Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Richard Bona laat publiek dansen en meezingen

CONCERTRECENSIE. 6e editie International Jazzfestival Middelburg, 26 t/m 28 mei 2012
beeld: Eddy Westveer
door: Mischa Beckers

Op de zesde editie van het International Jazzfestival Middelburg, dat afgelopen Pinksterweekend plaatsvond, was er voor elk wat wils. De swingers, de vernieuwers en aanstormende talenten waren er, en natuurlijk de festivalbands die er een feestje van maakten. Verdeeld over drie dagen viel er heel wat kwaliteit te ontdekken.


Onder meer het kwartet van slagwerker Magnus Öström, gitarist Reinier Baas en publieksfavoriet Richard Bona traden aan gedurende het driedaagse Jazzfestival Middelburg.

Op een drukbevolkte en zonovergoten Markt beet zaterdag The Dutch Swing College Band het spits af. Met een repertoire dat reikte van de begindagen in 1945 tot aan recent materiaal zoals ‘Oui Doute Me Ouatte’ door Joep Peters.

De serie concerten op het Abdijplein startte met Anderson – Bennink – Möbus – Glerum – Van Kemenade. Individueel, en in hun eigen ensembles, bewijzen ze al jaren hun kwaliteit. Het was prachtig om te zien welke synergie en energie tot stand komt wanneer ze samen musiceren.

Diverse stukken van hun album ‘Who’s is in charge’ kwamen voorbij in een mix van strak en stevig gespeelde thema’s, vrije improvisaties en sfeertekeningen. Steeds dook weer een ander aspect op dat de aandacht trok: de bijzondere samenklanken van Anderson en Möbus of de manier waarop die laatste zich daar weer dwars van distantieerde, de ingenieuze verwikkeling van de lijnen die de blazers speelden of de wijze waarop klanken benadrukt en geaccentueerd werden. De uitvoering van Ernst Glerum’s ‘Silver Nichols’ kreeg een heerlijke boost.

Vervolgens trad het Magnus Öström Quartet aan. Dat zette een initieel introverte, donkere en emotioneel geladen set neer met stukken van zijn album ‘Thread of life’. Titels als ‘Weight of death’ klinken op zijn minst somber, maar “there’s a reason for that”, aldus Öström. De emoties en gedachten die loskwamen door de dood van zijn vriend en medemuzikant in E.S.T., Esbjörn Svensson, verwerkte hij in zijn muziek. De repetitieve patronen werden herhaaldelijk op twee keyboards en overstuurde gitaar vertolkt en klonken dan bombastisch.


Joris Posthumus. Het kwintet Ray Anderson, Han Bennink, Frank Möbus, Ernst Glerum, Paul van Kemenade. Gitarist Frank Möbus.

‘Piano break’, met in elkaar vloeiende lijnen aaneengeregen door strakke breaks, riep de meeste herinneringen op aan E.S.T., waarmee hij in 2008 het Abdijplein betoverde. Het publiek waardeerde dit met een minutenlange staande ovatie. Achter de coulissen kwam voor Öström, springend en zijn bandleden omhelzend, de ontlading.

Qua stijl en genre was het soms flink schakelen voor de bezoekers. Nu-bopper Joris Posthumus zat met zijn kwartet ingeklemd tussen de zware grooves van Öström en de Zen-funk van Ronin. De saxofonist voelde zich thuis op het grote podium. Beweeglijk en energiek zette hij zijn set neer. Solo’s en thema’s klonken stoer en krachtig, zeker in de climax van ‘Portrait of a picture’. Met Randal Corsen, Pascal Vermeer en Stefan Lievestro heeft hij daar ook een prima band voor. Corsen koos steeds voor een smaakvolle invulling van de stukken. Een keer nam Posthumus gas terug en ondanks zijn mededeling “Ik ben eigenlijk een slechte balladschrijver” waaierde toen wonderschone en ingetogen lyriek over het plein.

