Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Allen Lowe - Blues and the Empirical Truth

CD-RECENSIE

Allen Lowe - Blues and the Empirical Truth
bezetting: Allen Lowe componist, arrangeur, altsax, c melody sax, tenorsax; Marc Ribot gitaar; Ray Suhy gitaar; Spike Spikes altsax;  Jessie Hautala bas; Chris Day bas; Derek Reynolds bas; Jake Millet elektronische drums; Matthew Shipp piano, farfisa orgel; Lewis Porter piano; Roswell Rudd trombone; Todd Hutchissen zang
opgenomen: oktober en december 2009
release: 2011
label: Music & Arts
tijd: 66.39 (cd1) 77.42 (cd2) 79.03 (cd3)
website: www.allenlowe.com - www.musicandarts.com
door: Mischa Andriessen


Saxofonist, componist en musicoloog Allen Lowe is in kleine kring bekend om de paar bijzondere platen die hij maakte en die een onweerlegbaar bewijs van Lowe’s eigenzinnigheid zijn. Daarnaast is hij de man achter de serie ‘Really the blues’, een reeks cd’s waarop aan de hand van zeldzame opnamen de geschiedenis van de blues vanaf 1893 in kaart wordt gebracht.

Op Lowe’s nieuwe project dat in de titel natuurlijk verwijst naar de beroemde plaat van Oliver Nelson, komen Lowe’s musicologische en compositorische ambities samen. ‘Blues and the Empirical Truth’ is een verkenningstocht, een muzikaal onderzoek in de studio, waarin op een opmerkelijke manier op de rijke bluestraditie wordt gereageerd.

Om er zeker van te zijn dat alle liefhebbers van de cleane blues die op braderieën wordt gespeeld meteen afhaken, begint de eerste cd met een totaal gestoord stuk waarin het lijkt of gitarist Marc Ribot met een heel andere compositie aan het meespelen was. ‘Shaping and reshaping his solo’s to non-perfection”, merkt Lowe daar in de liner notes droogjes over op. Daarmee is de toon gezet: Lowe en zijn mannen brengen een ode aan de rauwe blues, aan de blues als menselijke muziek bij uitstek; een middel tot ongepolijste expressie en juist niet het toonbeeld van voorspelbaarheid, waartoe deze muzieksoort in verkeerde handen nogal eens wil vervallen.

Dat de pure, ruwe blues de basis is, wil overigens niet zeggen dat er drie cd’s lang op een free-jazz achtige manier te keer gegaan wordt. Nee, ‘Blues and the Empirical Blues’ is een geweldig rijke collectie songs en improvisaties. Soms chaotisch, vals en amateuristisch (ook in de zin van liefhebberswerk), soms fijnbesnaard en op een bijna zoete manier indringend.

Lowe zelf is als saxofonist net zo wendbaar als de stijlen die hij onderzoekt en kan heerlijk scheef op de muziek blazen, maar ook ongegeneerd schmieren en croonen. Eerlijk is eerlijk, de drie cd’s achter elkaar luisteren, is een fikse aanslag op geest en fysiek. Maar een zo indrukwekkende verzameling parels én modder is een rijk bezit.


© Jazzenzo 2010