Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Avontuurlijk Moers Festival houdt van extremen

CONCERTRECENSIE. Moers Festival, Moers, Duitsland, 21 t/m 24 mei 2010
beeld: Oliver Heisch
door: Georges Tonla Briquet

Het Duitse stadje Moers vlakbij de grens van Nederland en België, werd tijdens het Pinksterweekend voor de negenendertigste keer omgetoverd tot het walhalla voor liefhebbers van improvisatie en hedendaagse muziek. Terje Rypdal, Bill Frisell, Peter Brötzmann, Fred Frith en Arto Lindsay waren de meest in het oog springende namen op het affiche. Moers eert de oudere generatie maar staat ook keer op keer synoniem voor het ontdekken van nieuw talent. Dit jaar stond daarbij de New Yorkse jazzscène extra in de kijker.


Moers Festival 2010 bood onder meer concerten van Matthias Schriefl Shreefpunk, Bill Frisell (met Arve Henriksen) en Arto Lindsay.

Totaalevenement
Moers Festival is een totaalevenement in de echte zin van het woord. Al weken van tevoren worden allerlei activiteiten georganiseerd. Zo staat op de website van het Moers Festival een uitgebreid magazine met achtergrondinformatie over de artiesten aangevuld met interviews, en via een potcast zijn de concerten rechtstreeks te volgen. De pauzemuziek wordt samengesteld door optredende muzikanten. Deze keer waren dat Colin Stetson en Shahzad Ismaily. Ook bijzonder was het ‘autoconcert’ van multi-instrumentalist Shahzad Ismaily waardoor een aantal gelukkigen werden getrakteerd op een privéconcert tijdens een ritje door de stad. Artist in residence was dit jaar de Nederlandse trompettist Sanne van Hek.

Een verslag van twee dagen Moers Festival, 23 en 24 mei.

The Morning Sessions
Elk optreden van dit luik is een wereldpremière want de muzikanten die er musiceren/improviseren hebben voordien nog nooit samen op een podium gestaan. Het motto: ‘a quest for new experiences’. Elk jaar trekken de sessions een trouw publiek. Ditmaal hoorden zij onder meer de Israëlische saxofonist Ariel Shibolet een experimentele dialoog opbouwen met de Libanese trompettist Mazen Kerbaj. Het werd een poëtische soundscape van zachte hoge tonen, blaaseffecten, getokkel met kleppen en spielereien met allerhande kleine speeltuigjes. Een vlotte melodielijn was uit den boze. Op papier lijkt dit een uithoudingstest voor het publiek, live werd het een fascinerende luisterervaring. In de bomvolle ruimte was het muisstil. Geen gekuch of gefluister maar totale concentratie. Een zelfde scenario was er de volgende dag bij het concert van een zevenkoppig ensemble met daarin onder andere drummer Jim Black en curator van de Morning Sessions Angelika Niescer. In het snikhete zaaltje was iedereen in de ban van het constante creatieproces. De Morning Sessions blijven tot nader order een van de sterkste kanten van het festival.


Schneeweiss & Rosenrot, Sponde di Passione, Toshi Reagon.

Feeërieke pop
In Moers houden ze van extremen. ’s Morgens kan men de meest onverwachte improvisatiemomenten meemaken terwijl ‘s middags in de grote tent dan weer een heel melodieus en toegankelijk concert op het affiche kan staan. Schneeweiss & Rosenrot behoort tot de tweede categorie. De groepsnaam van dit kwartet lijkt geplukt uit een sprookje, de muziek klinkt ook zo, maar dan wel als de soundtrack van een verhaal voor volwassenen. Vier jonge muzikanten uit vier verschillende hoeken van Europa - Zwitserland, Duitsland, Zweden, Luxemburg - met Berlijn als uitvalsbasis musiceerden in de Bermuda-driehoek gevormd door jazz, pop en avant-garde. De ankerpunten in dit universum waren de wendbare stem van Lucia Cadotsch en het vinnige pianospel van Johanna Borchert. De kubistische ritmen van bassist Petter Eldh en drummer Marc Lohr zorgden voor heerlijk ontregelende breekpunten. Een aanrader voor fans van zowel Björk en CocoRosie als Lisa Ekdahl.