Subtiel
Bij Nik Bärtsch's Ronin rolden de verschillende ritmes in complexe patronen over elkaar heen. Kenmerkend was ‘Module 47’ met daarin steeds subtiele verschuivingen in het ritme, harde accenten en ook percussieve klanken uit de piano en basklarinet. Beheerst, zeer geconcentreerd en soms lang uitgesponnen, waardoor het geheel soms wat klinisch aandeed, bouwden de heren de stukken op en uit en namen het publiek mee in de flow.

Zondag greep Reinier Baas met zijn The More Socially Relevant Jazz Music Ensemble zijn kans. Kenmerkend in zijn spel was een combinatie van open akkoorden, doorklinkende noten en een daartussen door verweven melodielijn. Hij speelde solo’s met een pakkend verhaal, lossnarig maar ook met hele akkoorden. Bijna achteloos, technisch hoogstaand en met veel gevoel. Hans van Oosterhout zat voor de gelegenheid achter de drumkit. Die had er duidelijk lol in de mannen achter de broek te zitten en de ritmische vondsten van Baas te vertolken en interpreteren.


Nik Bärtsch's Ronin. Nils Wogram's Nostalgia met Arno Krijger. Sven Hammond Soul.

Hierna was het tijd voor Sven Hammond Soul. Het mag duidelijk zijn, dan is het feest, ook letterlijk, want Sven Figee was jarig. Strakke en vuige soul en funk knalden over het Abdijplein.

Ook daarna klonk een Hammondorgel. Namelijk dat van Arno Krijger die speelde met Nils Wolgram’s Nostalgia. Jazz op hoog niveau en niet alleen door de getoonde instrumentbeheersing. Inventief reeg het trio rifgeoriënteerde stukken aan funk en swing. Soms razendsnel maar loepzuiver uitgevoerd. Ook op Frank Zappa geïnspireerde complexiteit kwam voorbij. Drummer Dejan Terzic had daarvoor een reggaebeat opgehakt in kleine ritmische en melodische fragmenten en die op verrassende wijze samengevoegd. 

Maar het was duidelijk waar het merendeel van het publiek voor gekozen had: de afsluiter op zondag, Richard Bona’s Mandekan Cubano. Ruim voor aanvang verzamelden zich ruim twee keer zoveel bezoekers voor het podium als bij het tot dan toe best bezochte concert. Bona startte rustig op. Nog zonder al te veel uitspattingen klonken zonnige Cubaanse ritmes en zijn kenmerkende zang. Hij had meteen de dansers op zijn hand, zocht veelvuldig – op het flauwe af - de publieksinteractie en moedigde aan tot nog meer dansen en meezingen. Zijn basspel hield hij initieel wat klein, liet zich zelfs verleiden tot een melige weergave van ‘Smoke on the water’ van Deep Purple en was puur gericht op begeleiding.

Naarmate het concert vorderde ging het koper meer schetteren, de percussie knallen en demonstreerde Bona in korte solo’s zijn virtuositeit. Hij leek meer een bepaalde sfeer te willen creëren en daarbij zijn zorgvuldig gekozen bandleden te laten excelleren. En zo werkte hij naar de climax, waar in de afsluiter de vlam in de pan sloeg.


Marion van Iwaarden & The New Orpheans. Richard Bona Mandekan Cubano. Magnus Öström Quartet.

Big bands
Maandag stond in het teken van de big bands zoals The New Orpheans, en die kwamen uitstekend tot hun recht op het Abdijplein. Daarnaast waren er optredens voor de Junior Jazz Award. Dit jaar voor het eerst met inschrijvingen van buiten de regio. Het niveau was hoog en het David  Romanello Quartet, Soul Sessions en Iris van der  Knaap gingen met de eer strijken in respectievelijk de A- en B-categorie en de aanmoedigingsprijs.

Met op het hoogtepunt zo'n achthonderd bezoekers kan de organisatie terugkijken op een succesvol festival. Ook na de optredens. Veel publiek bleef nog even nagenieten of dansen op de muziek van Dj Sandstorm.


© Jazzenzo 2010