperkte zich initieel tot spaarzame melodische improvisaties en had wat aansporing van Boutté nodig om te komen tot vraag- en antwoordspelletjes met de zangeres. Bij hem kwam het nog niet zo uit de tenen. In tegenstelling tot Boutté, die vol overgave gromde en uithaalde, in de gospel van ‘Come on children let’s sing’, soulachtige stukken vol publieksparticipatie of ‘St. Louis Blues’.
Dr. Michael White benadrukte in de film beide aspecten van de term blue, zo kenmerkend voor de New Orleans stijl(en). Natuurlijk zit daar pijn en de worsteling in, dat was al te horen bij Louis Amstrong. Maar blue vertegenwoordigt ook positieve energie en optimisme. Boutté vertolkte beide, maar veel nadruk bij het optreden lag op het laatste. Haar aanstekelijke lach bleef op het gezicht en al grappend en dansend pakte ze niet alleen moeiteloos het publiek in, ze zorgde ook voor een prima sfeer binnen de band.
Authentieke New Orleansstijl, met bijvoorbeeld de kenmerkende syncopen, werd het niet vaak. Palmer en Bjørnskov gingen meer energiek rechtdoor op de tel en vonden elkaar in muzikale grapjes. De risico’s die ze daarbij namen en uitlokten bij Moore leidden soms, onder grote hilariteit van de musici zelf, tot grappige wendingen of uitstapjes en soms tot een kleine misser.
Natuurlijk was ook de andere van blue vertegenwoordigd. Randy Newman’s ‘Louisiana 1927’, over de overstromingen van 1927 en de rol van de overheid destijds, bleek akelig actueel en de zangeres greep het stuk dan ook aan als aanklacht tegen de regering-Bush, die in de ogen van velen New Orleans in de steek liet na Katrina.
Emotioneel
Voor Frank Koulen, oprichter van de Terneuzense jazzclub en diegene die Boutté voor het eerst naar Porgy en Bess haalde begin jaren tachtig, zong ze ‘High Society’. Een emotioneel moment. Koulen wilde in 1985, hoewel ernstig ziek, bij de opnames van haar live-lp zijn en overleed enkele dagen erna.
© Jazzenzo 2010