Heel apart was Sponde di Passione die ‘Shores Of Passion’ uitvoerden, een exclusief festivalproject. De extravagante gitarist Paolo Angeli is bekend om zijn onorthodoxe gitaarstijl: hij bespeelt zijn speciaal gebouwde akoestische gitaar namelijk als een cello. In Moers werd hij omringd door violiste/vocaliste Takumi Fukushiman en percussionist Ganesh Anandan. Hun atmosferisch klankenuniversum was een mengeling van ijle improvisaties en traditionele folk uit Sardinië. Achter de groep werden zwart-witbeelden geprojecteerd van religieuze volkstaferelen terwijl Elena Zanzu in de nok van de circustent aan een trapeze haar act uitvoerde. Visueel verrassend, muzikaal ergens in het verlengde van wat Ernst Reijseger doet op ‘Requiem For A Dying Planet’, zij het meer intiem.

New York
New York blijft een enorme aantrekkingskracht uitoefenen op artiesten uit de hele wereld. Dat maakt de stad nog steeds een smeltkroes van nieuwe stromingen en hypes. Een naam die er momenteel voor de nodige drukte zorgt, is zangeres/gitarist Toshi Reagon. Deze imposante dame beweegt zich in de wereld van blues, soul, rhythm & blues en singer-songwriters. Met haar overweldigende stem alleen al pakte ze moeiteloos het publiek in. De traditionele bezettingsgroep - gitaar, bas, drums - leverde de aangepaste omlijsting. Denk aan een mix van Joan Armatrading, Sharon Jones en Shemekia Copeland met wat kleurrijke southern rockaccenten.


Tyshawn Sorey & Ingrid Laubrock. Gitarist Arto Lindsay & Guests.

Eveneens uit New York afkomstig is het trio gevormd door drummer Tyshawn Sorey samen met de Duitse saxofoniste Ingrid Laubrock en pianiste Kris Davis. Sorey is een innemende muzikant die zich verdiept in de wereld van de improvisatie en een eigen muzikale taal aan het ontwikkelen is met Anthony Braxton als grote voorbeeld. Het trio leverde een opmerkelijk rustige set af, voortdurend de grenzen en mogelijkheden van hun eigen instrumenten aftastend in de context van een trio. Een uitvergroot concert van de Morning Sessions. Misschien net iets minder spannend dan verwacht maar boordevol potentieel om reikhalzend uit te kijken naar een vervolg.

Als er naast John Zorn een naam is die met de New Yorkse alternatieve (improvisatie)scène geassocieerd wordt, dan is dat wel Arto Lindsay. Alleen al wat hij deed voor de Tropicália-beweging dwingt respect af. In Moers presenteerde hij een eigen typische mix van nerveuze stedelijke gitaarcapriolen gekoppeld aan complexe Braziliaanse ritmen. Hij bracht dit samen met twee percussionisten (waarvan ook een bassist), een drummer en een toetsenist. Het begon nogal rommelig maar na twee nummers haperde er geen enkel radertje meer en kon deze trein door de achterbuurten van de Braziliaanse wijk van New York suizen. Een hectisch uitstapje, gelukkig was de gids ervaren en deed zelfs een aantal excentrieke danspassen onderweg. De donkere zijde van sambajazz oftewel David Byrne voor gevorderden.

De jonge generatie
Artistiek directeur Reiner Michalke maakt er een punt van om improvisatiemuziek tot bij een zo jong en zo breed mogelijk publiek te brengen. Daar slaagt hij duidelijk in. Het bezoekersaantal onder de 23 jaar steeg aanzienlijk en ook op de diverse podia is er sprake van een jonge garde. Er bevinden zich tevens alsmaar meer vrouwelijke artiesten in dit milieu en dat is voor Michalke eveneens een positieve evolutie.


Mari Kvien Brunvoll, Matthias Schriefl Shreefpunk & Big Band, Peter Brötzmann Chicago Tentet.

Een van hen dit jaar in Moers was de Noorse Mari Kvien Brunvoll. Enkel met haar stem en wat elektronische hulpmiddelen confronteerde ze de grote festivaltent. Ze slaagde met glans in haar opdracht. De aanwezigen genoten met volle teugen van haar zangpartijen die al dan niet gemanipuleerd werden. Een aanrader voor wie houdt van wat men tegenwoordig klasseert onder electrofolk.

Ook jong maar met veel meer power en punch was de Matthias Schriefl Shreefpunk plus Big Band. De excentriek geklede trompettist Schriefl schopte indertijd al wild om zich heen met zijn formatie Shreefpunk. Voor de gelegenheid werd de bezetting uitvergroot tot een XL-formaat. Het gevolg: een nog grotere impact, niet door een overrompelende wervelwind te creëren met de blazerssectie, maar door de klassieke bigband aanpak te ondermijnen en het accent te leggen op de solopassages en een fijnzinnige relatie op te bouwen tussen de verschillende secties. Schriefl & Co ontpopten zich als geslepen beeldenstormers van het bigband bastion.

Vaste waarden
Voor velen was het uitkijken naar de terugkeer van de Duitse saxofonist Peter Brötzmann, deze keer met zijn Chicago Tentet (ze waren weliswaar met elf). Met twee drummers, een bassist, een cellist en zeven blazers in de gelederen produceerde deze bende een orgie van decibels maar deze muzikanten kwamen evenzeer een paar maal heel fijnzinnig uit de hoek. Geordende chaos tot het uiterste gedreven. Een ware mokerslag, niet gevolgd door een KO maar door een OK.


Arve Henriksen en Bill Frisell, gitarist Fred Frith (Cosa Brava).

Gitarist Bill Frisell is van zowat alle markten thuis. Trompettist Arve Henriksen droomde er al jaren van om met hem op een podium te staan. De ploeg van Moers maakte zijn droom werkelijkheid. Het werd een haast esoterisch moment met een sterk zen-aura en zelfs uitlopers naar de Mali-blues. Beide heren musiceerden op de toppen van hun tenen. Henriksens zwevende trompetgeluiden werden perfect omlijnd door Frisells gitaarscapes. Niet toevallig is Henriksen een ECM-artiest en kruiste hij reeds het pad van Dhafer Youssef, Nils Petter Molvaer en David Sylvian. “We are just throwing some music at each other” zei Henriksen tussen twee ‘nummers’ in. Het leverde in elk geval een ontspannend uurtje trippen op.

Op de ellenlange lijst van artiesten waarmee Arto Lindsay werkte vinden we eveneens Fred Frith terug . Hij kreeg de eer dit jaar het festival af te sluiten. De man is een echte kameleon en het was dan ook afwachten wat hij deze maal in petto had. In zijn nieuwe groep Cosa Brava vinden we Zeena Parkins (accordeon, zang), Carla Kihlstedt (viool, zang), Matthias Bossi (drums) en Shahzad Ismaily (gitaar, percussie). Het concert werd aangekondigd als Fred Frith zijn meest melodieuze project tot nu toe. En inderdaad, zonder in vrijblijvende popmuziek te verzanden, leverde het gezelschap een melodieus verhaal, opgebouwd met stijlelementen uit de progressieve rock, folk, hedendaags en jazz met natuurlijk de nodige avant-gardistische trekjes. De parallellen met wat te vinden is op het Franse Prikosnovenie-label waren frappant. De gedroomde afsluiter van een sterke editie.

Extro
Voor het vijfde jaar op rij was Reiner Michalke artistiek directeur van het festival. Hij kreeg indertijd de niet evidente taak om in de sporen te treden van zijn voorganger Burkhard Hennen en deed dat met de nodige bravoure en verve. Publiek en samenwerkende partners zijn uiterst tevreden over wat hij in Moers al die jaren opbouwde. Helaas wordt ook het festival in Moers geconfronteerd met een financiële realiteit. Momenteel zijn er volop onderhandelingen aan de gang over de toekomst. Blijft alles zoals het is of wordt het festival ingekort tot drie dagen met een extra dag voor een breder publiek? Diverse scenario’s zijn mogelijk. Tijdens de persconferentie zondagmiddag verzekerden alle betrokken politieke instanties echter dat ze van plan zijn het festival te blijven ondersteunen. Op de algemene vergadering eind juni wordt de knoop doorgehakt. Laten we hopen dat ook hier cultuur niet wordt opgeofferd aan de macht van de holle commercie.


© Jazzenzo 2010